09-02-10

The last post

Het is gedaan. Alles is gezegd. Althans door mij, hier, en op deze manier. Ik ben er trots op: vijf jaar en een sjiek. 'Sjiek gedaan!' denk ik dan bij mezelf bij gebrek aan (al was het maar virtueel) applaus. Neen, geen bitterheid na 150 pogingen om deze wereld fundamenteel te verbeteren. Misschien moet het daarom wel stoppen: omdat er geen bitterheid meer is. Of althans niet het soort bitterheid dat deze stroom met, ongeveer, tweewekelijkse regelmaat kan voeden. Onvoldoende toch om het te laten stromen; zonder dwang, zonder gevoel van verplichtheid.

Net nu ik mezelf zover gekregen had een poging te doen reklame te maken. Net nu ik het fijne wilde weten van wie dit bezocht (en of iemand dit wel bezocht). Misschien was dat wel het veeg teken :-)

Bon, ik ben er klaar mee. Ik ga het niet missen. Graag zal ik nog eens terugkomen om, wie weet, ooit leesbaar te maken wat nu slechts breindiarree is. Of om me weer eens te vergewissen van het feit dat hier iets staat wat nergens anders staat of toch niet bij mijn weten: een manier om de dingen te zien. Een manier die zich niet leent tot schreeuwen noch, zo blijkt, tot blijvende ongemakkelijkheid.

Ik haat de meeste mensen nog altijd maar heb me verzoend met de mensheid. En, dat is goed, want waar je de meeste mensen uit de weg kan gaan of toch zeker kan negeren, wordt je bijna onvermijdelijk gekonfronteerd met de mensheid - al was het maar via jezelf.

Het zusje van kortere stof overleeft deze hara-kiri misschien wel. De vijftien minuten per dag versie geven we zeker een kans. De Engelstalige saaie oude zeurpiet zal bij mijn leven niet meer verdwijnen; ten hoogste van plaats veranderen; misschien ooit minder een voortdurende marteling van de Engelse taal worden ;-)

Het ga je wel, gedachten.

Het ga je wel. Geboren in bloed, verstrengeld in woorden. Het ga je wel.

Gedachten die zichzelf wisten te reinigen, met de eigen woorden in het reine konden komen. Mijn gedachten.

Het ga je wel. Ga en vermenigvuldig: was wat rest van je ontstaan van je af. & Werpt wat 'mij' is van je af. Gedachten slechts.

Muterend. Evoluerend. Het ga je wel in je drang niet jezelf te blijven, maar te worden en te verworden tot andervrouws gedachten.

Tot, ooit, het enige dat die gedachten verbindt met mijn gedachte, de gedachte zelf is. De gedachte aan; "Het ga je wel, gedachten."

Het einde is altijd beter dan het begin.

Good-bye; elke poging tot afscheidskus wordt in dank aanvaard.

 

 

14-01-10

Winners pick winners

Dat is het, grotendeels, een frustratie over onze selektiemechanismen die jou maar niet wil selekteren. En anderen wel. Om redenen die, op zijn minst, niet 'volledig' de toets der objektiviteit kunnen doorstaan. Ook mijn frustratie. Ja, ook de mijne. Zien wat alleen blinden niet kunnen zien: sukses is in belangrijkere mate afhankelijk van hoeveel sukses de mensen die je kent hebben dan van waar het eigenlijk over gaat - a bummer.

Daarom het vluchten in de historie naar zij wiens sukses pas tot volle bloei kwam na hun meestal anonieme dood. Niet zozeer de hoop dat jij bent zoals zij - in elk geval dat jij in anonimoteit kan sterven & tóch nog iets betekend hebben. Niet zozeer dat, maar uiteraard ook dat. Maar eerder het ontwijken van de frustratie over die kansen op sukses die jou ontzegd waren omdat je de juiste mensen niet kent of, erger nog, omdat je niet de sociale kwaliteiten hebt om ze te leren kennen of - misschien ergst van al - omdat je te trots bent om door hun slijk te gaan; te trots om je sukses vuil te maken aan de slijmerijen die onontkoombaar zijn als je deel wil uitmaken van de kring van mensen waarvan sommigen sukses hebben.

Daarom de hang naar dode denkers, dode kunstenaars en dode schrijvers.

Zo kunnen wij ook zijn. En vooral: de tijd erodeert alle toevalligheden - en wist zelfs de ergste slijmerijen uit onder de mantel van een tijdloosheid die majestueus boven de toevalligheden van het leven vallen.

Maar hoeveel gaat er verloren?

Hoeveel is Kafka zonder Brod? Hoeveel is Gogol met meer manuskript in het vuur?

&, to the point nu: hoeveel is geschreven ergens op het internet en vergeten in een schouw, aan de binnenkant, en nooit gevonden en vergeten zelfs door degenen die het geschreven of gemaakt heeft? Hoeveel ligt slapend op servers, & doorsnurkend, door de back-up van ene inerte schijf naar een andere? Klaar om zelfs door makers dattes verwenst te worden bij herontdekken. Verwenst voor de naïviteit ooit gedacht te hebben dat er iets waardevols in zat.

De vraag is echter: hoe anders dan?

Miljoenen kreaturen die kreëren en slechts 1000 keer meer die die kreaties kunnen verslinden. Mathematically intractable. Zelfs als je een maatstaf zou hebben, dan is het nóg onmogelijk om alles te meten &, eens gemeten, te sorteren & - gesorteerd en wel - aan te bieden voor konsumptie. Alleen de tijd kan dat werk doen. En de tijd kan slechts werken op wat zich kandidaat stelde voor tijdloosheid. & Die kandidatuur kan pas gesteld worden als iemand het oppikt en iemand pikt het slechts op als de winnaars het uitpikken. Want uiteindelijk zijn het alleen zo'n winnaars die het proces op gan brengen kunnen.

Het is nu eenmaal zo. Niet anders. Zoals alleen die dieren kunnen verder evolueren die tijdens de zondvloed hoog genoeg in de bergen leefden. Zelfs als de laaglander meer gesofistikeerd is. Toeval. Onrechtvaardigheid. Onrechtvaardigheid en toeval in een dans die gedanst moet worden om te filteren tot onpersoonlijke rechtvaardiging en de tijdlozen (die slechts even tijdloos zijn - slechts tot de volgende golf die beter moet zijn als ze de vorige golf in minstens Darwiniaanse herinnering heeft haar over spoelt zoals het nu eenmaal ook niet anders kan).

Wat rest is: een beetje persoonlijke hoop, een niet onaanzienlijke dosis optimisme en een rationeel verklaarbare rationele allergie voor de onbescheidenheid van haar die geen eer betoont aan de onbekende kunstenaars.

Dat is niet-valse bescheidenheid: ergens heeft iemand het beter gedaan, anoniem, en onvergeten zelfs al is de naam vergeten.

Toch nog een romantikus: ik :-)

 

 

16-12-09

Contraminderen

Terwijl een nieuwe preutsheid zich als een deken over het Westen uitspreidt - speelt men almaar fanatieker met het woord 'consumeren'. Dat begint met de afschuw van vlees eten, dat eindigt met afschuw voor het vlees. Een zoektocht van Westerlingen, de handen braaf in de lucht wachtend tot het deken ligt, zodat ze hun handen zedig bovenop het deken kunnen neervleien. En elk moment nu kan men terug beginnen over 'spiritualiteit'. Iets om voor te leven. Iets om voor te sterven dus ook. Eerst zal er bezorgdheid zijn, bijvoorbeeld over luide muziek. Dan verontwaardiging, neem nu over de impakt op onschuldige bijstanders. Uiteindelijk, moet het maar eens uit zijn met al die pokkeherrie!

'Consumeren', het ís geen mooi woord. Daarom is het een goed woord: onhipokriet. Uiteindelijk gaat het om het verbranden van iets ter meerdere eer en glorie van: wij die het verbranden. &, Meer en meer konsumeren we dingen die niet-essentieel zijn voor ons overleven (toch niet voor ons fisiek overleven). Voor de nieuwe preutsheid, zoals voor de oude, is dat zonde. Nog niet letterlijk zonde maar toch al bijna. Dat is niet zo, uiteraard (nog onafgezien van de idiotie van het konsept zonde) - de beste (helaas nog te ontdekken) maatstaf voor menselijk beschavingsnivo is de proportie van konsumptie van non-essentials. Voor hardhorenden, wiens verstaan belemmerd is door het geschreeuw over allerhande essentiële normen en waarden: "Hoe groter, hoe beschaafder."

(en, terloops gezegd hier voor uitwerking op simpele aanvraag, vanaf een bepaalde konsumptie is de relatie tussen eksta konsumptie & beslag op fisieke middelen van een uitgesproken omgekeerde evenredigheid; hoe sneller de konsumptie stijgt hoe vlugger uit de miserie - een beetje zoals seks en misbruik van vrouwen)

Wat me brengt tot een fundamentele misvatting in onze Westerse maatschappij, de misvatting dat kompetitie goed is omdat 'de konsument' het beste er dan uitpikt op prijs, kwaliteit of verhoudingen van de twee. Het probleem hiermee is allerminst dat, kompetitie niet goed is. Kompetitie ís namelijk goed. Het probleem is de misvatting over 'de konsument'. De konsument wil niet kiezen. De konsument is helemaal niet goed in het beste eruit te pikken (behalve dan op de eigen, en hoogstperoonlijkste, emotionele gronden). De konsument konsumeert. En ja: het is uiteraard zo dat wát ze konsumeert interessant om maken is. Maar wat absoluut niet volgt (noch logisch, noch empirisch) is dat het dáárom nodig is om het in verschillende soorten & maten te maken.

Allesbehalve, wij haten keuze. Als we internet willen willen we internet. & Als internet duur is willen we zoveel internet als we kunnen betalen met wat we kunnen betalen. De enige keuze die we willen is de keuze waarin we onszelf kunnen uitdrukken, waar we ons kunnen laten verleiden en zelf een beetje flirten met de nieuwigheid, & onze originaliteit. Want konsumeren is in essentie niets anders dan kreëren. Kreëren van wie we zijn. Konsumeren is de meest demokratische vorm van zelfekspressie en dus van kunst. We willen slechts kiezen op basis van wat nog niet essentieel is.

Slechts in die, bijzonder gereduceerde, interpretatie is produktkompetitie goed. Niet omdat het kompetitie is tussen produkten maar omdat het de zoektocht is naar wat de mensen het meest bevalt, het meest inzicht geeft. Alleen dus in die interpretatie van kompetitie die - indien dat betekenisvol kan gezegd worden - dat er kompetitie is .... in de kunsten.

Dat betekent ook dat de goedheid van kompetitie eigenlijk gebaseerd moet worden op iets anders dan de konsument. Het alternatief ligt voor de hand - baseer het nut op de producent. & inderdaad: zonder aansporing van kompetitie mist de producent elke aansporing om de fabrikage te optimalizeren. Neem energie: het is fout om de drive naar alternatieven te leggen bij de konsument. De essentie is om producenten te zeggen: "Of je haalt X tegen kost Y, of je verliest." Perfekt programmeerbaar, en voor de fans van maakbaarheid: perfekt maakbaar - maar blijf met je fikken af van de persoonlijke voorkeuren van wat mensen wal dan niet moeten doen (ten hoogste hou je je bezig met een enkel iets dat ze spijtig genoeg moeten laten).

Dat - mijne heren en dames - is de resterende denkfout in het liberaal kapitalisme! Kompetitie is een spel dat moet opgezet worden om de beste wijze te vinden om W te maken (& X wordt best gestandaardizeerd). Konsumenten moeten zich uitsluitend en alleen bezighouden met welke 'X'-en ze willen en belangrijke zaken zoals hoe ze er moeten uitzien ;-)

 

06-12-09

de kleine droom & De Groote Droom (3)

Een stukje proza. Zo vroeg ze het niet. Ze was niet mooi - niet het soort lerares dat voorwerp zou uitmaken van masturbasie-fantasieën van haar puberende leerlingen. Als ze zich bewust was geweest van de mogelijkheid zulk een voorwerp uit te maken had ze dat goed gevonden. Althans, ze had niet erkend dat ze zich erdoor gekrenkt voelde. Ook niet tegenover zichzelf. En trouwens: het waren andere tijden, tijden die onbekommerd toelieten om tegen zichzelf te fluisteren: "Goed dat ik geen voorwerp ben; zelfs niet in de dromen van hen die wanhopig op zoek zijn naar onderwerpen." Tijden zelfs die toelieten om alleen wat voor de punt komma staat tegen zichzelf te zeggen (zonder nood aan fluisteren zelfs) & wat na de punt komma staat ongezegd te laten. Tijden waar eerlijkheid alleen jegens God nodig was.

Neen, ze vroeg: "Een stukje toneel." En ze gebruikte ook het woord "origineel" maar niet rijmend want rijmen was uit de mode nu het postmodernisme ook de provinsies bereikt had. Lelijk was ze ook niet; &, lelijk gevonden worden zou haar wél geschokt hebben. Ze keek naar de pokdalige - Raf, denk ik - die ze later ook zou voorstellen als kandidaat voor een TV-programma, in tijden waar TV-programma's onbereikbaar waren (en ook kultureel onverdacht, zoals nu maar anders: alleen voor pubers, & nu alleen voor niet-pubers, misschien). Het zou gaan tussen hem en Bart (die later iets permanents zou doen voor TV, uiteindelijk achter de schermen; hij was, & wellicht is, de slechtste nog niet die Bart). Waarom toneel? Omdat we naar de Blauwe Maandag Compagnie gingen, in Antwerpen; een stuk van een oud-student van haar (de oud-student was lelijk, zoals zij, en dus de regisseur en, wie weet, ook de schrijver). & Zij zag er uit als een oud wijf dat meer wilde dan slechts in zijn dromen zijn die dag, de dag van de uitstap. Maar ik sla best geen stappen over; of althans daarvoor werd ik door haar veelvuldig op gewezen (zoals op het gebruik van 'En', in het begin van de zin; daar trok ze zelfs punten voor af zodat ik die gewoonte niet meer afleren kan).

Toneel dus. En ik dacht onmiddellijk aan cowboys en indianen - die beseften dat ze indianen en cowboys waren - maar die ook beseften dat ze nu eenmaal zo waren, & niet anders want ontsproten aan mijn brein; als cowboys en indianen. En mijn groep was onmiddellijk akkoord. Het skript was er vlug en al gauw bleek dat onze grootste uitdaging de slappe lach zou zijn. Wat op zich niet erg was want - zeg nu zelf: als jij een cowboy (of indiaan) moest spelen die besefte dat ondanks het beseffen er niet anders aan te doen was dan cowboy (respektievelijk indiaan) te zijn? OK, allicht niet al te overtuigend dus beeld je bovendien in dat je puber bent en dat je weet dat dat kreng van een lerares Nederlands ab-so-luut niet kan lachen met absurditeiten - als dat nog niet volstaat dan ben je waarschijnlijk Raf (of de lerares Nederlands) in welk geval ik "Sorry!" zeg, uit de grond van mijn hart (want het is niet rechtvaardig om zo een voorbeeld uit te vergroten en de illusie te wekken dat de uitvergroting nog altijd een deel is van dezelfde werkelijkheid waaruit ze uitvergroot wordt). "Sorry!" dus, en nu moet ik voort want sommige mensen, ook ik bijna, verkwanselen een heel leven met sorry te zeggen (of te denken dat uit-de-kast-komen zal kwetsen en dan maar in de kast blijven tot geluk van velen die hen niet kennen & tot ongeluk van hen die hen wel kennen - of beter meenden te kennen als iemand die niet uit de kast hoeft wegens voldoende geliefd door hen om gewoon te zijn zoals ze waren).

Ook Raf en Bart hadden een stukje. Ze zaten zelfs in de zelfde groep. & Hun stukje was niet op rijm & hun stukje borduurde ook niet voort op vorige 'kreatief schrijven'-opdrachten zoals daar zijn origineel gebruik van gezegdes en spreekwoorden en, tja wat? Ik meen me te herinneren dat ze iets magies-realisties deden - of iets tussen, alfa en omega - of iets met liefde in de trant van de man van Kristien Hemmerechts die nog niet dood was toen ("Hhhherman." zei de lerares als ze aankondigde dat we iets moesten lezen van dat onverstaanbaar gewauwel - & blies de 'H' aan op zo een manier dat het dadelijk duidelijk was dat ze hem, op simpele aanvraag, pijpen zou; althans dat dachten ik & nog wat anderen, maar zelfs die gedachten volstonden niet om haar te integreren in ons afgetrek).

U weet het al: de groep van Raf en Bart won. Groep is trouwens veel gezegd want er was sprak van een regisseursstuk van de hand van Raf. Er was ook sprake van, wat ik naar anderen vertaalde als, het konsept van speler-trainer. "En hun trainer speelt ook midvoor." hoorde ik iemand naar wie ik dat vertaalde reageren. Ik lachte (en ik maakte hem dus niet attent op het oneigenlijk gebruik van 'En' in wat hij zei - ik zei dus niet wat zij zei: "Dat 'en' een woord was dat nooit een hoofdletter krijgen kon) & dat speet me vlug. De toorn des juffrouws kwam op me neer (Nope - zelfs dat niet); dat ik niets serieus kon nemen; dat ik geen respekt had voor andermans werk - en, die zat; dat, enzovoort. Raf keek gekwetst. Bart keek alsof hij lucht wilde zijn. En ik, ik? Ik vond het onrechtvaardig. Ik vond het in zijn geheel onrechtvaardig maar ook, in het bijzonder, vond ik het onrechtvaardig dat zij mijn stuk in de grond boorde, en passant mijn kameraden een buis toebedelend.

Bij mij was het altijd: teveel X als de mode weinig X was, en te weinig X als de mode veel X was (dat is een chiasme op komparatieven en een variabele die je hier gratis krijgt als beloning van je doorzttingsvermogen in het lezen). Rijm, lange zinnen, en de neiging om op een barokke manier minimalisties te zijn; in één woord door haar niet uitgesproken maar oorverdovend gedacht - samen met Raf die een krak was in het oorverdovend denken (de Rammstein van de veroordelend blik als het ware): ik kon het niet en moest het voor de anderen niet verknoeien. The story of my life. En daarna gingen we naar Antwerpen; en we zagen hoeren in een uitstalraam & zonder twijfel was dat ook levensveranderend; en we keken naar het BMC-stuk en beseften niet dat het geschiedenis zou geworden zijn tegen de tijd dat ik dit schrijf. Raf & Bart mochten de regisseur die niet meespeelde interviewen. Het was niet slecht - aan de absurde kant maar niet slecht - maar ik vond het slecht en zei dat ook. Zestien jaar in de jaren '80; je kon het ook zonder kulturele ambisies stellen, & je hoefde niet te willen skiën naar de andere kant van China. The story of my life.

Daarna werd alle denken dichotoom: de kleine droom óf De Groote Droom - want ik las Boon en ik las Elsschot in originele uitgaven en dus spelling. Of nog - ambitie of Ambisie. Daar heb ik twintig jaar over moeten nadenken: "a false dichotomy" kan ik nu zeggen. Het was hun schuld niet; maar laat het ook onze schuld niet worden. En: vijfentwintig jaar om nog eens naar het toneel te durven zonder de gedachte dat 'Ik het beter zou gedaan hebben'. Zonder die gedachte omdat ik het nu ook doe.

They can keep their ambition and chew on it too ;-)

 

25-11-09

Wij zijn een tweeverdiener

05. Is dit de ochtend om uit te slapen? Geeuwen dan - & draaien. Of? Keren, & dan denken.
05. & Denken dan, denken. In mijn dromen weer. Bediend op mijn wenken. "Schat?" 'Schat'?
06. Als hij ook in 't echt maar niet begint te aaien. Schat! Ben ik dan zo makkelijk te paaien?
06. Strekken maar & gapen. Wakker. Onuitgeslapen. Korte lont: niets op tijd, alles op stond.
07. Ruw ontwaken. Elkaar radbraken. Alles tweemaal om dan in vieren te delen; drie en één?
07. Uitgerekend, míjn ochtend om uit te slapen. Uitgeteld. Voor wie valt er nog wat te rapen?
08. Tellen, op de jouwe passen: een moment dat nooit went, waarin men de ander niet kent.
08. Of op haar best: Dit dat rest. Wat rust. Een moment waarin men kust. En een weinig lust.

Z. Er zijn geen schaalvoordelen,
Z. aan 't werk verdelen.
M. Met 2, keer alleen!

09. Haasten. Opgestaan. "Plaats vergaan!" de jongste, luid; 'Ikke op Uw bakkes slaan?' denkt
09. de oudste. Is denken doen? STIL! Dát was schril. Waar is hij? Sorry! Sorry! Nog 'ns sorry.
10. Schorremorrie! Bende flemers - míjn bende. Even rust. Zwembril vergeten. Altijd iets kwijt.
10. Zwembril of zin in zwemmen. Zin - ook weer die strijd gestreden. "Zoek je dít?" Dáár is hij!
11. Dit keer zonder al 't opgevrij. Maar ik ben niet gezwicht: beiden onbevredigd. Ontevreden.
11. Wegen die scheiden in vijf. Drie die leren - en twee die werken, ook om het uit te werken.
12. "Hen kan 't niet deren. Voor kinderen alle rijkdom natuurlijk. En avontuur slechts stijlfiguur.
12. Hun ontspanning onze spanning." Vier zinnen lang gelogen: ónze spanning - en ons pogen.
13. Niet de kinderen die ons hinderen. Wij - met onze kuren, zijn 't die hún hersenen verzuren.
13. En laat ons niet ook 'de derden' worden die hen "de weg versperden".

M. Zijn wij slechts met twee
D. om uit te kienen,
D. hoe best met twee te dienen?

14. Terug samen. Talent of geen talent: borsten aan de vent en 't wijf, met haren op haar lijf.
14. Elkaar belichamend. Verantwoordelijkheden: iedereen te eten, & ook 'n beetje wereldvrede.
15. Afzetten. Hiperaktiviteit. Dan ben je ze eindelijk even kwijt. Voortschrijdende vermoeidheid.
15. Vergeten op te halen? Onopspoorbaar & alles afwegend: ziek van paniek. Je wil ze, kwaad,
16. wég van elk gevaar. Oh - wat is dit balen. En de deurbel gaat. Hijgend - "Geen belkrediet."
16. Wederzijds wegebbende kritiek. Huiselijke vrede. Verhalen over werelden & nog 's werelden
17. zonder al te al die grootse idealen. "Piej-r heef 't aanchefraag; & Ana heef 't doorchestuur;
17. & iedereen fin me koewl." Planning, agenda's: wat moet dat moet & meer; wij zo altijd in de
18. weer. Óns leven en het hunne. Moet dit? Al dat vitten en al dat katten? Ook wij een leven.
18. En ook dit: wat gezegd en dat gezegd - vrucht van afhaken van heel deze klucht.

W. Met twee verdienen,
W. om níet te volgen alle
D. vaste stramienen.

19. De avond valt. Het doek gaat op. Een omhelzing, ogen die knipperen; en spontane plannen.
19. Tijd voor. M'n oogleden vallen. Haar moeten gaat alles vergallen. Vermoeienis: ons moment,
20. weer gewoon een moment. En meestal wel iemand malkontent. Stuk van kapot te zitten. &
20. Net dat maar niet: alle last op lusteloze schouders, gescheiden in verdienen - de ander het
21. gelach betalend: in tweevoudige afhankelijkheid van een-mans ambitie: dat doembeeld van
21. mérite. Ideaalbeeld dan maar - het beste aan tweeverdieners is die tijd van niet-verdienen;
22. ambitie, maar in andermans positie; lust in lasten - ruim genoeg dagen om óver te klagen -;
22. lastige lusten - het ene moment het andere niet, en uitstel ook afstel niet -; zonder dwang
23. om niet te falen - verdelen van ongelijk veroordeelt niet tot gelijke delen. Verzekerd tegen
23. eenzaamheid. Altijd met publiek. Wanneer nodig met applaus (& zelfs als iets flauws).

D. En van tweeën één:
V. Misschien wel scheiden,
V. maar ook dát met ons beiden.

24. Des nachts. Een deur die kraakt. Onverwachts. Wakkere woorden voor, vier, slapende oren.
24. 'Slokende vwore kwarden doorden'? Slekende? Toorden? Doorden! Schrikken. Wakker, weer!
01. Het stemmetje: 'Tienke napesla.'? Ah! "Kan niet slapen." Wel dus, het - ik niet meer, en dus
01. weer onuitgeslapen werken, de slaap onuitgewerkt. Om beurten. Wikken, wegen. Zonder wil.
02. Weer zo'n ochtend in 't verschiet; nog eens een dag door het vergiet? Ditr keer: lekker niet!
02. Loslaten: haar sterkte, niet de mijne. Vasthouden: mijn sterkte, niet de zijne. Los noch vast
03. (laten gebeuren zonder mijn zeuren of haar (af)keuren). De ochtend komt, & na de ochtend,
03. ook het werken. Dan het regelen in de avond en, uiteindelijk, het moment voor ons moment;
04. Vasthouden de boodschap; loslaten de moraal. Ironizerend & misschien 'n ietsje te belerend,
04. So thanks! Ook voor des scheten stanks: straks heeft elke schat zijn eigen hangmat.

Z. Ik ben twee.
Z. Wat valt er meer te verdienen?

(Et voilà: als jullie een definitieve tekst willen, uitgebalanseerd per regel en met een bladspiegel die ook visueel de inhoud vorm geeft dan zullen jullie moeten bijdragen door, bijvoorbeeld, een maecenas aan te geven - & meer bepaald eentje die niet de behoefte voelt om zich te moeien - of, indeed, nog maar een gesprek te eisen ;-)

06-11-09

De druk van non-aktivisme

Ik heb altijd een gloedhekel gehad aan mensen die luidkeels, in een veilige schoot van gelijkgestemdheid, hun gelijk uitriepen. Aktivisten, die meestal niet nalaten om ons te verwijten van de boel de boel te laten. Liefdadigers die aan kruispunten alles ophouden om maksimaal gebruik te maken van de sociale druk, en onze ingeboren goedheid (die ze - meewarig hun hoofd schuddend - ontkennen, eens ze op zichzelf zijn & beseffen dat ze 1. met zielig weinig zijn & 2. oerend saai zijn - uitzonderingen daargelaten die die bastions van goedgelovigheid infiltreren, om aan wat eenvoudig kut te raken (of wat dies meer zij) en uiteindelijk bijna zonder uitzondering de boel, de echte boel, gaan leiden als de Bhagwan van dienst die al dat goed volk eens zal laten worshippen als nooit tevoren). Zelden of nooit zijn het mooie mensen en altijd vinden ze niet-gelijkgestemde mensen 'op één of andere manier' lelijk; huichelaars die hun zin voor kritiek op simpele aanvraag op nul kunnen draaien & voeder zullen zijn voor gelijk welk groot gelijk (alleen in vredestijd soms een beetje gelijk).

En U heeft dat ook. Zelfs als U geëngageerd bent in iets waarin U sterk gelooft, dan nog heeft U dat weeë gevoel in de buik wanneer iemand applaus krijgt van zij die er - zonder enige duidelijke reden, zonder procedure, zonder mogelijkheid tot beroep - toe geroepen zijn om de goeden van de slechten te scheiden. Knagend onbehagen, over alle zwaarwichtigheid die te berde gebracht wordt om te onderstrepen wat goed is, & in de hoek te zetten wat slecht is. Zonder ook maar het subatomairste deeltje zin voor revolutie in je lichaam (en schaam je niet: verandering is nodig - maar ook bestendiging is nodig) voel je de zin in je opkomen om in de beslotenheid van jouw eigen geest hen de zwaarste folteringen te doen ondergaan die op hun handgeklap onthaald worden, handgeklap van the 'powers that be', van 'ons kent ons'. Van hen die (of heb ik dat al gezegd) met een - in hun ogen - goddelijke voorzienigheid tot makers of brekers van talent en meningen zijn uitgegroeid (in elk geval buiten ons om, buiten onze macht en ons medeweten - en die van voorgangers zoals wij).

In één woord: onrechtvaardigheidsgevoel.

Neem die onverbeterlijke sloef die in de lessen zedenleer (en waarom zijn er lessen zedenleer? omdat de aktivisten beslist hebben dat "zeden" iets zijn dat aangeleerd moet worden! à leur façon, uiteraard); die onverbeterlijke sloef die, bescheiden, een gevestigde mening herkauwt; applaus krijgt .. terwijl jij, of zij, die eens een kritische mening formuleert ongenadig gematrakkeerd wordt met woorden gesproken uit een gezag ontleend aan het grote niets; tot lach- of pispaal wordt gedegradeerd .. & dus er verder maar het zwijgen toe doet. Het kan ook de les godsdienst geweest zijn, of de voetbaltraining, of een wijnavond, of een diskussie over kunstenaars. Het maakt niet uit: waar er aktivisme is worden de goeden van de slechten gescheiden en er is maar één zekerheid: diegenen die het scheiden doen zijn de enige echte slechten & zij die als 'de goeden' bestempeld worden slechts de braven: de konformisten of de non-konformisten als non-konformisme de regel is waaronder de groep gevormd is.

Laat je dus niet opjagen door hen met een overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel; alleen het onrechtvaardigheidsgevoel brengt uitsluitsel. Als je de vacuümpomp voelt op je maag omdat er iemand zich - of anderen - laat voorstaan op zijn - of op haar - buikgevoel over goed en slecht: weet dat je misselijkheid een sienjaal is dat je nu best serieus neemt. Wanneer de voorstaanders of de voorgestanenen - en zeker in geval beiden samen - oproepen om aktief te worden (en dus van de boel, een boel te maken): haal je schouders op en loop door alsof ze lucht zijn (wat ze ook zijn, in se, als ze zich reduceren tot hun toevallige meningen).

Alleen door de druk van non-aktivisme zo kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken; komaf maken met dat knagend onrechtvaardigheidsgevoel van zij die zich het recht toeëigenen in ons aller naam te spreken, alsof de waarheid uiteindelijk niet krachtig genoeg zal zijn om uit zichzelf onze waarheid te worden - alsof we nog altijd leven in hun tijden, tijden waar enkelingen zich het geweten voelde van iedereen (& iedereen wel geweten heeft wat daar het resultaat van was). Alsof we niet voor onszelf kritisch denken kunnen. Alsof het rechtvaardig is om ons "rechtvaardigheidsgevoel" te laten spreken, wetende dat het slechts een gevoel van angst is voor wat anderen ons aan kunnen doen.

Alsof ons onrechtvaardigheidsgevoel slechts jaloezie is en frustratie & niet - zoals we voelen (voor de ene keer dat 'voelen' de enige redelijke reaktie is) - de duidelijkste aanwijzing is dat er iets loos is; dat er kwakzalvers op pad zijn die voor de waarheid, slechts 'hun' waarheid verkopen willen en dit tot elke prijs. 

Ik zou zeggen: als je me niet gelooft, doe het dan voor je kinderen, doe het voor je kleinkinderen, zodat zij niet in de les Nederlands gekonfronteerd worden met slecht, en naäperig dichtwerk, dat lof oogst om zelf neergesabeld te worden omdat zij iets - van zichzelf - maken wilden. Zodat zij niet ontmoedigd worden, door de recensenten van het verleden omdat zij iets doen dat slechts een plaats heeft in de toekomst.

En als je me niet geloven wil - groot gelijk! Maar bedenk dat al dat ondernemen dat van ons gevraagd wordt, en waar we all stressed out van zijn, slechts ondernemen is ter meerdere eer en glorie van hen die nu on top zijn - het gewenste ondernemen is slechts het risikoloze kopiëren van hun ondernemen.

(Dat lucht op.)

 

19-09-09

Het generatieconflict-konflikt

Voor zover ik opmaken kan is het generatiekonflikt een vrij recent fenomeen; & wat ontstaan is, kan ook vergaan. De bevrijdende gedachte van oude wijzen en andere, jongere, konformistische types dat ze gelijk hebben en dat anderen dat 'in the end' ook wel zullen inzien is dus misschien wel effektief de gevangenis die jongeren - en andere, oudere, non-konformistische types - erin zien (als je de voorgaande zin wel een beetje lang vond om goed te zijn dan is het allicht nodig om in je gedachten na te kijken of er geen tralies voorstaan; voor die gedachten, bedoel ik).

Genoeg hermetische hemeneutiek. Over naar de meedogenloze analyse: 't konflikt tussen generaties eindelijk aan de dialyse. Want eens het vuil eruit gespoeld, komt er misschien een einde aan de noodzaak van het forceren van de liefde. Beginnend bij het begin:

"Eigen gelijk eerst!"

Iedereen wil zijn akties verrechtvaardigen. En al was het maar door beroep te doen op de eigen, menselijke, zwakheid; dat lukt altijd. Rechtvaardigingen te over, zelfs gewetenloosheid gerechtvaardigd door de okkasionele afwezigheid van geweten. Er is geen aktie waar geen verhaal bijhoort en geen verhaal waarin het eigen gelijk de eerste plaats niet weet te veroveren.

Erg is dat niet, tenminste niet als relativeren begint bij het eigen gelijk in plaats van bij het gelijk van de ander. Niet dat andermans gelijk niet gerelativeerd mag, moet, worden; de oneindigheid van alle soorten gelijkhebberij zijn een garantie op relatief gezien alle gelijkhebberij. Maar beginnen bij andermans gelijk is verstarren in eigen gelijk. Sorry hoor, als dit even niet wereldschokkend nieuw is kwa inzicht. Had er dan zelf maar voor gezorgd dat jij & je omgeving niet aldoor vielen voor alweer diezelfde kromspraak - dan had ik deze tijd aan iets anders kunnen besteden (aan het niets, bijvoorbeeld).

Gelijk hebben, hoe onvermijdelijk ook, valt uit mekaar in twee klassen. Die van alle dagen, en van alleman, in allerlei kleuren en vormen die passen bij het moment en de mode van dag en plaats. En de klandestiene rechtvaardiging; die van de omertá en die je eruit moet trekken (of kloppen, of wringen) en die zich beroept op traditie, en op hogere machten (zonder uitzondering verbonden met hogere krachten) en op een soort onveranderlijkheid die zich telkens weer weet aan te passen om de claims van superioriteit op de rechtvaardiging van alle dagen (die je al niet meer wíl horen, want je hebt ze zelf al zo dikwijls gebruikt dat ze wel "ordinair" moeten zijn) te laten overleven.

Het is de 'wild card' van het grote gelijk. De joker die ingezet kan worden telkens er een aanval komt op het eigen gelijk. De buitengewone hoogleraar die geheimzinnig van binnen zijn loge - van binnen het gepriviligieerde netwerk - neerkijkt op gewone professoren die, slechts, de ambitie hebben ekspert te zijn op eigen domein.

En zo terug naar het generatieconflict. Niet het konflikt van alle dagen tussen luide, en nieuwe, muziek en het verlangen naar rust en kalmte, eigen aan mensen die al te vlug onrust in hoofdpijn en slapeloosheid omzetten. Neen, het conflict van zij die verslaafd zijn aan hun eigen grote gelijk en zich vastklampen aan plichtsbewustzijn, de drug die hen in kleine dosissen toegediend werden door de Don Corleone's, van de klandestiene, mysterieuze verrechtvaardiging in naam van Hogere Machten. Het conflict met prille twintigers die tot verbazing alom 'het' doen met wulpse blondines als ze daartoe de gelegenheid zien en, de belediging toevoegend aan de geslagen wonde, weigeren de hand te reiken aan de meerdere (volgens de rangorde van het grote gelijk, volgens de rangorde van slaafse volgzaamheid aan hogere machten - volgens de rangorde van een serviliteit die hoort bij de uitgestelde bevrediging waar slechts de meest perversen op wachten kunnen). Dit terwijl - terloops gezegd - deze twintigers noch wonde, noch belediging wensten te veroorzaken en slechts vermijden wilden dat hun hand - pas teruggetrokken uit een wulpse kut - deze gedistingeerde heren in hun eeuwigdurend sérieux zou raken.

Want daar is het! De geüniformeerdheid van het strakke kostuum, waaraan "eigen gelijk eerst'" te herkennen valt, versus de openheid van het alledaagse toeval, dat zonder obsessie in de uniforme modieusheid 'cool' blijft. En wel zeggen wil: waarom het tot fornikeren kwam maar wie wil dat horen?, de blondines waren wulps - wilden het - en wij ook - en 'what of it?' ...

Het eerste niet beter dan het tweede en slechts anders in het zich beter wanen. Tot en met het zich het beste wanen; dwangideeën tot dwang van andermans ideeën & tot uitsterven gedoemd. Samen met het grote gelijk opgesloten in plaatsen die het zonlicht niet kunnen verdragen; aangepast aan een overgangsperiode van kulturen die nog vechten moesten tegen kultuurloosheid; denkend dat zonder hun specieke kultuur zijn een sinoniem is van kultuurloosheid.

Het laatste konflikt tussen generaties is het generatieconflict-konflikt - conflict voor slechts de oudere generatie en konflikt voor de eerste generatie zonder conflict. De ouderen die vechten op leven en dood; die vechten tegen de dood die al lang dood had moeten zijn in hun wereldbeeld, & op z'n minst van hun wereldbeeld. Jongeren, enkel en alleen aan de 'andere' kant omdat de anderen dwangmatig dezelfde kant uitkiezen, die alleen maar het ongemak ervaren van zij die in conflict gaan willen & uiteindelijk slechts een vorm van jeuk voelen waar de anderen een gapende wonde vermoeden (omdat zij ook hebben moeten bloeden, en minder bloeden is onrecht). Openheid onomkeerbaar. Tot spijt van wie hen benijdt. De nieuwe concensus is ook de laatste konsensus.

Begrijpe wie begrijpe kan. Een beetje een einde; emoties. Wie oud wordt sterft - en sterven is niets anders dan doodgaan.

 

18-08-09

De mens als darmbakterie

Zal ik eens iets vertellen? Ik hou van mensen. En - I kid you not! - mensen houden ook wel van mij. Weet ik veel waarom - het eerste nog verbazingwekkender dan het laatste. Gemiddeld genomen zijn mensen namelijk van een stuitende rechtsigheid & alles wat daar, gemiddeld genomen, van afwijkt van een stuiterende & stompzinnige omfloerstheid. Behalve ik dan; wat het houden van mij grotendeels verklaart. & toch zit ook ik in dat gemiddelde, te spartelen om af en toe eens los te komen van volk, en vaderland (of wat ook de moderne variant van die groepsidentiteit moge zijn). Ik ben dan ook steeds verrast dat, na overwinnen van het kokhalzen over weer eens 'n lading afwijkende meningen die precies binnen de geijkte sjablonen afwijken, er niet veel afgrijzen overblijft bij nadere inspektie en konversatie.

Natuurlijk is het bij de meesten onder jullie wat moeilijker om voorbij die volkse laag van zurigheid & betweterij te raken dan bij mij (in tegenstelling tot jullie vooroordeel kom ik zelden of nooit veroordelend over in 't echt). Hoe volgzamer en/of rebelser - en zeker voor diegenen die rechts voor de raap zijn en dus zonder uitzondering een bende gedomesticeerde rebellen die aan een gebrek aan seks lijden - hoe zwaarder de opdracht om tot het besef te komen dat er iets waardevols in zit. Gevaarlijkst, en niet alleen in deze zin, zijn diegenen die al te jong over hun paard getild zijn (en zo zijn er veel, niet ik - ik heb ten hoogste mezelf over mijn paard getild); zij beseffen het laatst dat het een harde natuurwet is dat minstens 99% van wat ze denken al in minstens een miljoen gevallen gedaan en gezegd is (wist U trouwens dat ik na ruim twintig jaar als rokende astmaticus gestopt ben? & dat ik dat op een onmythische, & volstrekt doordeweekse manier heb gedaan (behalve dan dat het een zondag was - wat, indien iemand het wil onderzoeken, ongetwijfeld dé topdag is om het roken op te geven)).

Dit alles als inleiding om de weinig sympatieke teorie die ik ontwikkelde in de zware momenten van insomnia: de mens is een darmbakterie! Een goedaardige & nuttige (zelfs broodnodige) darmbakterie maar toch een darmbakterie.

Dat zit zo: de mensheid creëert een enorme hoeveelheid voedsel voor gedachten, & die hele zwik (inklusief het merendeel aan bagger) moet verteerd worden. Alleen wij mensen kunnen met al die gedachten iets aan &, zoals onze darmbakterieën, eten wij dat allemaal op. Scheiden de rommel van dat 'waar wel iets in zou kunnen zitten' en gaan met dat laatste voort. De spijtige bijwerkingen zijn dat we bibliotheken - en videotheken - en internetheken - achterlaten vol met de meest waanzinnige kak en soms ook wel weerzinwekkende kots; en dat we in het verwerkingsproces de neiging vertonen om, als een kultuur van microskopische organismen, de meest afstotelijke patronen van volksheid te vertonen die bijna elk van ons als individu afschrikt want we weten goed genoeg dat wij de volgende kunnen zijn die door "de rest" afgezeikt gaat worden zoals wij nu iemand anders afzeiken. Ik zeg 'bijna' elk van ons want er zijn zwakzinnigen die effektief elk individueel perspektief opofferen aan de hysterie van de massa's (en er zijn ook psychopaten en zo, voor zover dat iets anders is).

Maar buiten de uitwerpselen en de nevenverschijnselen filteren we overigens feilloos het beste eruit. Dat beste is de grondstof voor enkelen onder ons (noch gelukkigen, noch ongelukkigen, slechts de Usain Bolt's van de betere gedachte en kreativiteit) - de grondstof voor nieuwe gedachten die even genadeloos gefilterd worden door een nieuwe generatie van menselijke darmbakterieën. Enzovoort. Enzoverder.

Ondertussen, terwijl we allemaal samen als groep het beste uit het beste distilleren, profiteert elk van ons van de onvermijdelijke vooruitgang tot dan toe. En, zoals hier boven gezegd: met wat geduld, slagen we er allemaal in om aantrekkelijk te zijn (& ja, 'bijna' allemaal maar laat ons de lullen en de rozewaters even links liggen). En 't is mooi zo; daarom hou ik van mensen - en daarom houden mensen van mij want - heel af & toe verzin ik iets dat zo totaal uit de haak is dat het de wereld verruimt en nooit slaag ik erin om langer dan een paar minuten te doen alsof ik het zelf geloof.

Hup! Genoeg gelezen. Met z'n allen de TV opzetten. Iets vermakelijks voor mensen die vermaakt willen worden. Iets kultureels voor mensen die zich beter willen voelen als de ander. En voetbal voor de rest.

 

23-03-09

Leuteraire performances

Sta me toe dit persoonlijk te nemen: er is geen schrijver of zij staat te leuteren op 't podium en geen schrijfster of hij verkwanselt zijn tijd aan een kansel. Er moet brood op de plank, ik weet het wel, en alles is ijdelheid, het zei hen vergeven; maar wat is dat nu: schrijvers die hun teksten opvoeren alsof wij lezers niet meer kunnen lezen? Blijkbaar hebben we duiding nodig bij hun schrijven & is het risiko te groot dat we er, godbetert, onze eigen mening over vormen. Dus geven ze ons arme kinderen maar een handje en leiden ons tot hun mening die, reken maar van yes, de juiste is.

Want wat is dat nu voor iets, die onafhankelijkheid? Ho maar dat zo'n schrijfster zich bekent tot een politieke strekking. Maar wel de vinger klaar om af te wijzen, handen vol pennen om pamfletten & oproepen te tekenen. Schrijvers zullen maatschappelijk relevant zijn, of niet zijn; alsof maatschappelijkheid relevant is voor het schrijverzijn. Onafhankelijk van partijen, ongeschonden want ongebonden aan echte ingrepen. En toch verslaafd aan populariteit en verbolgen over 's woords gevolgen. Alsof de café's nog niet vol genoeg zitten met politici die voeling houden met het volk, begeven de togen het van de praat zonder haat, het geblaat zonder maat - het spuien van weer een meninkje zonder ruggengraat.

Voor, tegen - oeverloos gezwets, eindeloos geklets. Alles kan beter! Alles was beter! Alles moet beter! Geleuter door schrijvers die artiest willen zijn - en artiesten die zich voor echte schrijvers uitsloven van hun podiumtijd beroven. Gekeuter door would-be politici die betweterig beter weten - en politiekers op hun nummer zetten als ze zich door echte denkers laten besmetten. De ondraaglijke lichtheid van 't leuterbestaan: alle ballen prijs maar niet de ballen om zelf op te staan, de godverdomse kwallen - natuurlijk mogen ze spreken maar laat in godsname al dat gratuite preken.

Wat wil ik zeggen? Tja, wat wil ik zeggen? Weinig eigenlijk - misschien wel helemaal niets. Ik wilde schrijven: geschreven heb ik & zo afstand gedaan aan de lezers, met hoe weinig ze ook zijn. Niemand moet laten wat ik zeg te haten (en als ik wil zeg ik hier gewoon: 'kaas met gaten'). Schrijven is respekt hebben voor de lezers door die aan hun lot over te laten. Uitleggen, opleuken & zich door het ons kent ons te laten verneuken is alles behalve schrijven; en zo ben ik terug gelanceerd - cirkel na cirkel trekkend rond het zwarte gat van het napraten van andermans wijsheden en enkele zeldzame zelfgevonden 'zen'-momenten van wakkige oppervlakkige ietsepietserige opinies van buiten de linies. Alles beoordelen met alle voordelen, zonder risiko's op veroordelen: mijn opinie doet er niet toe, ik zeg slechts "Boe!"

 

 

25-02-09

3. Hoe?: de hipokrisie van privacy

(en meteen de laatste van een, ik geef toe: enigszins ontgoochelende, trilogie)

Het is misschien ironie, maar waarschijnlijker gewoon wraakroepend, dat Orwell's Big Brother het ekskuus bij uitstek geworden is om de zaken blauw-blauw te laten. Veel wordt er onder de mat geschoven onder het mom van privacy, want wie wordt er nog gehinderd door hipokrisie als wat je doet per definitie bijna gescheiden is van wat je zegt? Er is geen totalitair regime dat die scheiding noodzakelijk maakt & er zijn ook geen perfekt redelijke aktiviteiten of meningen die gekriminalizeerd worden en toch zorgt privacy ervoor dat we niet weten van de ander hoeveel hij verdient, of of zij de staat bedriegt door haar inkomen in de Bermuda's te innen, of of hij - hij dan weer - de mensen moreel verplicht tot een rechtlijnigheid waarvan hij zichzelf ontslaat.

Waarschijnlijk bent U nu toch licht verontwaardigd. Tenminste bent U wat konfuus en denkt U: 'Als dit al zo is, wat kan het dan al een oorzaak van onze problemen zijn?' Wel, niet zomaar een oorzaak maar dé oorzaak, en wel hierom: alles wat we op een eiland houden, ver van diskussie en kritiek, lijkt belangrijker dan wie we zijn en gaat al snel een donkere schaduw werpen over wie we zijn. Zo wordt het geld, ons geld, in virtuele maar anonieme sokken een doel op zich - we willen graag laten zien dat wij het hebben maar niemand mag zien hoeveel en waar we het hebben. Wat we doen, en wat we laten, wordt geïsoleerd zodat we kunnen doen en kunnen laten zonder er hinder van te ondervinden wat we zeggen dat anderen moeten doen, moeten laten. Zo krijgen we een maatschappij van de dubbele moraal (waar een enkele moraal al dubieus genoeg is om goedschiks te aanvaarden) die de liberale konsensus (& niet  die van menselijke maar wel die van kapitaalsvrijheid) ondersteunt. De ene moraal die tot hard werken verplicht en de andere die de verplichters van alle verplichtingen ontslaat.

Het is die dubbele moraal die de konsensus tussen kleinburgerlijkheid & libertijnen zal toelaten de kontrareformatie te prediken. Het is deze hipokrisie van die privacy die de velen verplicht tot dat waar de weinigen van ontslaan worden; want ja, ook wij willen ons deeltje van die privacy, het is het enige waar de happy few prat op gaan & ook wij willen ons een beetje deel voelen van die happy few. Helaas voor ons is die privacy ons wel gegund maar niet wat zij ermee doen: we vermogen het niet om te profiteren van de bijhorende hipokrisie & als we het al eens zouden vermogen dan ontbreekt ons het vermogen om ervoor te betalen.

Natuurlijk is het een waanidee dat iemand enige interesse zou kunnen hebben voor wat de meesten van ons uitvreten, & het is zo mogelijk nog waanzinniger te denken dat we door de band genomen dingen uitvreten die überhaupt wetenswaardig zijn. 't Ergste echter is dat we ons verplicht voelen om stil te blijven wanneer we menen dat we iets wetenswaardig gedaan hebben of te zeggen hebben. Want de anonimiteit & de sociale druk op bescheidenheid verplichten ons te wantrouwen wat anders is & te vertrouwen op uiterlijke tekenen van grandeur als enige uitdrukking van wat we zijn en wat we kunnen.

Zonder openheid geen opening naar de toekomst - de enige manier om Orwell eer aan te doen is door de nachtmerrie die we via de demokratie vermeden hebben af te schudden. Wanneer we ons laten leiden door het vermijden van een nachtmerrie dan worden we pas echt geregeerd door die nachtmerrie.

(Neen, ik stel niet voor om ieders privé-leven op straat te gooien; alleen de dingen die ervoor zorgen dat wij het rad van onze nieuwe, neo-liberale, kneuterigheid laten draaien.)

31-01-09

1. Wat?: De kontrareformatie

In augustus 2009 branden de steden in Europa zoals de steden in Griekenland al in '08 brandden. In voorbereiding op die volkswoede - roepend om hervormingen waar het smeken van nu zal gebleken hebben niet te helpen - wordt de weerstand, tegen die weerstand, al voorbereid; in Davos en ver daarbuiten. 'Stabiliteit', 'veiligheid', en 'het sukses' van een recent verleden waarin het streven naar persoonlijk sukses, als per natuurkracht, leidde tot kollektieve vooruitgang worden de marswoorden van die nieuwe kontrareformatie.

Lippendienst zal zoals in elke kontrareformatie bewezen worden aan de vraag om - eindelijk nog eens - iets fundamenteels te veranderen. Ongetwijfeld komen enkele gepreselekteerden van het huidige (para-)politieke veld naar voor, met begrip voor de beweegredenen van de revolte, maar afkeer van de gewelddadige & respektloze metodes die erin gebruikt worden. Al dan niet rechtstreeks gestuurd door diegenen die zoveel mogelijk badwater voor zichzelf wilden reserveren zal de boodschap zijn: 'het kind niet met het badwater weggooien.' Begrip zal er zijn voor degenen die het zonder badwater moeten doen: 'zolang ze maar vertrouwen houden in de selekties die de politieke partijen hen voorschotelen.'

Het laatste wat ik wil is profetisch klinken. En ik wil zeker niet pessimistische profeet zijn. Maar ongeveer zo zal het gaan wanneer blijkt dat wat werkte in de tweede helft van de 20ste eeuw niet noodzakelijk nog alsdusdanig werkt in de 21ste eeuw. Nu is het tijd om na te denken over iets anders in plaats van irrationeel te hopen dat het zal volstaan om hetzelfde gewoon anders te doen. Anders zullen onze toekomstige alternatieven niet meer zijn dan gerecycleerde recepten van het verleden, het soort recepten dat zelfs in het verleden al faalde. Des te makkelijker zal het zijn voor de kontrareformatie ('Pas op! Kommunisme.' 'Pas Op! Anarchisme.' en 'Pas Op! Weer diktatuur!') om het nieuwe te verketteren en het behoudende te konserveren - met wat pech riskeren we zelfs wat verbeterd is door onze neus geboord te zien. Het zal zeker zo zijn dat in Davos het individualisme als destabilizerend gezien wordt, & de vrije keuze van de knsument als te onvoorspelbaar in kapitalistische beslissingen - wie weet wordt 'de verbindende kracht' van de religie wel herontdekt, en worden wij weer beneveld door de no-party-drug van de religie om, vers gekneveld, wakker te worden in de het wereldlijk en vaststaand establishment van de happy few.

Neen, ik ben niet pessimistisch. Ik ben het niet omdat ook deze kontrareformatie, weliswaar, de beeldenstorm zal overleven, maar uiteindelijk in haar eigen stijfheid tenonder zal gaan - afgeworpen zoals de levende slang van de wijsheid haar oude en opgebruikte huid steeds weer afwerpt. Ik vraag slechts de moed om dit keer er minder eeuwen over te laten gaan. Niet de moed om te vechten, niet de moed om de reformatie in te zetten naar nog oudere wijsheden. Neen, moed om met nieuwe ideeën op de proppen te komen. Geen verlichting die al het licht in oude wijsheden ontkent maar een renaissance die wat goed is voor de mens redt van vergetelheid en het overige grondig onder de zoden stopt ter meerdere eer & glorie van wat nu nieuw is.

Individuele kreativiteit, talent, moet kunnen woekeren, ongeremd. Iedereen moet kunnen participeren aan de keuzes, enig en onverenigd. Onbeschaamd dekadent, overtuigd dat optimisme gewoon de waarheid is want vooruitgang gewaarborgd als de kultuur het zichtbare resultaat is van iedereen die, als 'ik', beïnvloed wordt door iedereen handelend als 'ik'.

De tijden van bescheidenheid zijn voorbij. Laat de mens mens zijn & de problemen zullen altijd weer tot het verleden behoren. Het probleem ongebreidelde ambitie is het probleem van nu en de revolte kan pas gestopt worden als menselijke ambitie weer ambitie wordt om menselijke dingen te verwezenlijken. Tot dan zijn we ezels, ezels lopend als kippen zonder kop van de wortel 'beter zijn dan de meesten' & de zweep 'wie uit de pas loopt kan alles verliezen'.

 

18-01-09

Het falen van 'sukses'

'Ergens suksesvol in zijn.' - dat is de dwingende opdracht die de 20ste eeuw meegaf aan ons allen. Laat me eens filosofisch zijn (met dank aan ene Gilbert Ryle) en laat me dat suksesvol zijn vergelijken met, hmm, 'iets leuk vinden'. Als je iets leuk vindt is de verleiding groot om te denken dat er 2 dingen gebeuren - uiteraard doe je iets (lezen, neuken, ...) maar tegelijkertijd neem je deel aan de essentie van iets dat je als 'leukheid' kan bestempelen. Die laatste gebeurtenis is een persoonlijk gevoel, & alsdusdanig essentieel (althans in de simplistische opvatting van individualiteit).

Dat kan dus niet kloppen. Hetgene wat we leuk vinden & dat dus echt persoonlijk is, wordt zo namelijk de bijkomstigheid terwijl het meest onpersoonlijke ons doel wordt als zogenaamd 'vrij' individu.  De fout ligt simpelweg in het feit dat er niet 2 dingen, maar slechts eentje gebeurt. Wat er gebeurt is dat je leest, neukt of geneukt wordt en dat dat lezen, neuken of geneukt worden - tja - 'plezant is'. Leukheid, of plezier, zoeken op zich is een zoektocht zonder voorwerp want plezier is iets dat komt terwijl je iets doet dat, zo merk je dan al doende, plezier geeft.

En zo is het dus ook met sukses. Alleen tracht sukses nog meer zijn eigen leven te leiden dan plezier want als je 'ergens suksesvol n bent' lijkt hetgene waar je sukses mee bereikt bijna volledig verdwenen en lijkt het enige dat nog over is 'sukses' zelf. Het is alsof de Mount Everest beklimmen zich beperkt tot op zijn top staan, en naar de kamera te zwaaien; alsof verliefd zijn een fakultatieve periode is die het huwelijk voorafgaat. Misschien lach je met die vergelijkingen maar feit is dat het laatste - tot zeer onlangs - overal de regel was, terwijl het eerste vanaf het begin een belangrijk aspekt was en meer en meer het belangrijkste aspekt wordt (waarom zou je ook de Mount Everest beklimmen behalve om een vlag te planten op de top?).

Door sukses los te zien van de gebeurtenis of aktiviteit waarin sukses bereikt wordt komen we in een tweede anomalie terecht. Sukses wordt individueel terwijl (zie twee paragrafen hierboven) het streven van het individu iets onpersoonlijks zou zijn.

De kombinatie van individuën die iets onpersoonlijks nastreven is niets anders dan het falen van 'sukses'. Het is een gevaarlijk falen. Zeker zo gevaarlijk als staten en volkeren die iets bijna persoonlijks nastreven. Het is gevaarlijk zoals God, staat, en volk gevaarlijk zijn: het reduceert het individu tot iets wat kwantificeerbaar goed is - het is dan ook een mechanistisch idee van menselijkheid. Hoe goed het ook is om op z'n minst al het individu centraal te stellen zo nieuw is het gevaar dat individu te isoleren - als individu - van zijn of haar omgeving door de individualiteit te limiteren tot zijn 'verwezenlijkingen'; alsof er verwezenlijkingen konden zijn zonder individuën die iets verwezenlijken in de kontekst van andere individuën.

Sukses is het modewoord. Men denkt dat het modewoord een woord is dat naar iets 'op zich' moet refereren zoals het woord 'eend' refereert naar eenden. In die zin zal het zaak zijn om ons van het woord 'sukses' te ontvoogden (zoals we ons nog altijd aan het bevrijden zijn van het woord 'God'). Uiteraard is er niets verkeerds aan iets, bijvoorbeeld een stuk over het falen van 'sukses', met sukses te doen; als & indien we ook werkelijk iets met sukses slagen te doen in plaats van zomaar suksesvol te zijn abstraktie makende van wat we menen te moeten doen en van wat anderen er aan kunnen hebben. Twee abstracties die misschien op zich onmogelijk zijn en toch zeer reëel aanleiding kunnen geven tot Frankensteiniaanse gedrochten van levens; tot en met een Brave New World.

Doe dus vooral wat jij uit zeer individualistische overwegingen wil doen, en meent te kunnen doen. Je zal nooit in een situatie komen dat het iets is dat losstaat van wat anderen willen dat je doet of denken dat je kan doen. Wat je wil en kan doen zal (& dat zal altijd zo zijn) mee bepaald zijn door een omgeving van andere individuën en je zal er sukses mee hebben (hoewel niet noodzakelijk kwantificeerbaar met één en dezelfde maatstaf onafhankelijk van wat het is dat je wil doen want: doen en meten zijn nu eenmaal niet van hetzelfde soort).

(Pfff, sorry, misschien was dit eerder iets voor in het Engels op die andere blog. Tja, nood breekt wet. Misschien een andere keer met meer sukses opnieuw geprobeerd, aldaar)

27-12-08

En nu: iets immaterieels!

"De grote gedachte ontspringt bij een eenvoudige vraag." Ik weet niet wie het zo zei & zelfs niet of iemand het al ooit zo zei. Maar, als U nood heeft aan wat gravitas om onderstaande serieus te nemen, denk dan gerust aan Thales van Milete, of één van de andere pre-socratici (gelieve geen Aziaat te nemen, daar komt slechts verkeerde wollige spiritualiteit van).

Ik bevond me in Parijs, aan de ontbijttafel, in afwachting van een aktiviteit die geen enkele indruk zal achterlaten op mens noch maatschappij (dit laatste is slechts een stijlfiguur want er is natuurlijk geen verschil tussen mens en maatschappij; daarover een andere keer, en elders, meer). Mijn kollega, enigszins onder de indruk van wat de mens heden ten dage aanvangt met het milieu, vroeg zich luidop af - "Er is toch een grens aan 's mens materiële rijkdom." - of toch iets dergelijks (ik vermoed dat weinigen onder ons zich nog aan een genitief wagen). Het was in elk geval bedoeld als een retorische vraag en dus voldoende om de retorische stier in mij te wekken.

Ik dacht aan Malthus en hoe iets begrensd kon zijn zonder dat er iemand ooit een vaste grens zou kunnen berekenen. Dat maakte mijn kollega ietwat nerveus (er is iets hoogst onbevredigends voor de mens aan onverzadigbare onbekenden, zeker nu de goede gewoonte groeit om in zulke gevallen niet steeds naar God of 'iets' in die trant te verwijzen). Dus, ik was mild gestemd die ochtend, deed ik in mijn hoofd wat U nu gaat doen via volgende link:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/materieel

En dat was het! Wat Thales van Milete, of zo, ook mogen gezegd hebben: de grote gedachten ontspringen niet aan eenvoud maar aan de ontdekking van onzin, onzin die ons dagelijks taalgebruik is binnengeslopen en zo - van binnenuit - ons 'gezond verstand' verziekt (waarover op hetzelfde elders & nog een andere keer ongetwijfeld ook veel meer). Uiteraard is de materie hier in het ondermaanse begrensd maar de materiële grens ervan doet niet ter zake! "Ha!" dacht ik & mijn kollega was eventjes zelfs geïnteresseerd.

Ha!, want inderdaad - als de ekonomie groeit betekent dit niet dat het verbruik van materie evenredig groeit. Er is namelijk zoiets als het "Britney Spears-effekt" - haar gekweel zit in de ekonomische groei maar legt minder beslag op materie dan, bijv., een super-ekologisch-verantwoorde 4*4 van BMW. Mijn kollega fronste: deze keuze tussen Britney Spears en BMW's was allerminst simpel voor hem. Gelukkig was er op dat moment voor mij geen gesprekspartner meer nodig. De stier was los & de vraag mocht vluchten zoveel zij wou: de strijd was nu onvermijdelijk en ik zou winnen.

Uiteraard is de ekonomische groei vanaf een zeker welvaartspeil voornamelijk zaak van stijgende konsumptie van immateriële goederen. Dat verklaart ook die recente schaarstes op de markt van primaire goederen; de wereldgroei zit gelukkig genoeg geconcentreerd in gebieden die dat welvaartspeil nog niet bereikt hebben. De onzin bestaat dus uit de taalstandaard die 'materieel' als epitheton ornans van rijkdom is gaan beschouwen (neen, geen concessies hier - ga maar naar www.wikipedia.org als je er nood aan hebt, dat doe ik ook). Die standaard wordt gebruikt aan beide zijden van het debat als common ground. Voor de enen is alles wat materieel is heilig - en voor de anderen is rijkdom onrein (ja, zeg maar rustig: "Dekadent!" - zoals in "Het dekadente Westen.").

Maar daar deed ik het zoëven zelf en dus moet ik met enige vertraging weer even iets doen in mijn hoofd. Volgt U gerust mee op:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/immaterieel

Zoals Bergson het al zei: het is niet omdat 'iets' niet bestaat dat 'niets' wel bestaat. Ofte, het alternatief voor materieel hoeft niet immaterieel te zijn (met dit alles viel ik mijn kollega niet lastig, voornamelijk omdat ik het toen niet op tijd bedacht). De valkuil hier is de valkuil van diegenen die rijkdom onrein vinden - & reken er maar op dat als je samen met zulke in een kuil zit dat het er stinkt. Er is niets wolligs, of spiritueels, aan wat ik wilde zeggen. Het is slechts kwestie van materiaalverbruik en de vaststelling dat er (vanaf een bepaald punt) geen evenredigheid is tussen onze rijkdom en ons materiaalverbruik. Dat punt bereiken er meer en meer & opvoeding laat ons toe dat punt laag te houden; we zijn rationele optimisten hier.

Eerder is er een omgekeerde evenredigheid - hier pikken we terug in bij m'n kollega die van fronsen tot schouderophalen evolueerde. Al wandelend naar het werk was er grote ontgoocheling bij hem dat het intermezzo van hotelkamer-betalen er niet toe in staat bleek mijn stier terug te laten inslapen. Omgekeerde evenredigheid - want de mens is de voornaamste materiaalomzetter - hoe meer materiaal er voor onze rijkdom dient omgezet, hoe meer de mens moet werken.

Vermits er dus tijd nodig is om zelfs maar Britney Spears te konsumeren is verbruik van materialen een materiële beperking op ekonomische groei. Er is dus niet alleen een grens aan het materiaal dat we kunnen verbruiken; als we echt almaar rijker en rijker willen worden (en als we rationeel zijn is het dat wat we willen) dan gaan we die grens nooit zelfs maar benaderen. Lang voor we met die grens te maken hebben, is de nieuwe evolutie naar alsmaar minder materiaalomzettend werk in volle zwang en evolueren we naar "mekaar bezig houden' (een beetje zoals ik jullie nu bezighoud).

"Oef," dacht mijn kollega, "eindelijk gedaan." & tot zijn kosternatie vond ik toch nog een klein mankement aan mijn redenering. Mensen zijn dermate geïndoktrineerd in hun hang naar het materêle dat niet alleen hun leven maar alle leven heilig is - dat is een showstopper (ik begon al te denken in de taal die ik voor het werk gebruikte, we waren bijna ter bestemming). Welvaart - meer bepaald de opvoeding waarzonder er geen sprake van welvaart kan zijn - beperkt geboortes; dat is toch wel afdoende bewezen. Maar ze heeft vooralsnog het perverse effekt ook sterftes af te remmen - en zonder sterftes blijft er het probleem van groeiend materiaalbeslag.

Dus is de vraag in hoeverre sterven een probleem is voor onze rijkdom. Vroegtijdig sterven is dat zeker maar laattijdig sterven is dat gelukkig ook - en ik heb het hier niet over dementie of andere, uit te stellen, aftakelingsverschijnselen. Eens genoeg tijd gehad is elke extra tijd niets anders dan achteruitgang. Een veralgemeend recht op sterven met voldoende procedurale omkadering zal er ongetwijfeld voor zorgen - op korte tijd, zoals dat ging met kontraceptie - dat de gemiddelde leeftijd eindelijk terug zal lopen in het Noorden. De redenering is voor een andere keer, vermits we inmiddels ter bestemming waren ('Rare jongen, die spreker." dacht mijn kollega); maar, in dit geval zoals in het geval van de geboortebeperking, is het nodig dat we voldoende loskomen van pausen en andere predikers zodat we de mens via akties kunnen laten spreken.

Lang genoeg? Of gaan jullie klagen over 'te lange zinnen'? Fuck off als je jezelf zo vlug verveeld!

 

30-11-08

Vrijheid-Luiheid

Het is één van die stichtende gedachten: 'iedereen wil vrij zijn'. Probeer maar eens -zeg het luidop - en je zal automatisch de priesterintonatie voelen opkomen. & nogal wiedes dat we vrij willen zijn: vrij om te zeggen wat anderen denken & vrij te geloven waarover anderen ons de les spellen. Althans dat is de vrijheid van de armen, en de afhankelijken; die voor hun vreten afhankelijk zijn van prekende liefdaders, of voor hun samenzijn wat aandacht moeten bedelen van de aantrekkelijken, of (miserie in het kwadraat) beiden.

Gelukkig geraken we gaandeweg Verlicht. De prekers worden - al te langzaam, maar toch - ontmaskerd als mestkevers wier belangrijkheid recht evenredig is met miserie die ze dan ook instandhouden. De aantrekkelijken zijn niet meer als een volwassen ekwivalent van de speelplaatsdiktators wier populariteit enkel & alleen lbestaat in de schare van volgzame volgelingen die ze door intimidatie hebben opgebouwd.

Vrijheid-Blijheid wordt, eindelijk, het streven. Dat onderstelt financiële & intellektuele rijkdom. Het laatste op zijn beurt veronderstelt het eerste (tenzij je de moderne, en, lichamelijk, aantrekkelijke prekers gelooft die je van je fnianciële rijkdom verlossen, zodat je mentaal vrij wordt om je identiek te gedragen aan duizenden anderen). En, dus, beginnen we te werken aan de kollektieve rijkdom die ons als individu in staat stelt uit de voogdij van vreten en onweten te treden. Zo ver zo goed - socialisten en liberalen kunnen niet verliezen zolang ze individuele vrijheid, kollektieve solidariteit en ideologische bescheidenheid afwisselen in het voordeel van de mens.

Helaas! Iedereen wil vrijheid, maar wat moeten we ermee?, Waarvoor dient het? De brainwashing van duizenden jaren 'dat alles ergens voor moet dienen' laat zich met moeite verslaan. De ene zegt kopen, kopen, kopen met als konsekwentie dat we er konstant achterlopen, lopen, lopen even vrij als ezels voorzien van wortel-voor-ogen lopend in ongehekte weiden. De andere vraagt, neen: eist!, engagement want - ja! - we moesten ons schamen dat onze voorouders zo gewroet hebben en wij laten het maar hangen en dubbel-schamen dat onze kinderen niet hebben wat wij denken dat ze nodig hebben.

En Nietzsche heeft misschien gelijk. De laatsten worden prekers. De eersten worden aantrekkelijken. Weer worden we, rijker en beter opgevoed weliswaar, geplet tussen als afgunst vermomde vrees voor de enen en als vrees verkochte schaamte voor de ander. Gewrongen tussen hoer en paus in plaats van tussen paus en hoer: waar is 't verschil? De testosteron wint uiteindelijk weer. Een beetje paus gaat naar de hoeren, en elke hoer gaat wel eens biechten - zelfs idealistische terroristen slaan nooit hulp af van de onderwereld.

Laten we het daarbij? Zijn we tevreden dat we de kerk hebben mogen omwisselen in de sekuliere engagementsvereiste met haar klimaatmissen en wat dies meer zei? & zijn we kontent dat we gaarkeukens hebben omgezet in rattenloze sterrenkeuken in dewelke we als ratten gevangen zitten om te dienen als weleer voor onpersoonlijke, gezichtsloze 'machten' in de vorm van grote bedrijven en wat er nodig is om hen in stand te houden?

Misschien, tenzij we eindelijk beseffen dat vrijheid nergens toe dient. Vrijheid geeft, en helemaal niet slechts, de kans op luiheid. Vrijheid-Luiheid en wat eruit komt dat komt eruit. Het maakt niet uit of we met veel zijn of veel hebben; het is genoeg dat we genoeg hebben om prekers en machthebbers tegemoet te treden met een dikke fuck you! zo het ons belieft al enige aandacht te besteden aan deze parvenu's. Het is dus niet liberaal om de liberale tema's van persoonlijke rijkdom te bespelen want niemand wordt er nog vrijer van. Zo is het ook niet socialistisch om mensen te laten maken en boetseren tot ideale geëngageerde zielen, want niemand wordt ontvoogd door ze aan nieuwe voogden toe te wijzen.

Vrijheid-Luiheid dus. Noch schaamte, noch afgunst. Elk minimum aan kontributie zal volstaan om maximale vrijheid te krijgen. Niet de vrijheid om de natuur van andere halfronden te eksploreren, niet de vrijheid om privé-vliegtuigen te kopen; vrijheid is immers dan wel een kwantitatief maar allesbehalve een lineair verschijnsel. Aan die andere kant is de grootste ontvoogding een erg lineair verschijnsel: hoe minder tijd in gedwongen kontributies tot nut van 't algemeen, hoe ontvoogder. De tijd die hier vrijkomt is van niemand anders dan het individu en ook eindeloos TV-kijken is niets om schaamte over aan te praten.

Uiteindelijk moet het vertrouwen in de mens winnen van ideologische fanaticiteit. Er is niets beter wat de mens met zijn tijd kan doen dan wat zij beslist ermee te doen. Te makkelijk? Alleen omdat je niet kan loskomen van de pastoor zijn preek dat het pad dat tot de heerlijkheid leidt een moeilijk pad is. Moeilijk mijn aars; een heerlijk pad kan per definitie geen gedwongen moeite vereisen.

 

27-10-08

Bitsig binair bikkelen

De landelijke politiek heeft iets weg van een Suske & Wiske strip: een goed stafrijm of zo en je kan er weer een paar jaartjes tegenaan. Lambik rules! Knipogen

Elk 'goed' standpunt beperkt zich tot het tegendeel van een 'slechte' keuze. Hitler & Stalin zijn nooit ver weg als hulplijnen voor elektoraal gewin. Verder dan het verre en stripmatig duidelijke verleden komt men niet. De 'toekomst'? - why bother als je je er gemakshalve uit kan lullen met wat platitudes over de fouten van een ander, die bovendien veiligheidshalve morsdood is. Nu politici samen met bevriende managers joggen & fietsen tot ze erbij neervallen is intellektuele inspanning uit den boze.

Binnenkort, hout vasthouden, hebben we een Amerikaanse president die beduidend linkser is dan de Vlaamse socialisten (jaja, weer daarover, sorry, de laatste keer - ik beloof). We mogen het hout zelfs loslaten want de Franse president van erg rechtse komaf is al beduidend sociialistischer dan onze Vlaamse socialisten; hij stelt zowaar internationale monetaire en fiskale oplossingen voor! Te lande, in provincies, dorp & stad blijven we verdedigen wat we anderen overduidelijk niet gunnen. Schietoefening dan maar: een morsdode Reagan en een breindode Thatcher worden bitsig in binair reliëf gebracht om het bikkelen in de achterhoede te bestendigen - de liberalen zijn immers de nieuwe vijand - konijnen hebben nu eenmaal schrik van alles.

'Maakbaarheid' schijnt het enige te zijn dat hedendaagse socialisten nog ideologisch verbindt met die goede oude 19de eeuw. Meer dan eens heb ik gehoord hoe wij erin moeten blijven 'geloven', horresco referens. Dat de maatschappij maakbaar zou zijn is het meest laakbaar aan de originele filosofie van Karl Marx, dat we gehouden zijn om alles behalve te geloven is de grootste blijver van die filosofie - het hedendaags Vlaams socialisme kombineert dus het slechtste van Marx met het gemis aan wat er het best aan is. Het hedendaags Vlaams socialisme is dan ook Vlaams, & alleen om die reden al geen socialisme meer; de socialistische internationale is internationaal, want zolang staten met mekaar konkurreren is de massa de pineut en het kapitaal de winnaar.

Oeps, Marx, Karl Marx; hem vernoemen staat gelijk met de excommunikatie uit die Vlaams-socialistische geloofsgemeenschap. De binaire tegenstanders moeten maar van Karl naar Stalin of Mao en daar sta je dan met Reagan en Thatcher. Zwijgen, zo luidt de boodschap als het Marx betreft. Ssst, laat ons het rap over anderen hebben - neo-liberalen of zo - bah, bah, dát is dus niet wat wij willen. Wij willen betuttelen, & wij vrezen voor de kreativiteit van het individu, wij geloven dat de staat het geweten van de burger moet zijn, in die ene goede maatschappij waarin alles gemaakt is tot goedheid en iedereen het risikoloos gezellig heeft. Ontvoogding, hmm ja, dat willen we ook wel tot op een zeker punt: het punt waarop iedereen beseft dat het goed en knus is om bevoogd te zijn. Initiatief, bwoa, misschien, als het de randvoorwaarden niet teveel verandert want dan zijn die lieve burgers allegauw de kluts kwijt.

Het is idioot om een binaire tegenstelling te zoeken tussen socialisme & liberalisme - het zijn twee takken van dezelfde boom. Een boom die, zoals Marx als een van de wortels ervan, pleit voor een globale kontekst waarin universeel gelijke kansen zijn - en ook wel een boom die, ook zoals Marx, vreest voor de grootheidswaanzin van de kapitaalkrachtigen - en, ja, ook de boom die, contra Marx, tot het inzicht gekomen is dat de mensen vrij moeten zijn om hun toekomst te kreëren zonder door de elite geboetseerd te worden tot een (arm) evenbeeld van het (rijke) establishment, vrije markt quoi.

Noch 't één, noch 't ander - kansloos dus in de vaderlandse verkiezingen. Het risiko op groot verlies is namelijk erger dan de zekerheid van afbrokkeling.

 

14-09-08

Innovatie door uitputting

Ben je al eens doodop geweest? Zeker wel. &, voelde je je toen geïnspireerd? Zeker niet. Nochtans is dat de opdracht van onze hedendaagse profeten: hard werken, én innoveren. Alsof er geen tegenstelling is als de profeten ze zelf niet voelen. Niets is zo eenvoudig als denken dat je hard werkt en denken dat je innoveert.

In het eerste geval volstaat het weinig thuis te zijn. Voor de zekerheid klaag je bij je thuiskomst over wat je niet gedaan hebt & wat je nog moet doen. Indien er dan toch nog iemand aanspraak maakt op jou als persoon - dus niet op jou als een keiharde voorbeeldige werker - kan je nog altijd vluchten naar de webmail of de GSM. (Versta me dus niet verkeerd: hard werken ís hard werken!) Het tweede, denken dat je echt innovatief bent, is dan toch een ietsje eenvoudiger. Waar geen tijd maken toch nog inspanning vergt, is onwetendheid een zalig geschenk van de natuur. Gewoon geen inspanning doen leidt tot die zalige staat van onwetendheid die je minste aktie lijkt tot leven te brengen als het summum van innovativiteit. Applaus! - je hebt ontdekt dat door hard werken en innovatie we de pensioenen kunnen blijven betalen. Leuk; ook alledaags lineair denken wordt nu beloond met de prijs van de innovativiteit. Er is eindelijk ruimte voor de medaille van braafheid en zelfnegatie.

Feit is dat kneuterige kortzichtigheid het resultaat is van het nieuwe en dubbele juk van hard werken en innovatie. De paus mag dromen van zijn come back - wie hard werkt heeft geen tijd om na te denken, wie niet nadenkt kan slechts innovatief zijn in manieren en redenen om harder te werken. Wie profiteert? Juist - diegenen voor wie hard werken fakultatief is. Zij creëren reusachtige burokrasieën van kapitalisties hard werken waar de demokratie erin bestaat dat niemand nog nadenkt. Nadenken is ook effektief 'uit', van nadenken wordt je ziek. Sommige hedendaagse profeten, die van de verbondenheid aan de 'lokale kultuur', zijn eerlijker: nadenken is ziek - wat is is waardevol, wat niet is een bedreiging.

Bollocks, hard werken heeft geen enkel verschil gemaakt in onze maatschappelijke vooruitgang. Vooruitgang is per definitie minder hard werken. Het enige van belang is hard 'genoeg' werken. Net hard genoeg om een verschil te maken, iets nieuws te kreëren.

Ik heb hard genoeg gewerkt voor een paar weken.