22-01-10

Blijf vooral binnen je comfortzone!

'STRETCH!' Dat was de leuze op het einde van de XXste eeuw. 'Challenges' waren er nodig. 'Gaps' moesten gevuld worden. En ja: 'the sky was the limit'. Het begon in de jaren '70. Zoveel was er bereikt in zo weinige decennia. De wereld was, plots, wereld geworden. Wat in 1958 nog exotisch was was niet zo heel veel later voor iedereen al eroties en in de jaren '70 al aanleiding tot iets beginnends xenofobisch.

De wereld een dorp. Troosteloos, zoals elk dorp. Bekrompen ook - iedereen kijkend naar de eigen verworvenheden en iedereen vastgeroest in het eigen gelijk. En maar trachten te bewijzen dat de eigen tuin de grootste vruchten voort kon brengen. Zo is de periode van het meten begonnen. Meten van kompetitiviteit. Meten van output & performance & nog zovele andere zaken die zich slechts in de wereldtaal uitdrukken laten. Meten is weten en iedereen moest uit zijn kot komen. Uit de komfortzone. En allemaal bewijzen dat hun gehucht het beste boeren kon.

De Angelsaksische suprematie van lage belastingen, grote inkomensverschillen - en de rusteloosheid van de Droom die nimmer vervuld worden kan omdat het altijd, en overal, altijd groter en beter kan. Weg van zichzelf - een leven van dwangmatigheid en stress. Immer ontevreden met de eigen talenten. Immer vorwarts. Wie tevreden is met zichzelf zou het nooit 'maken'. Want alles moest gemaakt, eerst en vooral je eigen zelf.

En in die rusteloosheid het zoeken naar ankers, naar rustpunten en zekerheden: de revival van Burke en het konservatisme. In de eigen menselijkheid geen rust, & dus maar rust in de eigen andersheid van het eigen gehucht. Wereldprestaties, met een dorpsmentaliteit. Kultuur, cultuur en bloed en bodem en nationaliteiten en volkeren; verenigd in een geglobalizeerde draaikolk die spiraal-gewijs iedereen gelijktrekt in 't konstant over de schouder kijken. Cocoon'ing, ja, maar enkel in het Engels.

Iedereen gelijk: niemand in zijn of haar komfortzone.

De XIste eeuw nu. Zelfs de vakbonden hebben over de grenzen leren kijken. Nu pas zien we hoe we allemaal in dezelfde boot zitten. De wereld wordt langzaam een stad met wijken voor elk wat wils; waar elke avond een andere avond is. Waar je anderen gerust kan laten, en zij jou. Dorpelingen voelen zich er onveilig omdat hun mijnheer pastoor die zijn handen niet kan thuishouden hen indoktrineerde met een gedachte dat er in de steden alleen maar mensen wonen die hun handen niet thuis houden & langzaam zien ze dat de enige die met zijn handen in zakken zit de pastoor is - en de  grootgrondbezitter die ze langzaam zien als de uitzuiger die hij werkelijk is.

Blijf binnen je komfortzone. Ga uit van eigen talenten. Laat je niet martelen door je uit te rekken in richtingen waar anderen altijd groter in zullen blijven.

Misschien klinkt het al wel niet meer zo belachelijk. Misschien gaan we genieten van hoe anders de anderen zijn. Hoe anders wij zijn. Stoppen met meten wie de langste heeft, of de goedkoopste is, of de produktiefste.

Genietend. De handen onder het hoofd. De enkels over mekaar. Licht wiegend in de hangmat. Kijkend naar een stralende zon die inspireert te doen wat je wil doen & die je doet schaterlachen dat er ooit mensen waren die zichzelf opofferden om zo te zijn als niemand ooit zijn kan. Niemand buiten the American Dream dan toch.

16-12-09

Contraminderen

Terwijl een nieuwe preutsheid zich als een deken over het Westen uitspreidt - speelt men almaar fanatieker met het woord 'consumeren'. Dat begint met de afschuw van vlees eten, dat eindigt met afschuw voor het vlees. Een zoektocht van Westerlingen, de handen braaf in de lucht wachtend tot het deken ligt, zodat ze hun handen zedig bovenop het deken kunnen neervleien. En elk moment nu kan men terug beginnen over 'spiritualiteit'. Iets om voor te leven. Iets om voor te sterven dus ook. Eerst zal er bezorgdheid zijn, bijvoorbeeld over luide muziek. Dan verontwaardiging, neem nu over de impakt op onschuldige bijstanders. Uiteindelijk, moet het maar eens uit zijn met al die pokkeherrie!

'Consumeren', het ís geen mooi woord. Daarom is het een goed woord: onhipokriet. Uiteindelijk gaat het om het verbranden van iets ter meerdere eer en glorie van: wij die het verbranden. &, Meer en meer konsumeren we dingen die niet-essentieel zijn voor ons overleven (toch niet voor ons fisiek overleven). Voor de nieuwe preutsheid, zoals voor de oude, is dat zonde. Nog niet letterlijk zonde maar toch al bijna. Dat is niet zo, uiteraard (nog onafgezien van de idiotie van het konsept zonde) - de beste (helaas nog te ontdekken) maatstaf voor menselijk beschavingsnivo is de proportie van konsumptie van non-essentials. Voor hardhorenden, wiens verstaan belemmerd is door het geschreeuw over allerhande essentiële normen en waarden: "Hoe groter, hoe beschaafder."

(en, terloops gezegd hier voor uitwerking op simpele aanvraag, vanaf een bepaalde konsumptie is de relatie tussen eksta konsumptie & beslag op fisieke middelen van een uitgesproken omgekeerde evenredigheid; hoe sneller de konsumptie stijgt hoe vlugger uit de miserie - een beetje zoals seks en misbruik van vrouwen)

Wat me brengt tot een fundamentele misvatting in onze Westerse maatschappij, de misvatting dat kompetitie goed is omdat 'de konsument' het beste er dan uitpikt op prijs, kwaliteit of verhoudingen van de twee. Het probleem hiermee is allerminst dat, kompetitie niet goed is. Kompetitie ís namelijk goed. Het probleem is de misvatting over 'de konsument'. De konsument wil niet kiezen. De konsument is helemaal niet goed in het beste eruit te pikken (behalve dan op de eigen, en hoogstperoonlijkste, emotionele gronden). De konsument konsumeert. En ja: het is uiteraard zo dat wát ze konsumeert interessant om maken is. Maar wat absoluut niet volgt (noch logisch, noch empirisch) is dat het dáárom nodig is om het in verschillende soorten & maten te maken.

Allesbehalve, wij haten keuze. Als we internet willen willen we internet. & Als internet duur is willen we zoveel internet als we kunnen betalen met wat we kunnen betalen. De enige keuze die we willen is de keuze waarin we onszelf kunnen uitdrukken, waar we ons kunnen laten verleiden en zelf een beetje flirten met de nieuwigheid, & onze originaliteit. Want konsumeren is in essentie niets anders dan kreëren. Kreëren van wie we zijn. Konsumeren is de meest demokratische vorm van zelfekspressie en dus van kunst. We willen slechts kiezen op basis van wat nog niet essentieel is.

Slechts in die, bijzonder gereduceerde, interpretatie is produktkompetitie goed. Niet omdat het kompetitie is tussen produkten maar omdat het de zoektocht is naar wat de mensen het meest bevalt, het meest inzicht geeft. Alleen dus in die interpretatie van kompetitie die - indien dat betekenisvol kan gezegd worden - dat er kompetitie is .... in de kunsten.

Dat betekent ook dat de goedheid van kompetitie eigenlijk gebaseerd moet worden op iets anders dan de konsument. Het alternatief ligt voor de hand - baseer het nut op de producent. & inderdaad: zonder aansporing van kompetitie mist de producent elke aansporing om de fabrikage te optimalizeren. Neem energie: het is fout om de drive naar alternatieven te leggen bij de konsument. De essentie is om producenten te zeggen: "Of je haalt X tegen kost Y, of je verliest." Perfekt programmeerbaar, en voor de fans van maakbaarheid: perfekt maakbaar - maar blijf met je fikken af van de persoonlijke voorkeuren van wat mensen wal dan niet moeten doen (ten hoogste hou je je bezig met een enkel iets dat ze spijtig genoeg moeten laten).

Dat - mijne heren en dames - is de resterende denkfout in het liberaal kapitalisme! Kompetitie is een spel dat moet opgezet worden om de beste wijze te vinden om W te maken (& X wordt best gestandaardizeerd). Konsumenten moeten zich uitsluitend en alleen bezighouden met welke 'X'-en ze willen en belangrijke zaken zoals hoe ze er moeten uitzien ;-)

 

06-12-09

de kleine droom & De Groote Droom (3)

Een stukje proza. Zo vroeg ze het niet. Ze was niet mooi - niet het soort lerares dat voorwerp zou uitmaken van masturbasie-fantasieën van haar puberende leerlingen. Als ze zich bewust was geweest van de mogelijkheid zulk een voorwerp uit te maken had ze dat goed gevonden. Althans, ze had niet erkend dat ze zich erdoor gekrenkt voelde. Ook niet tegenover zichzelf. En trouwens: het waren andere tijden, tijden die onbekommerd toelieten om tegen zichzelf te fluisteren: "Goed dat ik geen voorwerp ben; zelfs niet in de dromen van hen die wanhopig op zoek zijn naar onderwerpen." Tijden zelfs die toelieten om alleen wat voor de punt komma staat tegen zichzelf te zeggen (zonder nood aan fluisteren zelfs) & wat na de punt komma staat ongezegd te laten. Tijden waar eerlijkheid alleen jegens God nodig was.

Neen, ze vroeg: "Een stukje toneel." En ze gebruikte ook het woord "origineel" maar niet rijmend want rijmen was uit de mode nu het postmodernisme ook de provinsies bereikt had. Lelijk was ze ook niet; &, lelijk gevonden worden zou haar wél geschokt hebben. Ze keek naar de pokdalige - Raf, denk ik - die ze later ook zou voorstellen als kandidaat voor een TV-programma, in tijden waar TV-programma's onbereikbaar waren (en ook kultureel onverdacht, zoals nu maar anders: alleen voor pubers, & nu alleen voor niet-pubers, misschien). Het zou gaan tussen hem en Bart (die later iets permanents zou doen voor TV, uiteindelijk achter de schermen; hij was, & wellicht is, de slechtste nog niet die Bart). Waarom toneel? Omdat we naar de Blauwe Maandag Compagnie gingen, in Antwerpen; een stuk van een oud-student van haar (de oud-student was lelijk, zoals zij, en dus de regisseur en, wie weet, ook de schrijver). & Zij zag er uit als een oud wijf dat meer wilde dan slechts in zijn dromen zijn die dag, de dag van de uitstap. Maar ik sla best geen stappen over; of althans daarvoor werd ik door haar veelvuldig op gewezen (zoals op het gebruik van 'En', in het begin van de zin; daar trok ze zelfs punten voor af zodat ik die gewoonte niet meer afleren kan).

Toneel dus. En ik dacht onmiddellijk aan cowboys en indianen - die beseften dat ze indianen en cowboys waren - maar die ook beseften dat ze nu eenmaal zo waren, & niet anders want ontsproten aan mijn brein; als cowboys en indianen. En mijn groep was onmiddellijk akkoord. Het skript was er vlug en al gauw bleek dat onze grootste uitdaging de slappe lach zou zijn. Wat op zich niet erg was want - zeg nu zelf: als jij een cowboy (of indiaan) moest spelen die besefte dat ondanks het beseffen er niet anders aan te doen was dan cowboy (respektievelijk indiaan) te zijn? OK, allicht niet al te overtuigend dus beeld je bovendien in dat je puber bent en dat je weet dat dat kreng van een lerares Nederlands ab-so-luut niet kan lachen met absurditeiten - als dat nog niet volstaat dan ben je waarschijnlijk Raf (of de lerares Nederlands) in welk geval ik "Sorry!" zeg, uit de grond van mijn hart (want het is niet rechtvaardig om zo een voorbeeld uit te vergroten en de illusie te wekken dat de uitvergroting nog altijd een deel is van dezelfde werkelijkheid waaruit ze uitvergroot wordt). "Sorry!" dus, en nu moet ik voort want sommige mensen, ook ik bijna, verkwanselen een heel leven met sorry te zeggen (of te denken dat uit-de-kast-komen zal kwetsen en dan maar in de kast blijven tot geluk van velen die hen niet kennen & tot ongeluk van hen die hen wel kennen - of beter meenden te kennen als iemand die niet uit de kast hoeft wegens voldoende geliefd door hen om gewoon te zijn zoals ze waren).

Ook Raf en Bart hadden een stukje. Ze zaten zelfs in de zelfde groep. & Hun stukje was niet op rijm & hun stukje borduurde ook niet voort op vorige 'kreatief schrijven'-opdrachten zoals daar zijn origineel gebruik van gezegdes en spreekwoorden en, tja wat? Ik meen me te herinneren dat ze iets magies-realisties deden - of iets tussen, alfa en omega - of iets met liefde in de trant van de man van Kristien Hemmerechts die nog niet dood was toen ("Hhhherman." zei de lerares als ze aankondigde dat we iets moesten lezen van dat onverstaanbaar gewauwel - & blies de 'H' aan op zo een manier dat het dadelijk duidelijk was dat ze hem, op simpele aanvraag, pijpen zou; althans dat dachten ik & nog wat anderen, maar zelfs die gedachten volstonden niet om haar te integreren in ons afgetrek).

U weet het al: de groep van Raf en Bart won. Groep is trouwens veel gezegd want er was sprak van een regisseursstuk van de hand van Raf. Er was ook sprake van, wat ik naar anderen vertaalde als, het konsept van speler-trainer. "En hun trainer speelt ook midvoor." hoorde ik iemand naar wie ik dat vertaalde reageren. Ik lachte (en ik maakte hem dus niet attent op het oneigenlijk gebruik van 'En' in wat hij zei - ik zei dus niet wat zij zei: "Dat 'en' een woord was dat nooit een hoofdletter krijgen kon) & dat speet me vlug. De toorn des juffrouws kwam op me neer (Nope - zelfs dat niet); dat ik niets serieus kon nemen; dat ik geen respekt had voor andermans werk - en, die zat; dat, enzovoort. Raf keek gekwetst. Bart keek alsof hij lucht wilde zijn. En ik, ik? Ik vond het onrechtvaardig. Ik vond het in zijn geheel onrechtvaardig maar ook, in het bijzonder, vond ik het onrechtvaardig dat zij mijn stuk in de grond boorde, en passant mijn kameraden een buis toebedelend.

Bij mij was het altijd: teveel X als de mode weinig X was, en te weinig X als de mode veel X was (dat is een chiasme op komparatieven en een variabele die je hier gratis krijgt als beloning van je doorzttingsvermogen in het lezen). Rijm, lange zinnen, en de neiging om op een barokke manier minimalisties te zijn; in één woord door haar niet uitgesproken maar oorverdovend gedacht - samen met Raf die een krak was in het oorverdovend denken (de Rammstein van de veroordelend blik als het ware): ik kon het niet en moest het voor de anderen niet verknoeien. The story of my life. En daarna gingen we naar Antwerpen; en we zagen hoeren in een uitstalraam & zonder twijfel was dat ook levensveranderend; en we keken naar het BMC-stuk en beseften niet dat het geschiedenis zou geworden zijn tegen de tijd dat ik dit schrijf. Raf & Bart mochten de regisseur die niet meespeelde interviewen. Het was niet slecht - aan de absurde kant maar niet slecht - maar ik vond het slecht en zei dat ook. Zestien jaar in de jaren '80; je kon het ook zonder kulturele ambisies stellen, & je hoefde niet te willen skiën naar de andere kant van China. The story of my life.

Daarna werd alle denken dichotoom: de kleine droom óf De Groote Droom - want ik las Boon en ik las Elsschot in originele uitgaven en dus spelling. Of nog - ambitie of Ambisie. Daar heb ik twintig jaar over moeten nadenken: "a false dichotomy" kan ik nu zeggen. Het was hun schuld niet; maar laat het ook onze schuld niet worden. En: vijfentwintig jaar om nog eens naar het toneel te durven zonder de gedachte dat 'Ik het beter zou gedaan hebben'. Zonder die gedachte omdat ik het nu ook doe.

They can keep their ambition and chew on it too ;-)

 

06-11-09

De druk van non-aktivisme

Ik heb altijd een gloedhekel gehad aan mensen die luidkeels, in een veilige schoot van gelijkgestemdheid, hun gelijk uitriepen. Aktivisten, die meestal niet nalaten om ons te verwijten van de boel de boel te laten. Liefdadigers die aan kruispunten alles ophouden om maksimaal gebruik te maken van de sociale druk, en onze ingeboren goedheid (die ze - meewarig hun hoofd schuddend - ontkennen, eens ze op zichzelf zijn & beseffen dat ze 1. met zielig weinig zijn & 2. oerend saai zijn - uitzonderingen daargelaten die die bastions van goedgelovigheid infiltreren, om aan wat eenvoudig kut te raken (of wat dies meer zij) en uiteindelijk bijna zonder uitzondering de boel, de echte boel, gaan leiden als de Bhagwan van dienst die al dat goed volk eens zal laten worshippen als nooit tevoren). Zelden of nooit zijn het mooie mensen en altijd vinden ze niet-gelijkgestemde mensen 'op één of andere manier' lelijk; huichelaars die hun zin voor kritiek op simpele aanvraag op nul kunnen draaien & voeder zullen zijn voor gelijk welk groot gelijk (alleen in vredestijd soms een beetje gelijk).

En U heeft dat ook. Zelfs als U geëngageerd bent in iets waarin U sterk gelooft, dan nog heeft U dat weeë gevoel in de buik wanneer iemand applaus krijgt van zij die er - zonder enige duidelijke reden, zonder procedure, zonder mogelijkheid tot beroep - toe geroepen zijn om de goeden van de slechten te scheiden. Knagend onbehagen, over alle zwaarwichtigheid die te berde gebracht wordt om te onderstrepen wat goed is, & in de hoek te zetten wat slecht is. Zonder ook maar het subatomairste deeltje zin voor revolutie in je lichaam (en schaam je niet: verandering is nodig - maar ook bestendiging is nodig) voel je de zin in je opkomen om in de beslotenheid van jouw eigen geest hen de zwaarste folteringen te doen ondergaan die op hun handgeklap onthaald worden, handgeklap van the 'powers that be', van 'ons kent ons'. Van hen die (of heb ik dat al gezegd) met een - in hun ogen - goddelijke voorzienigheid tot makers of brekers van talent en meningen zijn uitgegroeid (in elk geval buiten ons om, buiten onze macht en ons medeweten - en die van voorgangers zoals wij).

In één woord: onrechtvaardigheidsgevoel.

Neem die onverbeterlijke sloef die in de lessen zedenleer (en waarom zijn er lessen zedenleer? omdat de aktivisten beslist hebben dat "zeden" iets zijn dat aangeleerd moet worden! à leur façon, uiteraard); die onverbeterlijke sloef die, bescheiden, een gevestigde mening herkauwt; applaus krijgt .. terwijl jij, of zij, die eens een kritische mening formuleert ongenadig gematrakkeerd wordt met woorden gesproken uit een gezag ontleend aan het grote niets; tot lach- of pispaal wordt gedegradeerd .. & dus er verder maar het zwijgen toe doet. Het kan ook de les godsdienst geweest zijn, of de voetbaltraining, of een wijnavond, of een diskussie over kunstenaars. Het maakt niet uit: waar er aktivisme is worden de goeden van de slechten gescheiden en er is maar één zekerheid: diegenen die het scheiden doen zijn de enige echte slechten & zij die als 'de goeden' bestempeld worden slechts de braven: de konformisten of de non-konformisten als non-konformisme de regel is waaronder de groep gevormd is.

Laat je dus niet opjagen door hen met een overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel; alleen het onrechtvaardigheidsgevoel brengt uitsluitsel. Als je de vacuümpomp voelt op je maag omdat er iemand zich - of anderen - laat voorstaan op zijn - of op haar - buikgevoel over goed en slecht: weet dat je misselijkheid een sienjaal is dat je nu best serieus neemt. Wanneer de voorstaanders of de voorgestanenen - en zeker in geval beiden samen - oproepen om aktief te worden (en dus van de boel, een boel te maken): haal je schouders op en loop door alsof ze lucht zijn (wat ze ook zijn, in se, als ze zich reduceren tot hun toevallige meningen).

Alleen door de druk van non-aktivisme zo kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken; komaf maken met dat knagend onrechtvaardigheidsgevoel van zij die zich het recht toeëigenen in ons aller naam te spreken, alsof de waarheid uiteindelijk niet krachtig genoeg zal zijn om uit zichzelf onze waarheid te worden - alsof we nog altijd leven in hun tijden, tijden waar enkelingen zich het geweten voelde van iedereen (& iedereen wel geweten heeft wat daar het resultaat van was). Alsof we niet voor onszelf kritisch denken kunnen. Alsof het rechtvaardig is om ons "rechtvaardigheidsgevoel" te laten spreken, wetende dat het slechts een gevoel van angst is voor wat anderen ons aan kunnen doen.

Alsof ons onrechtvaardigheidsgevoel slechts jaloezie is en frustratie & niet - zoals we voelen (voor de ene keer dat 'voelen' de enige redelijke reaktie is) - de duidelijkste aanwijzing is dat er iets loos is; dat er kwakzalvers op pad zijn die voor de waarheid, slechts 'hun' waarheid verkopen willen en dit tot elke prijs. 

Ik zou zeggen: als je me niet gelooft, doe het dan voor je kinderen, doe het voor je kleinkinderen, zodat zij niet in de les Nederlands gekonfronteerd worden met slecht, en naäperig dichtwerk, dat lof oogst om zelf neergesabeld te worden omdat zij iets - van zichzelf - maken wilden. Zodat zij niet ontmoedigd worden, door de recensenten van het verleden omdat zij iets doen dat slechts een plaats heeft in de toekomst.

En als je me niet geloven wil - groot gelijk! Maar bedenk dat al dat ondernemen dat van ons gevraagd wordt, en waar we all stressed out van zijn, slechts ondernemen is ter meerdere eer en glorie van hen die nu on top zijn - het gewenste ondernemen is slechts het risikoloze kopiëren van hun ondernemen.

(Dat lucht op.)

 

06-10-09

De Universele Stiptheidsaktie e.d.

'Werklastmetingen', blijkbaar kan geen enkele organizatie zonder. Waarschijnlijk is dat zo omdat het zonder werklastmeting onmogelijk zou zijn om 'efficiëntiewinsten' in kaart te brengen. En meer van die ongein - was ik niet alreeds een boek aan het afwerken ik begon aan een episch gedicht rond de laatste golf van newspeak. Maar zoals het is, kan ik slechts een stukkie maken over allerhande.

Newspeak is ten andere (wees gelukkig dat niemand Orwell's ziel heeft) een zekere indikatie, laat ons voor de duidelijkheid zeggen: simptoom, van een establishment, dat niet alleen de dieperik ingaat maar WEET dat het de dieperik ingaat. Meer nog, dat ervan overtuigd is dat bij de onontkoombaarheid van hun verval, ook het verval van iedereen anders hoort. Het is een beetje het tegenovergestelde van dekadente regeringen die, après nous le déluge, op zijn minst zelf nog een graan plezier willen meepikken. Een degenererend establishment, een uitgeleefd regime (dat overtuigd was dé redding te zijn) werkt op het adagium 'avant eux le déluge'. Zo beperken ze zich niet slechts tot nepotistische graaikulturen (& dát vind ik dan weer een mooie); ze menen tegelijkertijd een soort Culturele Revolutie tot stand te moeten brengen - zodat ze zelf nog kunnen toezien hoe alles in mekaar stort als zij er niet meer zijn, en - als het even kan - nog net de tijd hebben om te zeggen 'Told you so!' (vanop een veilige afstand meestal).

Maar ik ben afgedwaald. Ach, ik zou geen enkele werklastmeting doorstaan (& heb er eerlijk waar nog geen enkele moeten doorstaan). Niet alleen dwaal ik af - het is me nog om 't even ook. Dus laat me nog even afgedwaald blijven en Nostradamus spelen: de huidige machthebbers voelen dat hun periode aan een einde komt, dat het slechts een kwestie van tijd is. Hun onbeschaamdheid in het meegraaien zal in het kort giganteske, wat zeg ik? - Berlusconiëske!, proporties aannemen. Dochters & zonen zullen alomtegenwoordig zijn. Steekpenningen zullen schaamteloos boven tafel gegeven worden. Het einde van de wereld zal om de haverklap aangekondigd worden, toevallig telkens een 'vertegenwoordiger van de gelegitimeerde macht' iets moet steunen dat in tegenstelling staat tot wat hij tot daartoe publiek beleden had.

& de hele mikmak zal aan mekaar geluld worden met de afschuwelijkste newspeak ooit.

Wedden?

Maar geen zorg want uiteindelijk zieken we de hele zwik kneuterige bidsprinkhanen en liefdadigers wel uit. Omdat ik mild gestemd ben - en het voorgaande misschien net een vleugje te apokalipties ;-) - geef ik één feit en één aktie ter ondersteuning van mijn enigszins laattijdig optimisme van vandaag.

Feit: iedereen heeft al decennia zijn mond vol van stadsvlucht, de moraalridders op de eerste plaats. Bah, Sodom en Gomorrha! Beter wat zuur liggen kijken op die tak die overhangt van de boom van de buurt. Maar de feiten zijn enigszins anders - op de lange termijn is er uiteraard alleen maar sprake van plattelandsvlucht. & nu ook op de korte termijn; google het maar, de plattelandsbevolking veroudert en krimpt weer in de rijke landen. De reden is simpel: het is gewoon veel leuker in steden. Er is minder berkompenheid, meer te doen, het is goedkoper (men zou kunnen gaan spreken over efficiëntiewinsten) EN die moralizerende idioten kunnen je anonimiteit niet doorbreken.

De nieuwe wereldorde is een stadsorde. Gedaan met de diktatuur van 't rurale zuur.

Aktie: eindelijk komen we bij de titel (Oef!, nog eventjes en we zijn hier allebei van verlost): de universele stiptheidsaktie. Het is simpel: we werken allemaal een uur - of zo - minder per week. Niemand zeggen, gewoon doen. Ze merken het toch niet, het is volstrekt onmogelijk voor de meeste moderne jobs te weten wat je in dat uur meer zou kunnen gedaab hebben. Beter nog: we laten onze werklast meten, en we knoeien wat met de vele assumpties en komen zuchtend tot de konklusie dat er nu eindelijk objektieve kriteria zijn waarop we ons gevoel kunnen baseren dat we 1 uur - of zo, we zijn daar nogal liberaal in - te kort komen per week. We gaan ons er niet schuldig over voelen, wat de control freaks ook zeggen over de zondvloed die komt (krisis, sisteemkrisis, vergrijzingskosten, ... noem maar op). & als er iets is waar wij niet goed in zijn, dan gaan we met genoegen hulp vragen van specialisten ter zake (bijvoorbeeld: sekretariaatswerk, gedaan met ons schuldig te voelen kleine dingen aan anderen te vragen want we beseffen terug dat als we met een dertigtal dat uur teruggeven er één ongelooflijk gelukkige sekretaris of sekretaresse is - die dat dan ook nog eens met honderden ordegroottes aan efficiëntiewinst kan uitvoeren).

Ik ben al begonnen. Niemand zeggen! De oplossing voor de wereld ligt in graduele luiheid. Zoals elke revolutie beginnen we in alle klandestiniteit.

(sorry voor de slordigheid, maar dit wordt moeilijker & moeilijker kwa tijd, dat boek was namelijk geen grap)