09-02-10

The last post

Het is gedaan. Alles is gezegd. Althans door mij, hier, en op deze manier. Ik ben er trots op: vijf jaar en een sjiek. 'Sjiek gedaan!' denk ik dan bij mezelf bij gebrek aan (al was het maar virtueel) applaus. Neen, geen bitterheid na 150 pogingen om deze wereld fundamenteel te verbeteren. Misschien moet het daarom wel stoppen: omdat er geen bitterheid meer is. Of althans niet het soort bitterheid dat deze stroom met, ongeveer, tweewekelijkse regelmaat kan voeden. Onvoldoende toch om het te laten stromen; zonder dwang, zonder gevoel van verplichtheid.

Net nu ik mezelf zover gekregen had een poging te doen reklame te maken. Net nu ik het fijne wilde weten van wie dit bezocht (en of iemand dit wel bezocht). Misschien was dat wel het veeg teken :-)

Bon, ik ben er klaar mee. Ik ga het niet missen. Graag zal ik nog eens terugkomen om, wie weet, ooit leesbaar te maken wat nu slechts breindiarree is. Of om me weer eens te vergewissen van het feit dat hier iets staat wat nergens anders staat of toch niet bij mijn weten: een manier om de dingen te zien. Een manier die zich niet leent tot schreeuwen noch, zo blijkt, tot blijvende ongemakkelijkheid.

Ik haat de meeste mensen nog altijd maar heb me verzoend met de mensheid. En, dat is goed, want waar je de meeste mensen uit de weg kan gaan of toch zeker kan negeren, wordt je bijna onvermijdelijk gekonfronteerd met de mensheid - al was het maar via jezelf.

Het zusje van kortere stof overleeft deze hara-kiri misschien wel. De vijftien minuten per dag versie geven we zeker een kans. De Engelstalige saaie oude zeurpiet zal bij mijn leven niet meer verdwijnen; ten hoogste van plaats veranderen; misschien ooit minder een voortdurende marteling van de Engelse taal worden ;-)

Het ga je wel, gedachten.

Het ga je wel. Geboren in bloed, verstrengeld in woorden. Het ga je wel.

Gedachten die zichzelf wisten te reinigen, met de eigen woorden in het reine konden komen. Mijn gedachten.

Het ga je wel. Ga en vermenigvuldig: was wat rest van je ontstaan van je af. & Werpt wat 'mij' is van je af. Gedachten slechts.

Muterend. Evoluerend. Het ga je wel in je drang niet jezelf te blijven, maar te worden en te verworden tot andervrouws gedachten.

Tot, ooit, het enige dat die gedachten verbindt met mijn gedachte, de gedachte zelf is. De gedachte aan; "Het ga je wel, gedachten."

Het einde is altijd beter dan het begin.

Good-bye; elke poging tot afscheidskus wordt in dank aanvaard.

 

 

30-12-09

Níet de mens. De mensheid leert.

Er is een einde aan elke individualiteit. Dat einde ligt begraven onder die humorloze lagen op lagen van feitelijkheden zonder relativeren; onder zelfverheerlijking dus. & het is het begin van de vrees te sterven en de illusie iets te moeten doen met en in het leven. De dwangmatigheid ook dat we allemaal vanalles moeten leren. & Dus de illusie dat we moeten eindigen als wijze geleerden die hun plaats in de geschiedenis hebben moeten.

Als een biljartbal van keiharde persoonlijkheid die aangeschoten beweegt, maar dan op haar beurt anderen aanschiet en in een bepaalde richting beweegt, elke afwijking waarvan op zijn minst in gedachten meetbaar en beloonbaar (of bestrafbaar: karma is niet voor niets een konsept dat goed aansluit met het Westen). Een leven gelukt, of mislukt, afhankelijk van de beweging getraceerd te hebben die voorbestemd was. De plicht die vervuld wordt. De schuld die afgelost moest worden.

Dit is voor diegenen die beseffen dat de kans dat ze totaal vergeten worden (en het verdienen van totaal vergeten te worden) verpletterend groot is. Dat die kans zelfs - op termijn - één van onze weinige wereldse dingen is die uiteindelijk naar zekerheid neigt; iedereen wordt vergeten - meestal omdat iemand die hen kende iets geleerd heeft (mede dankzij hen) dat hen overbodig maakt (of, nóg laagbijdegrondser: dat aanspraak maakt op de beperkte kapasiteit der herinnering van wat het heden is).

De mensheid leert. En leren is vergeten. Vergeten van alles wat fout was. Zeker ook alles vergeten wat sommigen je manu militari wilden laten onthouden. De lessen die gespeld werden als was je brein een soort prikbord van de boodschappen van wat er vroeger zoal was. Leren is mensen vergeten. De lering van de mensheid ligt waar de individuele mensen verstaan dat hun individualiteit zacht is, en onvoorspelbaar - en onkontroleerbaar, en onmeetbaar - en het enige relevante dat ze te beiden hebben zelfs al vervliegt het terwijl ze nog leven.

De stroom van bewustzijn is verwarrend want hij vloeit nergens naartoe.

Is dit troost voor ons - die er maar niet meer in slagen ons die illusie aan te praten dat we iets meer zijn dan een welbepaald individu? In elk geval dan niet een troost van het wollige 'help je naaste'; overblijfsel van het semi-heroïsche missionariaat in de traditie van Drammeriaan. Het is de troost dat we dankzij onze voorouders meer zijn dan niemand; meer zijn dan het onbeschreven blad dat diende om anderen het schrijven te vergemakkelijken. Maar niet de troost dat we kunnen sterven zoals hen die ten tijde van onze voorouders machtig waren; sterven in het besef van de eigen grootsheid, als keizers niet beseffend hoe lachwekkend we zijn in onze illusie kleren te dragen die niet gezien kunnen worden door het gewone volk.

Peace!

 

16-12-09

Contraminderen

Terwijl een nieuwe preutsheid zich als een deken over het Westen uitspreidt - speelt men almaar fanatieker met het woord 'consumeren'. Dat begint met de afschuw van vlees eten, dat eindigt met afschuw voor het vlees. Een zoektocht van Westerlingen, de handen braaf in de lucht wachtend tot het deken ligt, zodat ze hun handen zedig bovenop het deken kunnen neervleien. En elk moment nu kan men terug beginnen over 'spiritualiteit'. Iets om voor te leven. Iets om voor te sterven dus ook. Eerst zal er bezorgdheid zijn, bijvoorbeeld over luide muziek. Dan verontwaardiging, neem nu over de impakt op onschuldige bijstanders. Uiteindelijk, moet het maar eens uit zijn met al die pokkeherrie!

'Consumeren', het ís geen mooi woord. Daarom is het een goed woord: onhipokriet. Uiteindelijk gaat het om het verbranden van iets ter meerdere eer en glorie van: wij die het verbranden. &, Meer en meer konsumeren we dingen die niet-essentieel zijn voor ons overleven (toch niet voor ons fisiek overleven). Voor de nieuwe preutsheid, zoals voor de oude, is dat zonde. Nog niet letterlijk zonde maar toch al bijna. Dat is niet zo, uiteraard (nog onafgezien van de idiotie van het konsept zonde) - de beste (helaas nog te ontdekken) maatstaf voor menselijk beschavingsnivo is de proportie van konsumptie van non-essentials. Voor hardhorenden, wiens verstaan belemmerd is door het geschreeuw over allerhande essentiële normen en waarden: "Hoe groter, hoe beschaafder."

(en, terloops gezegd hier voor uitwerking op simpele aanvraag, vanaf een bepaalde konsumptie is de relatie tussen eksta konsumptie & beslag op fisieke middelen van een uitgesproken omgekeerde evenredigheid; hoe sneller de konsumptie stijgt hoe vlugger uit de miserie - een beetje zoals seks en misbruik van vrouwen)

Wat me brengt tot een fundamentele misvatting in onze Westerse maatschappij, de misvatting dat kompetitie goed is omdat 'de konsument' het beste er dan uitpikt op prijs, kwaliteit of verhoudingen van de twee. Het probleem hiermee is allerminst dat, kompetitie niet goed is. Kompetitie ís namelijk goed. Het probleem is de misvatting over 'de konsument'. De konsument wil niet kiezen. De konsument is helemaal niet goed in het beste eruit te pikken (behalve dan op de eigen, en hoogstperoonlijkste, emotionele gronden). De konsument konsumeert. En ja: het is uiteraard zo dat wát ze konsumeert interessant om maken is. Maar wat absoluut niet volgt (noch logisch, noch empirisch) is dat het dáárom nodig is om het in verschillende soorten & maten te maken.

Allesbehalve, wij haten keuze. Als we internet willen willen we internet. & Als internet duur is willen we zoveel internet als we kunnen betalen met wat we kunnen betalen. De enige keuze die we willen is de keuze waarin we onszelf kunnen uitdrukken, waar we ons kunnen laten verleiden en zelf een beetje flirten met de nieuwigheid, & onze originaliteit. Want konsumeren is in essentie niets anders dan kreëren. Kreëren van wie we zijn. Konsumeren is de meest demokratische vorm van zelfekspressie en dus van kunst. We willen slechts kiezen op basis van wat nog niet essentieel is.

Slechts in die, bijzonder gereduceerde, interpretatie is produktkompetitie goed. Niet omdat het kompetitie is tussen produkten maar omdat het de zoektocht is naar wat de mensen het meest bevalt, het meest inzicht geeft. Alleen dus in die interpretatie van kompetitie die - indien dat betekenisvol kan gezegd worden - dat er kompetitie is .... in de kunsten.

Dat betekent ook dat de goedheid van kompetitie eigenlijk gebaseerd moet worden op iets anders dan de konsument. Het alternatief ligt voor de hand - baseer het nut op de producent. & inderdaad: zonder aansporing van kompetitie mist de producent elke aansporing om de fabrikage te optimalizeren. Neem energie: het is fout om de drive naar alternatieven te leggen bij de konsument. De essentie is om producenten te zeggen: "Of je haalt X tegen kost Y, of je verliest." Perfekt programmeerbaar, en voor de fans van maakbaarheid: perfekt maakbaar - maar blijf met je fikken af van de persoonlijke voorkeuren van wat mensen wal dan niet moeten doen (ten hoogste hou je je bezig met een enkel iets dat ze spijtig genoeg moeten laten).

Dat - mijne heren en dames - is de resterende denkfout in het liberaal kapitalisme! Kompetitie is een spel dat moet opgezet worden om de beste wijze te vinden om W te maken (& X wordt best gestandaardizeerd). Konsumenten moeten zich uitsluitend en alleen bezighouden met welke 'X'-en ze willen en belangrijke zaken zoals hoe ze er moeten uitzien ;-)

 

06-12-09

de kleine droom & De Groote Droom (3)

Een stukje proza. Zo vroeg ze het niet. Ze was niet mooi - niet het soort lerares dat voorwerp zou uitmaken van masturbasie-fantasieën van haar puberende leerlingen. Als ze zich bewust was geweest van de mogelijkheid zulk een voorwerp uit te maken had ze dat goed gevonden. Althans, ze had niet erkend dat ze zich erdoor gekrenkt voelde. Ook niet tegenover zichzelf. En trouwens: het waren andere tijden, tijden die onbekommerd toelieten om tegen zichzelf te fluisteren: "Goed dat ik geen voorwerp ben; zelfs niet in de dromen van hen die wanhopig op zoek zijn naar onderwerpen." Tijden zelfs die toelieten om alleen wat voor de punt komma staat tegen zichzelf te zeggen (zonder nood aan fluisteren zelfs) & wat na de punt komma staat ongezegd te laten. Tijden waar eerlijkheid alleen jegens God nodig was.

Neen, ze vroeg: "Een stukje toneel." En ze gebruikte ook het woord "origineel" maar niet rijmend want rijmen was uit de mode nu het postmodernisme ook de provinsies bereikt had. Lelijk was ze ook niet; &, lelijk gevonden worden zou haar wél geschokt hebben. Ze keek naar de pokdalige - Raf, denk ik - die ze later ook zou voorstellen als kandidaat voor een TV-programma, in tijden waar TV-programma's onbereikbaar waren (en ook kultureel onverdacht, zoals nu maar anders: alleen voor pubers, & nu alleen voor niet-pubers, misschien). Het zou gaan tussen hem en Bart (die later iets permanents zou doen voor TV, uiteindelijk achter de schermen; hij was, & wellicht is, de slechtste nog niet die Bart). Waarom toneel? Omdat we naar de Blauwe Maandag Compagnie gingen, in Antwerpen; een stuk van een oud-student van haar (de oud-student was lelijk, zoals zij, en dus de regisseur en, wie weet, ook de schrijver). & Zij zag er uit als een oud wijf dat meer wilde dan slechts in zijn dromen zijn die dag, de dag van de uitstap. Maar ik sla best geen stappen over; of althans daarvoor werd ik door haar veelvuldig op gewezen (zoals op het gebruik van 'En', in het begin van de zin; daar trok ze zelfs punten voor af zodat ik die gewoonte niet meer afleren kan).

Toneel dus. En ik dacht onmiddellijk aan cowboys en indianen - die beseften dat ze indianen en cowboys waren - maar die ook beseften dat ze nu eenmaal zo waren, & niet anders want ontsproten aan mijn brein; als cowboys en indianen. En mijn groep was onmiddellijk akkoord. Het skript was er vlug en al gauw bleek dat onze grootste uitdaging de slappe lach zou zijn. Wat op zich niet erg was want - zeg nu zelf: als jij een cowboy (of indiaan) moest spelen die besefte dat ondanks het beseffen er niet anders aan te doen was dan cowboy (respektievelijk indiaan) te zijn? OK, allicht niet al te overtuigend dus beeld je bovendien in dat je puber bent en dat je weet dat dat kreng van een lerares Nederlands ab-so-luut niet kan lachen met absurditeiten - als dat nog niet volstaat dan ben je waarschijnlijk Raf (of de lerares Nederlands) in welk geval ik "Sorry!" zeg, uit de grond van mijn hart (want het is niet rechtvaardig om zo een voorbeeld uit te vergroten en de illusie te wekken dat de uitvergroting nog altijd een deel is van dezelfde werkelijkheid waaruit ze uitvergroot wordt). "Sorry!" dus, en nu moet ik voort want sommige mensen, ook ik bijna, verkwanselen een heel leven met sorry te zeggen (of te denken dat uit-de-kast-komen zal kwetsen en dan maar in de kast blijven tot geluk van velen die hen niet kennen & tot ongeluk van hen die hen wel kennen - of beter meenden te kennen als iemand die niet uit de kast hoeft wegens voldoende geliefd door hen om gewoon te zijn zoals ze waren).

Ook Raf en Bart hadden een stukje. Ze zaten zelfs in de zelfde groep. & Hun stukje was niet op rijm & hun stukje borduurde ook niet voort op vorige 'kreatief schrijven'-opdrachten zoals daar zijn origineel gebruik van gezegdes en spreekwoorden en, tja wat? Ik meen me te herinneren dat ze iets magies-realisties deden - of iets tussen, alfa en omega - of iets met liefde in de trant van de man van Kristien Hemmerechts die nog niet dood was toen ("Hhhherman." zei de lerares als ze aankondigde dat we iets moesten lezen van dat onverstaanbaar gewauwel - & blies de 'H' aan op zo een manier dat het dadelijk duidelijk was dat ze hem, op simpele aanvraag, pijpen zou; althans dat dachten ik & nog wat anderen, maar zelfs die gedachten volstonden niet om haar te integreren in ons afgetrek).

U weet het al: de groep van Raf en Bart won. Groep is trouwens veel gezegd want er was sprak van een regisseursstuk van de hand van Raf. Er was ook sprake van, wat ik naar anderen vertaalde als, het konsept van speler-trainer. "En hun trainer speelt ook midvoor." hoorde ik iemand naar wie ik dat vertaalde reageren. Ik lachte (en ik maakte hem dus niet attent op het oneigenlijk gebruik van 'En' in wat hij zei - ik zei dus niet wat zij zei: "Dat 'en' een woord was dat nooit een hoofdletter krijgen kon) & dat speet me vlug. De toorn des juffrouws kwam op me neer (Nope - zelfs dat niet); dat ik niets serieus kon nemen; dat ik geen respekt had voor andermans werk - en, die zat; dat, enzovoort. Raf keek gekwetst. Bart keek alsof hij lucht wilde zijn. En ik, ik? Ik vond het onrechtvaardig. Ik vond het in zijn geheel onrechtvaardig maar ook, in het bijzonder, vond ik het onrechtvaardig dat zij mijn stuk in de grond boorde, en passant mijn kameraden een buis toebedelend.

Bij mij was het altijd: teveel X als de mode weinig X was, en te weinig X als de mode veel X was (dat is een chiasme op komparatieven en een variabele die je hier gratis krijgt als beloning van je doorzttingsvermogen in het lezen). Rijm, lange zinnen, en de neiging om op een barokke manier minimalisties te zijn; in één woord door haar niet uitgesproken maar oorverdovend gedacht - samen met Raf die een krak was in het oorverdovend denken (de Rammstein van de veroordelend blik als het ware): ik kon het niet en moest het voor de anderen niet verknoeien. The story of my life. En daarna gingen we naar Antwerpen; en we zagen hoeren in een uitstalraam & zonder twijfel was dat ook levensveranderend; en we keken naar het BMC-stuk en beseften niet dat het geschiedenis zou geworden zijn tegen de tijd dat ik dit schrijf. Raf & Bart mochten de regisseur die niet meespeelde interviewen. Het was niet slecht - aan de absurde kant maar niet slecht - maar ik vond het slecht en zei dat ook. Zestien jaar in de jaren '80; je kon het ook zonder kulturele ambisies stellen, & je hoefde niet te willen skiën naar de andere kant van China. The story of my life.

Daarna werd alle denken dichotoom: de kleine droom óf De Groote Droom - want ik las Boon en ik las Elsschot in originele uitgaven en dus spelling. Of nog - ambitie of Ambisie. Daar heb ik twintig jaar over moeten nadenken: "a false dichotomy" kan ik nu zeggen. Het was hun schuld niet; maar laat het ook onze schuld niet worden. En: vijfentwintig jaar om nog eens naar het toneel te durven zonder de gedachte dat 'Ik het beter zou gedaan hebben'. Zonder die gedachte omdat ik het nu ook doe.

They can keep their ambition and chew on it too ;-)

 

25-11-09

Wij zijn een tweeverdiener

05. Is dit de ochtend om uit te slapen? Geeuwen dan - & draaien. Of? Keren, & dan denken.
05. & Denken dan, denken. In mijn dromen weer. Bediend op mijn wenken. "Schat?" 'Schat'?
06. Als hij ook in 't echt maar niet begint te aaien. Schat! Ben ik dan zo makkelijk te paaien?
06. Strekken maar & gapen. Wakker. Onuitgeslapen. Korte lont: niets op tijd, alles op stond.
07. Ruw ontwaken. Elkaar radbraken. Alles tweemaal om dan in vieren te delen; drie en één?
07. Uitgerekend, míjn ochtend om uit te slapen. Uitgeteld. Voor wie valt er nog wat te rapen?
08. Tellen, op de jouwe passen: een moment dat nooit went, waarin men de ander niet kent.
08. Of op haar best: Dit dat rest. Wat rust. Een moment waarin men kust. En een weinig lust.

Z. Er zijn geen schaalvoordelen,
Z. aan 't werk verdelen.
M. Met 2, keer alleen!

09. Haasten. Opgestaan. "Plaats vergaan!" de jongste, luid; 'Ikke op Uw bakkes slaan?' denkt
09. de oudste. Is denken doen? STIL! Dát was schril. Waar is hij? Sorry! Sorry! Nog 'ns sorry.
10. Schorremorrie! Bende flemers - míjn bende. Even rust. Zwembril vergeten. Altijd iets kwijt.
10. Zwembril of zin in zwemmen. Zin - ook weer die strijd gestreden. "Zoek je dít?" Dáár is hij!
11. Dit keer zonder al 't opgevrij. Maar ik ben niet gezwicht: beiden onbevredigd. Ontevreden.
11. Wegen die scheiden in vijf. Drie die leren - en twee die werken, ook om het uit te werken.
12. "Hen kan 't niet deren. Voor kinderen alle rijkdom natuurlijk. En avontuur slechts stijlfiguur.
12. Hun ontspanning onze spanning." Vier zinnen lang gelogen: ónze spanning - en ons pogen.
13. Niet de kinderen die ons hinderen. Wij - met onze kuren, zijn 't die hún hersenen verzuren.
13. En laat ons niet ook 'de derden' worden die hen "de weg versperden".

M. Zijn wij slechts met twee
D. om uit te kienen,
D. hoe best met twee te dienen?

14. Terug samen. Talent of geen talent: borsten aan de vent en 't wijf, met haren op haar lijf.
14. Elkaar belichamend. Verantwoordelijkheden: iedereen te eten, & ook 'n beetje wereldvrede.
15. Afzetten. Hiperaktiviteit. Dan ben je ze eindelijk even kwijt. Voortschrijdende vermoeidheid.
15. Vergeten op te halen? Onopspoorbaar & alles afwegend: ziek van paniek. Je wil ze, kwaad,
16. wég van elk gevaar. Oh - wat is dit balen. En de deurbel gaat. Hijgend - "Geen belkrediet."
16. Wederzijds wegebbende kritiek. Huiselijke vrede. Verhalen over werelden & nog 's werelden
17. zonder al te al die grootse idealen. "Piej-r heef 't aanchefraag; & Ana heef 't doorchestuur;
17. & iedereen fin me koewl." Planning, agenda's: wat moet dat moet & meer; wij zo altijd in de
18. weer. Óns leven en het hunne. Moet dit? Al dat vitten en al dat katten? Ook wij een leven.
18. En ook dit: wat gezegd en dat gezegd - vrucht van afhaken van heel deze klucht.

W. Met twee verdienen,
W. om níet te volgen alle
D. vaste stramienen.

19. De avond valt. Het doek gaat op. Een omhelzing, ogen die knipperen; en spontane plannen.
19. Tijd voor. M'n oogleden vallen. Haar moeten gaat alles vergallen. Vermoeienis: ons moment,
20. weer gewoon een moment. En meestal wel iemand malkontent. Stuk van kapot te zitten. &
20. Net dat maar niet: alle last op lusteloze schouders, gescheiden in verdienen - de ander het
21. gelach betalend: in tweevoudige afhankelijkheid van een-mans ambitie: dat doembeeld van
21. mérite. Ideaalbeeld dan maar - het beste aan tweeverdieners is die tijd van niet-verdienen;
22. ambitie, maar in andermans positie; lust in lasten - ruim genoeg dagen om óver te klagen -;
22. lastige lusten - het ene moment het andere niet, en uitstel ook afstel niet -; zonder dwang
23. om niet te falen - verdelen van ongelijk veroordeelt niet tot gelijke delen. Verzekerd tegen
23. eenzaamheid. Altijd met publiek. Wanneer nodig met applaus (& zelfs als iets flauws).

D. En van tweeën één:
V. Misschien wel scheiden,
V. maar ook dát met ons beiden.

24. Des nachts. Een deur die kraakt. Onverwachts. Wakkere woorden voor, vier, slapende oren.
24. 'Slokende vwore kwarden doorden'? Slekende? Toorden? Doorden! Schrikken. Wakker, weer!
01. Het stemmetje: 'Tienke napesla.'? Ah! "Kan niet slapen." Wel dus, het - ik niet meer, en dus
01. weer onuitgeslapen werken, de slaap onuitgewerkt. Om beurten. Wikken, wegen. Zonder wil.
02. Weer zo'n ochtend in 't verschiet; nog eens een dag door het vergiet? Ditr keer: lekker niet!
02. Loslaten: haar sterkte, niet de mijne. Vasthouden: mijn sterkte, niet de zijne. Los noch vast
03. (laten gebeuren zonder mijn zeuren of haar (af)keuren). De ochtend komt, & na de ochtend,
03. ook het werken. Dan het regelen in de avond en, uiteindelijk, het moment voor ons moment;
04. Vasthouden de boodschap; loslaten de moraal. Ironizerend & misschien 'n ietsje te belerend,
04. So thanks! Ook voor des scheten stanks: straks heeft elke schat zijn eigen hangmat.

Z. Ik ben twee.
Z. Wat valt er meer te verdienen?

(Et voilà: als jullie een definitieve tekst willen, uitgebalanseerd per regel en met een bladspiegel die ook visueel de inhoud vorm geeft dan zullen jullie moeten bijdragen door, bijvoorbeeld, een maecenas aan te geven - & meer bepaald eentje die niet de behoefte voelt om zich te moeien - of, indeed, nog maar een gesprek te eisen ;-)

12-11-09

Onrechtvaardigheidsgevoel (2)

Ik was niet klaar (zie hieronder).

Want wat is dat: een rechtvaardigheidsgevoel? Dat dit moet? Of dat? Dat moet toch een positie van dermate grote positiviteit (groot gelijk?) zijn dat bijna alles negatief moet bekeken worden. De werkelijkheid is dusdanig dat er op zijn minst honderden, duizenden, miljoenen alternatieven zijn, en nuances van alternatieven, die men kan willen. Hoezeer men (ex post ofte achteraf bekeken) dat ook kan wieden tot enkele goede alternatieven (die elk nog 100den, 1000den, you got the point: nuances, om van de schakeringen van de nuances nog te zwijgen, toelaten); hoezeer ook daarna (ex post'er, bij wijze van spreke) er redenen kunnen gevonden worden waarom deze of gene op dat, of 'zulk een', moment precies dat alternatief met die nuance - maar nog altijd niet waarom precies die schakering van die nuance - koos; hoezeer dat zo ook allemaal zorgvuldig kan bekeken worden, no way in hell dat we op gevoel en op het moment zelve de rechtvaardige oplossing kunnen kiezen.

{Sorry, geen grapjes, dit is voor mij; om niet te vergeten}

Dus als er al een gevoel is, kan dat alleen maar een onrechtvaardigheidsgevoel zijn (ON-rechtvaardigheidsgevoel?, neen, ONrechtvaardigheids-gevoel).

Precies dit: van alle mogelijke alternatieven en nuances van opties en schakeringen van uitvoeringswijzen van specifiek genuanceerde alternatieven, wordt er eentje, van die overweldigend velen, gekozen die onrechtvaardig is. Denk er eens over na - hoe vunzig krimineel moet je wel niet zijn om uit al die mogelijkheden er precies deze te kiezen die anderen hindert. Dat kan toeval zijn: één keer, misschien twee, zelfs drie (of meer bij gebrek aan bepaalde informatie, bij veranderingen die zich nog niet tot in de opvoeding of zelfs maar in de taal hebben kunnen wurmen); maar meer niet - echt waar, meer niet ('Third strike is out.', is niet toevallig iets waar we grote moeite mee hebben om NIET natuurlijk te vinden; waar meer randinformatie nodig is om te kunnen zeggen: "Ah, maar dát is onrechtvaardig want als je in die situatie zit dan is het nogal wiedes dat je een (te) grote kans hebt om dergelijke (futiele) dingen aan te gaan).

Onduidelijk misschien: het voorbeeld van hieronder. De "Zó wil ik nooit zijn."-refleks op zij die naar de mond praten en in de smaak vallen omdat ze alles aanpakken in de overtuiging dat ze zo in de smaak zullen vallen en dus de beloning krijgen. "Net dan maar niet." of "Zo niet." zijn de gedachten die bij zo een gevoelsmatige refleks horen. En het gevoel is precies dat van onrechtvaardigheid, en gekwadrateerd zelfs: het is niet alleen heel moeilijk om in het gevlei te komen (& zoveel makkelijker om niet in het gevlei te komen van wie macht heeft en onbewust die macht altijd ietsje uitbouwen wil) maar het is dan bovendien ook nog eens heel moeilijk om dat gevlei niet te zien als gevlei (en niet te beseffen dat het voordeel van gevlei altijd maar je eigen persoonlijke voordeel is en ten koste gaat van wie waar goed in is, & inklusief de vleier zelf die denkt dat hij goed is in wat de gevleide beoordelen 'kan' maar die eigenlijk slechts goed is in gevlei en ooit - altijd te laat - gaat inzien dat waar hij nu uiteindelijk mee bezig is niet voor hem is en slechts datgene was dat sociaal gezien op het moment van zijn jeugd, zijn carrière voor het hoogst aanzien werd).

Ja, dát is het. De va et vient van modes en trends die gespot dienen te worden, om de machtigen in kontakt te brengen met de beste vleiers (& ervoor te zorgen dat er tussen de machtigen altijd de korporatistische refleks is van vleiers onder mekaar); die va et vient die niet onder wetmatigheden gevangen worden kan.

Het onrechtvaardigheidsgevoel precies gevoeligst waar er nog geen wet is of waar er al lang geen wet meer nodig is. Het selektoraat, het moralizeren, de liefdaderigheid enzovoort, enzovoort.

{puf, puf, puf, ... sorry voor deze brief aan mezelf}

 

19-09-09

Het generatieconflict-konflikt

Voor zover ik opmaken kan is het generatiekonflikt een vrij recent fenomeen; & wat ontstaan is, kan ook vergaan. De bevrijdende gedachte van oude wijzen en andere, jongere, konformistische types dat ze gelijk hebben en dat anderen dat 'in the end' ook wel zullen inzien is dus misschien wel effektief de gevangenis die jongeren - en andere, oudere, non-konformistische types - erin zien (als je de voorgaande zin wel een beetje lang vond om goed te zijn dan is het allicht nodig om in je gedachten na te kijken of er geen tralies voorstaan; voor die gedachten, bedoel ik).

Genoeg hermetische hemeneutiek. Over naar de meedogenloze analyse: 't konflikt tussen generaties eindelijk aan de dialyse. Want eens het vuil eruit gespoeld, komt er misschien een einde aan de noodzaak van het forceren van de liefde. Beginnend bij het begin:

"Eigen gelijk eerst!"

Iedereen wil zijn akties verrechtvaardigen. En al was het maar door beroep te doen op de eigen, menselijke, zwakheid; dat lukt altijd. Rechtvaardigingen te over, zelfs gewetenloosheid gerechtvaardigd door de okkasionele afwezigheid van geweten. Er is geen aktie waar geen verhaal bijhoort en geen verhaal waarin het eigen gelijk de eerste plaats niet weet te veroveren.

Erg is dat niet, tenminste niet als relativeren begint bij het eigen gelijk in plaats van bij het gelijk van de ander. Niet dat andermans gelijk niet gerelativeerd mag, moet, worden; de oneindigheid van alle soorten gelijkhebberij zijn een garantie op relatief gezien alle gelijkhebberij. Maar beginnen bij andermans gelijk is verstarren in eigen gelijk. Sorry hoor, als dit even niet wereldschokkend nieuw is kwa inzicht. Had er dan zelf maar voor gezorgd dat jij & je omgeving niet aldoor vielen voor alweer diezelfde kromspraak - dan had ik deze tijd aan iets anders kunnen besteden (aan het niets, bijvoorbeeld).

Gelijk hebben, hoe onvermijdelijk ook, valt uit mekaar in twee klassen. Die van alle dagen, en van alleman, in allerlei kleuren en vormen die passen bij het moment en de mode van dag en plaats. En de klandestiene rechtvaardiging; die van de omertá en die je eruit moet trekken (of kloppen, of wringen) en die zich beroept op traditie, en op hogere machten (zonder uitzondering verbonden met hogere krachten) en op een soort onveranderlijkheid die zich telkens weer weet aan te passen om de claims van superioriteit op de rechtvaardiging van alle dagen (die je al niet meer wíl horen, want je hebt ze zelf al zo dikwijls gebruikt dat ze wel "ordinair" moeten zijn) te laten overleven.

Het is de 'wild card' van het grote gelijk. De joker die ingezet kan worden telkens er een aanval komt op het eigen gelijk. De buitengewone hoogleraar die geheimzinnig van binnen zijn loge - van binnen het gepriviligieerde netwerk - neerkijkt op gewone professoren die, slechts, de ambitie hebben ekspert te zijn op eigen domein.

En zo terug naar het generatieconflict. Niet het konflikt van alle dagen tussen luide, en nieuwe, muziek en het verlangen naar rust en kalmte, eigen aan mensen die al te vlug onrust in hoofdpijn en slapeloosheid omzetten. Neen, het conflict van zij die verslaafd zijn aan hun eigen grote gelijk en zich vastklampen aan plichtsbewustzijn, de drug die hen in kleine dosissen toegediend werden door de Don Corleone's, van de klandestiene, mysterieuze verrechtvaardiging in naam van Hogere Machten. Het conflict met prille twintigers die tot verbazing alom 'het' doen met wulpse blondines als ze daartoe de gelegenheid zien en, de belediging toevoegend aan de geslagen wonde, weigeren de hand te reiken aan de meerdere (volgens de rangorde van het grote gelijk, volgens de rangorde van slaafse volgzaamheid aan hogere machten - volgens de rangorde van een serviliteit die hoort bij de uitgestelde bevrediging waar slechts de meest perversen op wachten kunnen). Dit terwijl - terloops gezegd - deze twintigers noch wonde, noch belediging wensten te veroorzaken en slechts vermijden wilden dat hun hand - pas teruggetrokken uit een wulpse kut - deze gedistingeerde heren in hun eeuwigdurend sérieux zou raken.

Want daar is het! De geüniformeerdheid van het strakke kostuum, waaraan "eigen gelijk eerst'" te herkennen valt, versus de openheid van het alledaagse toeval, dat zonder obsessie in de uniforme modieusheid 'cool' blijft. En wel zeggen wil: waarom het tot fornikeren kwam maar wie wil dat horen?, de blondines waren wulps - wilden het - en wij ook - en 'what of it?' ...

Het eerste niet beter dan het tweede en slechts anders in het zich beter wanen. Tot en met het zich het beste wanen; dwangideeën tot dwang van andermans ideeën & tot uitsterven gedoemd. Samen met het grote gelijk opgesloten in plaatsen die het zonlicht niet kunnen verdragen; aangepast aan een overgangsperiode van kulturen die nog vechten moesten tegen kultuurloosheid; denkend dat zonder hun specieke kultuur zijn een sinoniem is van kultuurloosheid.

Het laatste konflikt tussen generaties is het generatieconflict-konflikt - conflict voor slechts de oudere generatie en konflikt voor de eerste generatie zonder conflict. De ouderen die vechten op leven en dood; die vechten tegen de dood die al lang dood had moeten zijn in hun wereldbeeld, & op z'n minst van hun wereldbeeld. Jongeren, enkel en alleen aan de 'andere' kant omdat de anderen dwangmatig dezelfde kant uitkiezen, die alleen maar het ongemak ervaren van zij die in conflict gaan willen & uiteindelijk slechts een vorm van jeuk voelen waar de anderen een gapende wonde vermoeden (omdat zij ook hebben moeten bloeden, en minder bloeden is onrecht). Openheid onomkeerbaar. Tot spijt van wie hen benijdt. De nieuwe concensus is ook de laatste konsensus.

Begrijpe wie begrijpe kan. Een beetje een einde; emoties. Wie oud wordt sterft - en sterven is niets anders dan doodgaan.

 

14-06-09

Omdat het móet: Catch 55

Iets volstrekt onsamenhangends. Bij gebrek aan irritatie en eigenlijk bij gebrek aan gelijk welke excitatie, dan ook. Los opgebouwd uit eenzaamheid. Niet eenzaamheid van lijf en leden, noch eenzaamheid in emotioneel alleen-zijn. Maar uit afgesneden, volstrekt gekokonneerd, denken. U ook misschien! Gelukkig, best OK en soms zelfs een streep geweldigheid. Allemaal fijn. Tot het denken want ... 'wie denkt mee?', en zelfs luisteren teveel gevraagd (zelfs als nooit gevraagd - spreken is al ruimschoots voldoende voor verontwaardiging - want wie luisterde naar degene die luisteren zou: inderdaad, niemand). Een oefening in Catch 22; want ook ik luister niet. Nooit bijna, waarom zou ik? Wie heeft iets te zeggen? Hier en daar iemand, ongetwijfeld - maar hoe haal je ze eruit? Hoe vermijd je de papegaaien en de luistervinken? Niet. Tijd is beperkt, het uitbraken van herkauwde ideeën vooralsnog oneindig.

Ongemakkelijk? (En niet alleen bij gebrek aan hoofdwerkwoorden?) Voor mij wel, ja, ten zeerste ongemakkelijk. Zij die gehoord worden hebben doorgaans niets, of toch niet veel, te zeggen. Alleen nietszeggenden hebben de tijd om zich te verzekeren - ik weet het, te kategorisch, passons, we zijn geen academici hier -, hebben dus tijd om zich te verzekeren van horenden. Horenden die aanhorigen worden want ook zij niets te zeggen. Alleen grommen, kwa instemming. En tateren bij bier of wijn, nooit in bed: "Goed gezegd! Dat heeft hij goed gezegd." En soms: "Dat heeft zij weer 'ns goed gezegd." (maar met nadruk op de 'zij' dan; qua 'goed zeggen' is 't vrouwelijk voornaamwoord nog van bijzondere nieuwswaarde, maar ik glijd weer af). Catch 33: het merendeel van wat gehoord wordt is nietszeggend & zij die het horen hebben er niet de minste mening over behalve dat diegene die het zegt het goed kan zeggen (en dus, tant pis voor de opiniemakers: de opinies die ze zelf niet maakten maken ook geen opinies bij anderen).

Onverstaanbaar? Ik vermoed van wel. Weten zal ik het niet bij gebrek aan nalezen van eigen werk. Arrogant ook, onbescheiden - lui wellicht. Te lui om te overtuigen & ik ook te lui om te zoeken naar zij die overtuigd willen worden. En dan maar klagen over de zeikerds die niet helpen willen, niet luisteren willen, die zelf willen willen om iemand anders' wil te willen. Iemand anders en niet ik. Toch: voort! Voort! Omdat 't moet. Geen melancholie, geen spleen (neen, dát rijmt niet). Het is zoals ik boet en dat is alles: mijn uitzweten van nog-niet-weten. Het moet eruit. Niet noodzakelijk er ergens n. Tuurlijk wil ik gehoord worden. Mijn Catch 44: vanitas, vanitatum, .. willen & niet kunnen want (en nu afgeleid: Ska-Jazz - wikkedup, wikkedup, wikkedup): bij kunnen houdt mijn willen op. Echt. Dat kan. Alleen geven, niets is het nemen waard en zeker niets dat nog leeft en strijdt voor aandacht. Wel - dat strijdt voor aandacht & tegelijkertijd (wikkedam, wikkedam, wikkedam; all been done before) originaliteit beaanspraakt (claimt dus, maar lelijker). Niets mis met aandachtszoeken. Niets, en nog vele andere dimensies waar niets mis mee is.

Beter nu. Zou ik publiceren? De weinigen afschrikken. Een risiko nemen: te velen te verleiden. Catch 55: damned if you do, damned if you don't & far less than either if neither way you're damned. Slechts zelfsuggestie. Eenzaamheid in denken blaast je eigen denken op buiten proportie tot emotie. Suicidal Tendencies, maar dan slechts in het gehoor. How will I laugh tomorrow if I can't even smile today. Grappig. Trip of the brain (dakkedakkedakke-doemdoemdoem nu). Met de voeten op de grond, en nog geen moderne oplossing om niet-rijkgeborenen de rijkdom van tijd te geven in dewelke rijkgeborenen van langvergeten eeuwen de wereld veranderden, ten goede uiteraard, want alleen veranderingen ten goede zijn een lang leven beschoren. Dat, daar, een goed idee. Neem het mee.

Voor de volhouders, slechts Catch 22 blijft over in hedendaagse kommunikatie. 

Zeg: 'Alles gaat goed!', want anders gaat het almaar slechter. Zeg: 'Vijf voor twaalf!' want anders zal 't rap gedaan zijn. Met die 2 gezegdes regeert het patronaat al een tijdje onze staat. En U een personage van Heller, nog niet eens een K., sympathiek misschien maar onnozel; als U zich laat bevoogden als lammetjes die zogen.

Maar daarover later meer. Misschien. Als jullie braaf zijn. En ik stout kan blijven.

 

30-05-09

De onwil van het volk

Politici (& wat dies meer zij, 'de krachten die zijn') vertellen ons al lang wat we best doen. Raar, want wij weten maar al te goed wat we willen doen: zo weinig mogelijk. Het is de demokratie op haar kop. Zij vertellen ons wat we zouden moeten willen in plaats van naar ons te luisteren om te weten te komen wat we eigenlijk willen. Niks, de wil van het wolk; enter, de onwil van het volk (& de moed om impopulair te zijn).

Het probleem is nochtans simpel: hoe, met 't minimum aan gedwongen inspanning, geraken we aan een maximum van ongedwongen luxe? Helaas. De enige oplossing die we te horen krijgen is .... ta-da-da-da-ha ... lánger werken. 'Want werken is een recht.', en als we daar niet week van worden in onze hartjes: 'Werken is een plicht' - en als onze knieën daar niet van beginnen knikken: 'De profiteurs eruit!'

Dus zitten we met 100% van de politici die de overgrote meerderheid van de kiezers trachten te overtuigen van hun probleem. Om vervolgens verontwaardigd te zijn 'dat wij het blijkbaar niet snappen'. Hoe moeten zij alles plusminus bij hetzelfde houden, en tegelijkertijd hun eigen dada's verwezenlijken? Hoe kunnen zij alles blauw-blauw laten als wij de vrijheid willen om écht anders te gaan leven? Om voor ons te leven - en niet voor andermans idealen of kinderen die we opzadelen met schuldgevoelens over de zurigheid die zij, kind zijnde, ook al niet wilden en, eens opgegroeid, als de norm van onze waarden beschouwen.

De onwil van het volk is zo de zin van de demokratie geworden. In naam regeert nu het volk. In feite wordt het volk geregisseerd. Onwillige figuranten gediskrimineerd - geen plaats in de besluitvorming zonder kapitulatie voor de dwang van hard werken en veelvuldige aanwezigheid, liefst in grote groepen, altijd konformerend aan wat er door de sterkste ellebogenwerkers opgedrongen wordt.

We tuinen er minder en minder in. Dat leidt tot meer en meer frustratie. Want er is geen keuze behalve schijnkeuze. Tientallen partijen, honderden meningen, en toch op dat ene punt allemaal roerend eens: we moeten en zullen ons roeren als we een kans willen hebben op goed boeren. Dát zijn immers onze waarden en normen: dat we moeten wroeten als wormen op straffe anders te ontaarden. Eindelijk verlost van de hemel, veroordeeld tot eeuwige laagbijdegrondsheid.

Waarom is er niemand dit dit zegt? Omdat bedrijven groot zijn, partijen klein, en de academici uitverkocht aan beiden. Onafhankelijkheid is onbestaande, & iedereen in het publieke debat onlosmakelijk verbonden. & die hele zwik volslagen losgekomen van onze realiteit waar opgefoktheid al lang voorbijgestreefd is. Hoe kleiner partijen (en hoe kleiner de landen) hoe minder ruimte voor afwijking.

De politieke splinterbom vermoordt alle onafhankelijke kreatieve denken. Wie eruit springt, vliegt eruit en vliegt er dan weer in, met steun van andere gedegouteerden, andere verliezers met een overschot aan geldingsdrang. Om, uiteraard, hetzelfde te zeggen want iets anders gezegd levert de banvloek op van 'de machten die zijn', en dus: van extreem-rechts tot extreem-links, een bende tegen mekaar schreeuwende roepers die niet de tijd kunnen nemen om na te denken over nieuwe konsepten, en dus almaar meer variaties kreëren van oude konsepten, die uitgeleefd en afgeleefd zijn. De verveling voorbij. De beslissingen altijd 'elders' genomen.

Elders. Niemands verantwoordelijkheid. Hun best doen door noest te arbeiden. Alsof wij een boodschap hebben aan hun best doen. Wij verdienen het beste - en dus dat ze het gewoon goed doen. Is 'hun best' niet goed genoeg, dan is hun noeste arbeid een belediging bovenop onze gekwetsheid. Weg dan. Maak plaats, voor zij die goed genoeg zijn, zelfs al volstaat één lumineus idee per jaar en zitten ze de rest van de tijd rond te neuken op een strand met wasbord-gespierde jonge mannen of grijzend mansvolk dat enige papperigheid kombineert met een beter gesprek, & een grotere doeltreffendheid richting vrouwelijk orgasme.

Neen, dit is geen tirade. Slechts een observatie over hoe het beter zal zijn als wat er nu op de eerste lijn staat afgestraft wordt en geniet van een rijkelijk pensioen, of de rente op een rijkelijke ontslagvergoeding. Weg moeten ze. Van zo gauw ze ons met rust laten, is al hun luxe welverdiend. Want, dankzij hun afwezigheid hebben wij een kans op rust en redelijk nadenken en oplossingen die niet op het doodgelopen pad tussen kommunisme en kapitalisme liggen.

 

13-05-09

Deeltjespsychologika

Nog eentje in het negatieve. Dan terug optimistischer. Voor ik begin te klinken zoals dat addergebroed dat niets beters te doen heeft dan af te geven op alles & nog wat (u kan ze zien samentroepen op hln.be als je zelf eens wil zien wat de politiek "aan de toog" zegt te horen). Maar maak U geen zorgen: ik ben nog lang niet lid van de Sint-Egidius-gemeenschap. Ik hoop de zwakzinnigheid nog even uit te stellen.

De titel had ook kunnen zijn: "We rijden allemaal in een Suzuki Swift." Ik betwijfel 't echter of velen ten lande de schande van de Suzuki Swift, in de mislukte aanslag op koningin Beatrix, (nog) kennen. Een andere mogelijkheid was: "Mijn kind is perfekt, alleen spijtig dat ze uitgesloten wordt." Of nog: "Wetenschappelijke doorbraak: ook sporthelden zijn menselijk!" Want er wordt nogal wat drukte gemaakt, & het schema van al die drukdoenerij is tijdloos: wat slecht is wordt afgesplitst & uitgejouwd, het is des duivels (of erger nog: des 'andere' mensen).

Het probleem is filosofisch (ja-ha, filosofisch!). Er is sprake van overshoot in richting van de deeltjesfysika. Alles is netjes wetenschappelijk opgedeeld in het positieve en het negatieve. Het negatieve wordt afgezworen. & Als het resultaat niet puur genoeg is dan splitsen we het positieve wat verder - zo kunnen we het zuiveren van neutrale en inerte delen die ons beletten het ideale tot onze werkelijkheid te maken. En hup, daar staan we dan in onze pure al die smeerlapperij te bekijken. We herkennen het niet meer in onze zuiverheid. Kunnen het dus des te beter veroordelen als vreemd - het vreemde veroordelen is essentieel voor het pure (het meest zure komt van hen die zich het meest puur vinden - zoek hen bijvoorbeeld 'in de natuur').

Het sukses van de wetenschap heeft ons verslaafd aan de dunne witte lijnen die het goede scheiden van het onaanvaardbare. Liefst onversneden snuiven we aan wat er zou moeten gebeuren. We kunnen niet weerstaan aan de klare taal die onze lijntjes legt. Indien we het ongeluk hebben zo een lijntje door onze omgeving te zien lopen dan: geen nood! Niets waar een pil - of wat ekstra kordaatheid bij het uitsluiten van de slechte invloed - niet tegen kan helpen (men spoede zich naar ww. hln.be om de zwartste kakjes kwijt te kunnen).

Wij verslaafd? Neen, nooit! De anderen hebben gewoon ons rechte pad weer 'ns niet gevonden. Zíj zijn het die verslaafd zijn aan het politiek-korrekte mistspuien dat elk huisje zijn kruisje heeft - alleen óns huisje heeft namelijk een kruisje ;-(

Dát is de essentie van het konservatisme: de schuld afsplitsen, buiten je leggen, en dan genadeloos afslachten. Het wordt alsmaar moeilijker om konservatief te zijn, en ook in de filosofie wint het holisme het terug van het atomisme van de erfzonde. En dus schreeuwen we even wat harder. Het is de gil voor de verlossing. Niet lang meer, niet lang tot we bevallen van de mooie gedachte dat alles wat slecht is ook in ons is en altijd in ons zal zijn; niet omdat we allemaal slechts zijn maar omdat iedereen er beter op kan blijven worden door voortdurende hervormingen. Zonder alfa, & zonder omega. Zonder drukdoenerij en met de nodige vuilspuiterij. Met de wil te verbeteren en zonder de stress van het beste te moeten zijn.

Komaan, hup, begin ermee! Geen splinters, geen balken, geen stenen, niet werpen, niet verbeteren maar beter worden. Op 't gemak, er zijn nog duizenden generaties - nog miljarden nakomers die het beter zullen hebben dan wij. Niet jaloers worden; er waren duizenden generaties en miljarden voorvaderen die het veel slechter hadden. Stel U voor: het overgrote deel ervan geloofden in de fabeltjes van God, en stierven in vrees voor de wraak van wat niet bestaat.

 

23-03-09

Leuteraire performances

Sta me toe dit persoonlijk te nemen: er is geen schrijver of zij staat te leuteren op 't podium en geen schrijfster of hij verkwanselt zijn tijd aan een kansel. Er moet brood op de plank, ik weet het wel, en alles is ijdelheid, het zei hen vergeven; maar wat is dat nu: schrijvers die hun teksten opvoeren alsof wij lezers niet meer kunnen lezen? Blijkbaar hebben we duiding nodig bij hun schrijven & is het risiko te groot dat we er, godbetert, onze eigen mening over vormen. Dus geven ze ons arme kinderen maar een handje en leiden ons tot hun mening die, reken maar van yes, de juiste is.

Want wat is dat nu voor iets, die onafhankelijkheid? Ho maar dat zo'n schrijfster zich bekent tot een politieke strekking. Maar wel de vinger klaar om af te wijzen, handen vol pennen om pamfletten & oproepen te tekenen. Schrijvers zullen maatschappelijk relevant zijn, of niet zijn; alsof maatschappelijkheid relevant is voor het schrijverzijn. Onafhankelijk van partijen, ongeschonden want ongebonden aan echte ingrepen. En toch verslaafd aan populariteit en verbolgen over 's woords gevolgen. Alsof de café's nog niet vol genoeg zitten met politici die voeling houden met het volk, begeven de togen het van de praat zonder haat, het geblaat zonder maat - het spuien van weer een meninkje zonder ruggengraat.

Voor, tegen - oeverloos gezwets, eindeloos geklets. Alles kan beter! Alles was beter! Alles moet beter! Geleuter door schrijvers die artiest willen zijn - en artiesten die zich voor echte schrijvers uitsloven van hun podiumtijd beroven. Gekeuter door would-be politici die betweterig beter weten - en politiekers op hun nummer zetten als ze zich door echte denkers laten besmetten. De ondraaglijke lichtheid van 't leuterbestaan: alle ballen prijs maar niet de ballen om zelf op te staan, de godverdomse kwallen - natuurlijk mogen ze spreken maar laat in godsname al dat gratuite preken.

Wat wil ik zeggen? Tja, wat wil ik zeggen? Weinig eigenlijk - misschien wel helemaal niets. Ik wilde schrijven: geschreven heb ik & zo afstand gedaan aan de lezers, met hoe weinig ze ook zijn. Niemand moet laten wat ik zeg te haten (en als ik wil zeg ik hier gewoon: 'kaas met gaten'). Schrijven is respekt hebben voor de lezers door die aan hun lot over te laten. Uitleggen, opleuken & zich door het ons kent ons te laten verneuken is alles behalve schrijven; en zo ben ik terug gelanceerd - cirkel na cirkel trekkend rond het zwarte gat van het napraten van andermans wijsheden en enkele zeldzame zelfgevonden 'zen'-momenten van wakkige oppervlakkige ietsepietserige opinies van buiten de linies. Alles beoordelen met alle voordelen, zonder risiko's op veroordelen: mijn opinie doet er niet toe, ik zeg slechts "Boe!"

 

 

27-12-08

En nu: iets immaterieels!

"De grote gedachte ontspringt bij een eenvoudige vraag." Ik weet niet wie het zo zei & zelfs niet of iemand het al ooit zo zei. Maar, als U nood heeft aan wat gravitas om onderstaande serieus te nemen, denk dan gerust aan Thales van Milete, of één van de andere pre-socratici (gelieve geen Aziaat te nemen, daar komt slechts verkeerde wollige spiritualiteit van).

Ik bevond me in Parijs, aan de ontbijttafel, in afwachting van een aktiviteit die geen enkele indruk zal achterlaten op mens noch maatschappij (dit laatste is slechts een stijlfiguur want er is natuurlijk geen verschil tussen mens en maatschappij; daarover een andere keer, en elders, meer). Mijn kollega, enigszins onder de indruk van wat de mens heden ten dage aanvangt met het milieu, vroeg zich luidop af - "Er is toch een grens aan 's mens materiële rijkdom." - of toch iets dergelijks (ik vermoed dat weinigen onder ons zich nog aan een genitief wagen). Het was in elk geval bedoeld als een retorische vraag en dus voldoende om de retorische stier in mij te wekken.

Ik dacht aan Malthus en hoe iets begrensd kon zijn zonder dat er iemand ooit een vaste grens zou kunnen berekenen. Dat maakte mijn kollega ietwat nerveus (er is iets hoogst onbevredigends voor de mens aan onverzadigbare onbekenden, zeker nu de goede gewoonte groeit om in zulke gevallen niet steeds naar God of 'iets' in die trant te verwijzen). Dus, ik was mild gestemd die ochtend, deed ik in mijn hoofd wat U nu gaat doen via volgende link:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/materieel

En dat was het! Wat Thales van Milete, of zo, ook mogen gezegd hebben: de grote gedachten ontspringen niet aan eenvoud maar aan de ontdekking van onzin, onzin die ons dagelijks taalgebruik is binnengeslopen en zo - van binnenuit - ons 'gezond verstand' verziekt (waarover op hetzelfde elders & nog een andere keer ongetwijfeld ook veel meer). Uiteraard is de materie hier in het ondermaanse begrensd maar de materiële grens ervan doet niet ter zake! "Ha!" dacht ik & mijn kollega was eventjes zelfs geïnteresseerd.

Ha!, want inderdaad - als de ekonomie groeit betekent dit niet dat het verbruik van materie evenredig groeit. Er is namelijk zoiets als het "Britney Spears-effekt" - haar gekweel zit in de ekonomische groei maar legt minder beslag op materie dan, bijv., een super-ekologisch-verantwoorde 4*4 van BMW. Mijn kollega fronste: deze keuze tussen Britney Spears en BMW's was allerminst simpel voor hem. Gelukkig was er op dat moment voor mij geen gesprekspartner meer nodig. De stier was los & de vraag mocht vluchten zoveel zij wou: de strijd was nu onvermijdelijk en ik zou winnen.

Uiteraard is de ekonomische groei vanaf een zeker welvaartspeil voornamelijk zaak van stijgende konsumptie van immateriële goederen. Dat verklaart ook die recente schaarstes op de markt van primaire goederen; de wereldgroei zit gelukkig genoeg geconcentreerd in gebieden die dat welvaartspeil nog niet bereikt hebben. De onzin bestaat dus uit de taalstandaard die 'materieel' als epitheton ornans van rijkdom is gaan beschouwen (neen, geen concessies hier - ga maar naar www.wikipedia.org als je er nood aan hebt, dat doe ik ook). Die standaard wordt gebruikt aan beide zijden van het debat als common ground. Voor de enen is alles wat materieel is heilig - en voor de anderen is rijkdom onrein (ja, zeg maar rustig: "Dekadent!" - zoals in "Het dekadente Westen.").

Maar daar deed ik het zoëven zelf en dus moet ik met enige vertraging weer even iets doen in mijn hoofd. Volgt U gerust mee op:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/immaterieel

Zoals Bergson het al zei: het is niet omdat 'iets' niet bestaat dat 'niets' wel bestaat. Ofte, het alternatief voor materieel hoeft niet immaterieel te zijn (met dit alles viel ik mijn kollega niet lastig, voornamelijk omdat ik het toen niet op tijd bedacht). De valkuil hier is de valkuil van diegenen die rijkdom onrein vinden - & reken er maar op dat als je samen met zulke in een kuil zit dat het er stinkt. Er is niets wolligs, of spiritueels, aan wat ik wilde zeggen. Het is slechts kwestie van materiaalverbruik en de vaststelling dat er (vanaf een bepaald punt) geen evenredigheid is tussen onze rijkdom en ons materiaalverbruik. Dat punt bereiken er meer en meer & opvoeding laat ons toe dat punt laag te houden; we zijn rationele optimisten hier.

Eerder is er een omgekeerde evenredigheid - hier pikken we terug in bij m'n kollega die van fronsen tot schouderophalen evolueerde. Al wandelend naar het werk was er grote ontgoocheling bij hem dat het intermezzo van hotelkamer-betalen er niet toe in staat bleek mijn stier terug te laten inslapen. Omgekeerde evenredigheid - want de mens is de voornaamste materiaalomzetter - hoe meer materiaal er voor onze rijkdom dient omgezet, hoe meer de mens moet werken.

Vermits er dus tijd nodig is om zelfs maar Britney Spears te konsumeren is verbruik van materialen een materiële beperking op ekonomische groei. Er is dus niet alleen een grens aan het materiaal dat we kunnen verbruiken; als we echt almaar rijker en rijker willen worden (en als we rationeel zijn is het dat wat we willen) dan gaan we die grens nooit zelfs maar benaderen. Lang voor we met die grens te maken hebben, is de nieuwe evolutie naar alsmaar minder materiaalomzettend werk in volle zwang en evolueren we naar "mekaar bezig houden' (een beetje zoals ik jullie nu bezighoud).

"Oef," dacht mijn kollega, "eindelijk gedaan." & tot zijn kosternatie vond ik toch nog een klein mankement aan mijn redenering. Mensen zijn dermate geïndoktrineerd in hun hang naar het materêle dat niet alleen hun leven maar alle leven heilig is - dat is een showstopper (ik begon al te denken in de taal die ik voor het werk gebruikte, we waren bijna ter bestemming). Welvaart - meer bepaald de opvoeding waarzonder er geen sprake van welvaart kan zijn - beperkt geboortes; dat is toch wel afdoende bewezen. Maar ze heeft vooralsnog het perverse effekt ook sterftes af te remmen - en zonder sterftes blijft er het probleem van groeiend materiaalbeslag.

Dus is de vraag in hoeverre sterven een probleem is voor onze rijkdom. Vroegtijdig sterven is dat zeker maar laattijdig sterven is dat gelukkig ook - en ik heb het hier niet over dementie of andere, uit te stellen, aftakelingsverschijnselen. Eens genoeg tijd gehad is elke extra tijd niets anders dan achteruitgang. Een veralgemeend recht op sterven met voldoende procedurale omkadering zal er ongetwijfeld voor zorgen - op korte tijd, zoals dat ging met kontraceptie - dat de gemiddelde leeftijd eindelijk terug zal lopen in het Noorden. De redenering is voor een andere keer, vermits we inmiddels ter bestemming waren ('Rare jongen, die spreker." dacht mijn kollega); maar, in dit geval zoals in het geval van de geboortebeperking, is het nodig dat we voldoende loskomen van pausen en andere predikers zodat we de mens via akties kunnen laten spreken.

Lang genoeg? Of gaan jullie klagen over 'te lange zinnen'? Fuck off als je jezelf zo vlug verveeld!

 

13-11-08

"Protecting your human capital"

De stompzinnigheid ten top. Niet zomaar in de marge van een bijeenkomst van wat nostalgische oud-neo-liberalen maar een echte aktuele reklameboodschap - gericht op luisteraars van een serieuze zender in prime-time. Mainstream is het woord - en niemand stoort zich publiekelijk aan deze verkrachting van de menselijkheid.

Alsof we nu ook zelfs terloops gezegd gereduceerd zijn tot een hoopje koebeesten, die veilig in de stal dienen gedreven worden want 'anders brengen ze niet meer op, meneer'. Ik weet het niet hoor. Zeg jij het maar. Misschien is de tijd rijp om de vrije wil en al die eigenzinnigheid eens en voor altijd met het oud papier mee te geven - het brengt niet op als wij, het kapitaal, er nog eigen meningen op gaan nahouden. Onze eigenaars hebben immers het beste met ons voor. Ze zullen ons beschermen (tegen een kompetitieve prijs); ze hebben geen keuze want ze investeren in ons - weet je wel. Ze wedden op onze innovativiteit, zolang we binnen de lijntjes kleuren. Wie is er nu iets met horden koebeesten die een stampede van ongebreidelde en ongeleide originaliteit tentoon spreiden?

Zucht.

Ik heb heimwee naar de tijd die nog komen moet. Een tijd waarin wij, mensen, niet meer zoals centjes bijeengedreven worden in alsmaar grotere kuddes om 'kapitaal' te zijn. Wanneer men openlijk zegt dat 'menselijk' niet bijvoeglijk naamwoord kan zijn bij 'kapitaal'. Inderdaad, ooit zal kapitaal terug een verschijnsel zijn dat dienst doet voor mensen en zullen mensen geen verschijnsel meer zijn op de onzin die nu algemeen aanvaard wordt onder de noemer 'arbeidsmarkt'. Alsof mensen zich, zelfs voor beperkte tijd, kunnen verkopen aan de meestbiedende (om vervolgens als de perfekte overbetaalde loonslaaf het systeem van loonslavernij te bestendigen).

Extreem? Dromen mag! Het is een bezigheid die nooit een meerwaarde zal leveren voor het bestaande kapitaal, en daarom het beste verzet tegen de groeiende idiote consensus die de instrumenten van de vrije markt verwisselt voor het doel van onze menselijke verbeelding.

Mensura, zo heet het bedrijf in kwestie. Ik hoop vurig dat het een voorteken is van de menstruatie die een onvruchtbare cyclus van bijna een eeuw denkwerk beëindigt zodat we daarna met vruchtbare verbeelding mekaars geest kunnen neuken. Dit ter meerdere eer en glorie van wat wij leuk vinden: produktief of niet. Gedaan met die ridikule inspanningsverbintenis en eindelijk onze rijkdom gebruiken ter bevordering van de ontspanningsgeilheid.

 

29-06-08

Een pijnlijk gebrek aan subversiviteit (1)

Ik was onvoorbereid, en moe. Alex droeg een te kort T-shirt over een te dikke buik. Dat was geen persiflage op de hedendaagse meidenmode. Ik was moe, en onvoorbereid. Ik vroeg: "Hoe was het met jouw dochter?", doelend op het afgelopen schooljaar. Hij wreef in een onverzorgde baard en stak een sigaret op (even voordien had hij het punt gemaakt dat ze zelfgemaakt waren - toch beschikten ze over een filter). Hij maakte geluid: "Ho, ho, hum, dat was geen probleem, helemaal geen probleem." U mag er de intonatie zelf bijdenken, ik verzeker U dat het geproduceerde geluid niet zijn dochter tot onderwerp had maar onze kinderen, en dus onze problemen. Wellicht ook zijn leedvermaak.

Stilte. Er zijn momenten waar beleefdheid ongepast is. Hij droeg een short - onder een te dikke buik. Ik vermoed dat het schaamhaar zich, uit schaamte, had teruggetrokken in die short; even lovenswaardig als moeilijk. Hij brak de stilte voor ze pijnlijk werd en maakte een pijnlijk geluid sprekend in het soort geaffekteerd Nederlands dat wellicht Algemeen is maar allerminst beschaafd. "Jouw zoon deed het goed maar bij anderen waren er toch problemen?" Een overbodig vraagteken, grammatikaal onterecht, maar zijn gelaatsuitdrukking paste alleen bij het vraagteken en maakte de rest van de zin overbodig. Alex dronk, een beetje want hij was op een missie. Informatie had hij nodig, liefst beschadigende informatie om de schade te repareren die hij zijn kind alreeds had aangedaan. Voornamelijk de schade aan zijn imago. Ondermeer schade door het dragen van een te kort T-shirt onder een onverzorgde baard. Laat ons hopen dat het bij die schade blijft.

Weer stilte. Er zijn momenten dat onbeleefdheid onvermijdelijk is. Hij weer: "Het is geen school voor watjes." (of, waarschijnlijker, doetjes). Ik: "Neen." Net voor de stilte, met een inspanning alleen vergelijkbaar met die van zijn schaamhaar: "Ze laten de kinderen wat aan hun lot over." Hij was zichtbaar tevreden hiermee, de konnektie was gelegd. Hij stak een zelfgemaakte maar toch befilterde sigaret op. Ik kotste in gedachten de hele tuin vol. Alleen maar in gedachten, de mijnen waren dichtbij en verdienden geen spektakel. Was ik maar schaamhaar. Alex nam zijn digitaal foto-apparaat en nam wat kiekjes - onderwijl vertelde hij over de gebuisden, de subversieven en de nog-niet-nu-gebuisden. Het klonk als aanbod om zijn dochter uit te huwelijken - aan mijn zoon, met bovengemiddeld begaafde kleinkinderen tot gevolg. Ik bespaar U de zijdelingse te berde gebrachte opmerkingen over zuidtuinen (ook wat dat betreft was mijn zoon blijkbaar een goede partij). Hij kon niet weten dat mijn tuin in mijn gedachten volgekotst was tot aan de metershoge muren vol. Toch wilde ik dat huwelijk niet definitief uitsluiten. Aangetrouwde familie is per slot van rekening nooit familie. Zelfs familie is eenvoudig buiten te sluiten uit jouw familie.

Ja, dit is zo gebeurd (misschien heb ik de stiltes wat overdreven). Alex droeg Birkenstocks, althans iets dat door Birkenstock geinspireerd was. Maar vrees niet dat Alex zich in gebeurlijk geval zou identificeren met het bovenstaande. Er zijn nu eenmaal mensen die onbekwaam zijn om zichzelf in een spiegel te herkennen. Die valse in Sneeuwwitje en zo.  En Alex, ik weet zijn echte naam niet. De man zou smakelijk kunnen lachen, want hij kan lachen als er iemand in de zeik genomen wordt, met het bovenstaande. Terwijl hij de zelfgemaakte maar toch befilterde sigaret ter hand neemt na kiekjes genomen te hebben in een zuidtuin gekleed in een te korte T-shirt boven een te dikke buik en onder een onverzorgde baard. Alles ter glorifiering van een opvoeding die ten teken staat van het ontzeggen van alle moderne geneugtes behalve die van grote superioriteit.

Ik was moe, maar nu verzadigd van adrenaline. Onder vier ogen had ik er nu minstens twee dichtgetimmerd maar onder twintig ogen leidde ik het gesprek af, met dank aan een puber die met muziek op zijn hoofd rondliep. Bedankt!, het spijt me dat Alex je een mislukkeling vindt maar ik ben er zeker van dat je zelfbeeld hier niet door vernietigd wordt. Je hebt per slot van rekening groot geluk: je bent zijn kind niet. Ik hoop dat je enthousiasme voor de muziek niet gebroken is nu je weet dat ook muziek in de verkeerde handen voorgesteld kan worden als leerstof. Met data, en weetjes en korrekte uitspraak en niet zo fijnzinnige terechtwijzigingen met betrekking tot de korrekte taxonomie in de punk rock muziek. 't Spijt me zeer, ik was al te blij dat een veertigjare een twaalfjarige had om zijn ingebeelde suprematie op uit te leven. De tuin werd weer groen, ik zag spelende kinderen terug bezweet en niet meer bekotst.

Hij dronk witte wijn, met mate. Ik had de fles rode wijn reeds op - zodoende mijn dag erna verknallende, katers heb je altijd van slecht gezelschap. Groot was mijn genoegen dat de witte wijn even slecht smaakte als ik me gevoeld had. Haah, de gerechtigheid! Ik deed een nieuwe fles open, Alex zei dat het niet nodig was en maakte het tegelijk duidelijk dat dat het minste was wat ik verwacht was te doen. De nieuwe fles was ook slecht, ik liet het erbij. Toeval is niet altijd toevallig slecht.

Ik laat het er hier ook bij. Er is veel dat ik niet verteld heb. Over het respekt voor diversiteit waartoe Alex me, en passant, moreel verplichtte. Ik blijf erbij dat diversiteit in de stompzinnigheid geen respekt verdient. Ik zie ook niet in hoe iemand die zijn kinderen tot zijn evenbeeld kneedt in deze veel moreel te verplichten heeft. Ook over de verslechtering van de zeden die Alex als feit in het boek der wetenschap had bijgeschreven - "Het gaat alleminst de goede kant uit", zei hij, en trok een bijpassend afkeurend gezicht (een gezicht waar je dus alleminst gelovig voor moet zijn). Mijn antwoord sloot het gesprek af in zijn oren (had ik dat maar eerder geweten). "Het kan maar een kant opgaan, de goede kant", zei ik en hij keek alsof er in mij nog iets van de subversiviteit van de verloren jeugd zat.

Neen, mijn zoon zal wat hem betreft niet goedschiks de hand van zijn dochter krijgen. Good on me!

19-03-08

Claus klauwt nooit weer

Hij zal niet rusten in vrede. De dood beëindigt onrust zo wel als rust. Het mag hem ontgaan hoe ekstreem-rechts Claus het hoofd boog ná zijn dood. Helaas zal hij evenmin genieten van het voor Claus gewijzigd zendschema, evenzeer ná het live-verslag van het bekervoetbal.
Wegen 's doods voordelen op tegen de nadelen?
Enerzijds moet hij vrienden van weleer niet zien getuigen hoe die Hugo Claus 'groter is dan'. Een leven van woorden postuum samengevat in wiskunde. En anderzijds wordt hij niet langer getergd door jaarlijkse literaire veekeuringen. Alleen de dood verlost een schrijver van de vloek van Nobel.
De deugd van de dood mag twijfelachtig zijn, Alzheimer wist alle twijfel uit. In zijn geval eerst en alleen de twijfel. Een leven van antikatolieke achterhoede-gevechten finaal beslecht met de overwinning van de vrij gekozen dood. 
Neh!
Moge men nooit een voortijdige behandeling voor Alzheimer vinden. Velen, en ook ik, hebben slechts het schrikbeeld uitgewist te worden om de gure herfst van het ons-kent-ons te ontlopen. Erger voor de onverenigden, erger dan de levende vergetelheid, is het verlies van de eigenheid in bezadigd samenzijn. Geen grotere vloek dan in groep ooit rebels geweest te zijn.
Bijzetten is Claus' lot. Gehoopt heeft hij om verder te leven via woorden. Zijn hoop is met hem gestorven. Groter dan zal hij nooit zijn, best is zijn woorden zo niet te kleineren.
Met dank voor het heengaan op eigen keuze! Enig onverenigd.

10-03-08

Maatschappijsupporter

Iemand zei me onlangs dat mijn stukjes eerder van het maatschappijkritische - misschien wel maatschappijkritiese; 'wink, wink, nudge, nudge' - soort zijn. I beg to differ. Welintegendeel: ik ben een maatschappijsupporter! Telkens als de maatschappij in konflikt komt met haar vele kritikasters kies ik partij voor de maatschappij. We worden te materialistisch? Ik vind het goed zo. Worden we te seksueel. 'Prima!', denk ik. Zijn we te lui, te vrijpostig en maken we het te bont voor het traditionele gezag? U hoort me al denken: 'Doe zo voort'.
Kritiek op de maatschappij hebben we al genoeg. Het volstaat het gemiddeld politieke discours te ontleden, er is altijd wel iets mis dat dringend rechtgezet dient te worden. Gieren zijn het die moeten teren op andermans ongeluk om zichzelf op de kaart te kunnen zetten. Allemaal vlijtig zoeken naar problemen die ze vervolgens kunnen oplossen; of tenminste - liefst met wat franc-parler - aankaarten. De kweekvijvers van het establishment bestaan uit puur zuur - vandaar waarschijnlijk de toenemende zwavelgeur in het publieke debat.
Nooit is het goed. Tenzij het iets is dat met instemmend gebrom iets slechts vermag weg te nemen (accijns op tabak, isolatie, minder burokrasie, ...). Men is zo naarstig op zoek naar maatschappelijke fouten dat het wel lijkt alsof we de totale annihilatie van het menselijke ras op termijn als een zegen zal gaan beschouwen. We zijn op het punt gekomen dat het summum van de publieke persoon is dat zij of hij 'de problemen krachtdadig benoemt'! Komaan zeg, zo veel gezond verstand is teveel gezond verstand voor een arme ziel als ik. Als een kind zo blij ben ik als iemand nog eens soft genoeg is om te wijzen op de alsmaar beter worden kwaliteit van (bijvoorbeeld) muziek & de almaar groter wordende groep mensen die tijd en middelen hebben om ervan te genieten.
Maar de maatschappij trekt er zich verder geen ene reet van aan. Want zo is ze wel, die maatschappij. Dat gaat gewoon lustig voort met nieuwigheden te kreëren. Dat kweekt als konijnen alsmaar meer mensen die genieten van wat al van moois op de wereld losgelaten wordt. Tot wanhoop van geestelijken & spirituelen van heinde en verre die de markt voor hun mentale opiaten verder en verder zienderogen zien slinken al roepende in de woestijn: 'er moet meer zijn!'. Helaas voor hen: er is elke dag meer en dus minder nood aan hun type mentale verdoving.

Neen, ik ben een maatschappijsupporter.

Heb het slechts moeilijk met de gevestigde waarden - en ook met gevestigde waarden die de gevestigde waarden aanvallen. Gezuur en gezaag, waarom? Alleen maar om zich af te zetten tegen de maatschappij ter meerdere eer en glorie van hun eigen sub-gebrek-aan-kultuur - de kultuur van de bruine neus met als einddoel een lidmaatschap van het selektoraat.

24-02-08

Dwangmaten

De hele geschiedenis samengevat in één zin: alles begint in uiterlijke dwang, na een tijd wordt dit, in bepaalde gevallen, vervangen door innerlijke dwang. Van amoebe over triglodiet tot prehistorisch mens is er nog geen sprake van moeten of van mogen. Wat gebeurt gebeurt omdat uiterlijkheden, de feiten, zijn wat ze zijn. Wellicht konden ze ook anders zijn maar ze zijn nu eenmaal wat ze zijn. Van dan af zijn er bepaalde mensen die keuzes kunnen maken - omdat ze tijd en middelen overhebben is er voor hen meer in het leven dan, simpelweg, overleven. Die gelukkige enkelingen kreëren de kategorieën van moeten en van mogen. Moeten dient voor alles en iedereen inklusief henzelf en mogen, tja, dat is iets voor hen alleen.
Mogen is een virus. Keuze het simptoom van de ziekte tot de dood. Religie is het paardenmiddel tegen die ziekte. Spiritualiteit de moderne versie van dat paardenmiddel. Ontelbaar zijn de moderne en postmoderne profeten die van 'moeten' hun agenda maken. Luister naar hedendaagse brommende moraal-filosofen: moeten moeten we. Lichtvoetigheid is uit den boze tenzij om ander slechter te noemen. Vele hedendaagse vrijzinnigen zouden zonder verpinken ons aangemaand hebben in Romeinse tijden om plaats te nemen in 't sirkus - tussen de leeuwen. Mogen mag maar met mate en, vooral, binnen de perken van een bepaald haast spiritueel gelijk.

Vrienden zijn we uit keuze maar eens we maten zijn is dwang de norm.

Het ontstaan van mogen is het ontstaan van neurose - een neveneffekt van het paardenmiddel. 'Mogen' is aantrekkelijk dus moet er van mogen 'moeten' gemaakt worden. Pomp en rites, obsessioneel en kompulsief te volgen, zijn de kosmetika van de spiritualiteit.
Ook psychose is zo een neveneffekt, want mogen blijft veelal een voorrecht voor  weinigen. Dus moet er van 'moeten' ook 'mogen' gemaakt worden. Zo mogen de velen de illusie koesteren, met zelfde kosmetika, dat hun 'moeten' toch ook een beetje mogen is.
Innerlijke dwang. Dwang om tot de groep te behoren. Dwang om te bereiken wat anderen zeggen te kunnen bereiken. Altijd zijn er wel dwangmaten in de buurt om ritueel - bijv. "Neem nu Bill Gates" - je tot bidsprinkhaan te ridderen - "Was ik maar zo onbaatzuchtig als Moeder Teresa".

04-01-08

Bidsprinkhanen

Eens religie en andere vormen van massahysterie op het achterplan raken, is de onzichtbare hand feilloos in staat om geboortecijfers perfekt te regelen. In feite past religie naadloos in de dynamiek van natuurlijke evolutie, alleen met eksplosieve bevolkingsgroei kon men van mensen tot mensheid komen. Er is dan ook geen fundamenteel verschil tussen pakweg de blinde darm en onze traditionele vormen van massaverenigingen; ooit hielpen ze ons om overweg te kunnen met de omstandigheden, nu zijn ze overbodig en eerder riskant.
Het verschil is een verschil van graad. Aan een blinde darm kan een enkeling sterven en de verwijdering is simpel. Maar aan hét geloof kunnen we samen  sterven en chirurgie is geen optie. De eigen dynamiek van religie is altijd - en onvermijdelijk - een dynamiek van overbevolking. We leven namelijk niet voor onszelf maar voor iets groter, elk leven is goed. De antieke beschavingen zijn niet teloorgegaan aan hun dekadentie. Ze gingen tenonder aan woekerende vitaliteit van naburige en infiltrerende religieuze kuddes bidsprinkhanen. Ook ons kan het nog overkomen, zowel vanuit het Preutse Westen als vanuit het devote Oosten. Als we hét geloof - welk hét geloof dan ook - niet breken met respekt voor eenieders geloof, geloof me dan: de menselijke bijenkolonie zal onvermijdelijk zijn.

Meer mensen - bij gelijkblijvende middelen - is meer armoede, tot zover heeft Malthus voor altijd gelijk. En elk georganizeerd geloof zal altijd en overal voor meer mensen gaan, al was het maar ter meerdere eer en glorie van de elites in de organizatie (of ze dat bewust of onbewust doen is volstrekt irrelevant). We kunnen die armoede konsentreren in bepaalde bevolkingsgroepen of, als de ontvoogding plaatselijk te hoog wordt, eksporteren naar andere gebieden zoals we heden ten dage doen maar ergens zal barbertje hangen en ooit bij ons. Daarom, en alleen daarom, moeten we alle vormen van georganizeerde geloofsbelijdenis bestrijden; onder het mom van voor iedereen goed te doen doen ze voor bijna elk van ons het slechtst mogelijke.

Ontkerstening en het voortschrijdend impliciet en ekspliciet atheïsme hebben onze huidige welvaart bewerkstelligd. Industriële revoluties en technologisch optimisme zijn slechts bijprodukten van die ontkerstening. De hangmat die al verworven is hebben we op kap van het geloof verworven, de technologische vooruitgang maakte de hangmat alleen maar komfortabeler.
Maar technologie is niet anders dan theologie, nuttig binnen omstandigheden maar een mogelijks gevaarlijke bijkomstigheid bij verdere evolutie. Nu we - in bepaalde delen van de wereld, met meer of minder hipokrisie - geboortecijfer onder kontrole hebben doemt daar het schrikbeeld op van een almaar dalend sterftecijfer. Meer en meer mensen vallen voor technoreligie en willen blijvend leven. Het resultaat is voorspelbaar en trouwens al vaker voorspeld: meer en meer mensen met groter en groter beslag op traag groeiende middelen, dus: meer armoede en meer afhankelijkheid. Nanobotsprinkhanen.
Organizatie zal zich opdringen - en dringt zich nu al meer en meer op - en de elite zal trachten goed te doen voor iedereen bijvoorbeeld door van bijna elk van ons te vragen meer en langer onder voogdij te werken. Want men zal er altijd voor gaan om meer trouwe mensen te hebben.

Nu weet ik waarom het moeilijk was hieraan te beginnen: ik heb verdorie een punt! De hoofdzaak - wij! - moet van de bijzaak - geloof/technologie - winnen omdat wij kunnen sturen. Al weten we niet waarnaartoe, we weten dat voor iedereen op de boot een hangmat beschikbaar moet zijn.
Als we op tijd het juk van de ongebreidelde levensverwachting afgooien is er ruimte voor elkeens hangmat. De onzichtbare hand zal sterftecijfers in goede banen leiden. Het leven dat ons gegeven wordt zal aangenaam kreatief zijn, de sektaire freaks die onder externe dwang langer willen leven zullen op ons mededogen kunnen rekenen.

11-12-07

De Groote Woorden

Niemand is nog vies van een groot woord. De afschuw van lange zinnen is zo wijdverspreid dat groote woorden in de plaats van argumenten komen. Want niemand heeft nog iets te leren denken de enkelingen die voortdurend de les willen spellen. Groote, liefst dure historische, woorden dienen om debat dood te doen. De reden ligt voor de hand: de enkelingen die hun neus bruin maken hebben noch tijd noch talent voor een open gesprek.
Lidmaatschap van het selektoraat is - zeggen ze zelf tot in den treure - meer dan een voltijdse betrekking. De zelfverheerlijking van de opiniemakers staat diskussie met het elektoraat in de weg. Een peiling, een straatinterview, kan nog net. Verder kan het stemvee stemmen, zwijgen en in katzwijm vallen als er een spervuur van Groote Woorden afgevuurd wordt. Het publiek dat moet knikken, ieder in zijn vakje, sommigen vurig hopend op een selektie.

Concurrentie(kracht), kapitaal, democratie, vrije markt, vrije mening, sociaal, de economie, ..., noem maar op en het kan op eenvoudig verzoek in stelling gebracht worden tegen gelijk welke stelling.

Vermogensbelasting? We hebben kapitaal nodig zodat onze bedrijven meer jobs kunnen creëren!
Beperking in tijd van werkloosheidsuitkeringen? Asociaal!
Consumeren? Broeikas-effekt!
Mag je iemand schofferen? Recht op vrije meningsuiting!
Minder werken? Concurrentiekracht moet op peil blijven!
Meer werken? Gezonde balans tussen werk en leven is nodig!
Misschien heeft hij een punt? De demokratische meerderheid ziet het anders!

Enzovoort.

Hoe harder de groote woorden geroepen worden, hoe minder ruimte voor de afwijkende argumenten. Hoe dieper de kloof tussen de aficionado´s van een bepaald groot woord, hoe eenduidiger de oplossingen die ze voorstellen. En wij maar kiezen en stemmen. Het systeem is geperfektionneerd, geen plaats meer voor een argument voor vrije markten en tegen kapitaalsconcentraties, bij het laatste woord gonst het reeds van alle kanten: Marxist!
Zo krijgen we geen variaties meer en zonder variaties geen evolutie. Mensen kunnen slechts nog wilde stemmen uitbrengen op diegenen die nieuwe harde slogans roepen, en die nooit geroepen worden om ze te argumenteren - het is makkelijker ze alvast preventief uit te schelden. Wanneer de evolutie wordt gestopt is de revolutie nabij. Op het dek van de Titanic speelt ondertussen ´t orkest van het vaste selektoraat die deuntjes waarover geen diskussie meer nodig is, uit pure zelfgenoegzaamheid knipogen ze neerbuigend naar mekaar over de paniek van de onderdekse stervelingen.

Dus is er nauwelijks diskussie over hoe de demokratie uitgehold is door een vast sisteem van kontraproduktieve selektie op partijlijsten. Geen diskussies over hoe we het nobele doel kunnen bereiken van iedereen een hangmat te geven. Zelden diskussie over hoe iedereen zich vrijer kan uitdrukken via een doorgedreven consumentisme. Onmogelijk te denken over hoe we dekadent kunnen worden met ieders eigen talent zonder maatschappelijk te crashen.

Als je iets wil betekenen voor de publieke opinie dan kan dit slechts op twee manieren: ofwel steek je je neus in het gat van je voorman om zo van bruine neus tot bruine neus grote voorman te worden ofwel wordt je kunstenaar en krijg je de vrijbrief om onzin (en dus ongevaarlijke zinnen) uit te kramen in de openluchtreservaten van de elite.

22-10-07

Iedereen een hangmat!

Een vangnet, ja! Zolang het maar geen hangmat wordt.
Het is zo diep ingebed in de zeden dat er tot op heden meer sympatie is voor bestrijding van sociale fraude dan voor be strijding van fiskale fraude. Immers - zo gaat de onbewuste redenering -, om belastingen te kunnen ontduiken is het wél nodig dat je iets van centen verdiend hebt. Om onterecht uitkeringen te innen volstaat het te profiteren.
Zolang het maar geen hangmat wordt!
In hemelsnaam, waarom niet?
Er is niets mis met een hangmat. Een hangmat verplicht niemand tot hangen. Iedereen ligt wel eens graag in een hangmat. We liggen met zijn allen almaar meer in hangmatten - sommigen hebben er nagenoeg elke sekonde rust voor over om enkele sekonden in den vreemde in een hangmat te liggen. Maar de vrees blijft, als we allemaal een hangmat krijgen wordt er alleen nog hier en daar rondgehangen. En het laatste wat we willen is meer rondhanggedrag - om een of andere reden wordt dat geassocieerd met zinloze agressie.
Het is niets anders dan onze travaillistische konditionering. Er moet gewerkt worden en afgezien. Pijn moet ondergaan worden (tot in de commercials toe) om ons medeleven te kunnen betonen. Wie meest opoffert meest waard is - tot en met: alleen diegenen die alles opofferen zijn iets waard.
Daar moeten we dus vanaf. Al die verplichtingen tot inspanningen staan onze ontspanning in de weg. Weg van de twintigste eeuw! De eenentwintigste zal de eeuw van de rust zijn.

Iedereen een hangmat!

23:08 Gepost door despreker in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: iedereen een hangmat, decadence movement |  Facebook |