22-01-10

Blijf vooral binnen je comfortzone!

'STRETCH!' Dat was de leuze op het einde van de XXste eeuw. 'Challenges' waren er nodig. 'Gaps' moesten gevuld worden. En ja: 'the sky was the limit'. Het begon in de jaren '70. Zoveel was er bereikt in zo weinige decennia. De wereld was, plots, wereld geworden. Wat in 1958 nog exotisch was was niet zo heel veel later voor iedereen al eroties en in de jaren '70 al aanleiding tot iets beginnends xenofobisch.

De wereld een dorp. Troosteloos, zoals elk dorp. Bekrompen ook - iedereen kijkend naar de eigen verworvenheden en iedereen vastgeroest in het eigen gelijk. En maar trachten te bewijzen dat de eigen tuin de grootste vruchten voort kon brengen. Zo is de periode van het meten begonnen. Meten van kompetitiviteit. Meten van output & performance & nog zovele andere zaken die zich slechts in de wereldtaal uitdrukken laten. Meten is weten en iedereen moest uit zijn kot komen. Uit de komfortzone. En allemaal bewijzen dat hun gehucht het beste boeren kon.

De Angelsaksische suprematie van lage belastingen, grote inkomensverschillen - en de rusteloosheid van de Droom die nimmer vervuld worden kan omdat het altijd, en overal, altijd groter en beter kan. Weg van zichzelf - een leven van dwangmatigheid en stress. Immer ontevreden met de eigen talenten. Immer vorwarts. Wie tevreden is met zichzelf zou het nooit 'maken'. Want alles moest gemaakt, eerst en vooral je eigen zelf.

En in die rusteloosheid het zoeken naar ankers, naar rustpunten en zekerheden: de revival van Burke en het konservatisme. In de eigen menselijkheid geen rust, & dus maar rust in de eigen andersheid van het eigen gehucht. Wereldprestaties, met een dorpsmentaliteit. Kultuur, cultuur en bloed en bodem en nationaliteiten en volkeren; verenigd in een geglobalizeerde draaikolk die spiraal-gewijs iedereen gelijktrekt in 't konstant over de schouder kijken. Cocoon'ing, ja, maar enkel in het Engels.

Iedereen gelijk: niemand in zijn of haar komfortzone.

De XIste eeuw nu. Zelfs de vakbonden hebben over de grenzen leren kijken. Nu pas zien we hoe we allemaal in dezelfde boot zitten. De wereld wordt langzaam een stad met wijken voor elk wat wils; waar elke avond een andere avond is. Waar je anderen gerust kan laten, en zij jou. Dorpelingen voelen zich er onveilig omdat hun mijnheer pastoor die zijn handen niet kan thuishouden hen indoktrineerde met een gedachte dat er in de steden alleen maar mensen wonen die hun handen niet thuis houden & langzaam zien ze dat de enige die met zijn handen in zakken zit de pastoor is - en de  grootgrondbezitter die ze langzaam zien als de uitzuiger die hij werkelijk is.

Blijf binnen je komfortzone. Ga uit van eigen talenten. Laat je niet martelen door je uit te rekken in richtingen waar anderen altijd groter in zullen blijven.

Misschien klinkt het al wel niet meer zo belachelijk. Misschien gaan we genieten van hoe anders de anderen zijn. Hoe anders wij zijn. Stoppen met meten wie de langste heeft, of de goedkoopste is, of de produktiefste.

Genietend. De handen onder het hoofd. De enkels over mekaar. Licht wiegend in de hangmat. Kijkend naar een stralende zon die inspireert te doen wat je wil doen & die je doet schaterlachen dat er ooit mensen waren die zichzelf opofferden om zo te zijn als niemand ooit zijn kan. Niemand buiten the American Dream dan toch.

14-01-10

Winners pick winners

Dat is het, grotendeels, een frustratie over onze selektiemechanismen die jou maar niet wil selekteren. En anderen wel. Om redenen die, op zijn minst, niet 'volledig' de toets der objektiviteit kunnen doorstaan. Ook mijn frustratie. Ja, ook de mijne. Zien wat alleen blinden niet kunnen zien: sukses is in belangrijkere mate afhankelijk van hoeveel sukses de mensen die je kent hebben dan van waar het eigenlijk over gaat - a bummer.

Daarom het vluchten in de historie naar zij wiens sukses pas tot volle bloei kwam na hun meestal anonieme dood. Niet zozeer de hoop dat jij bent zoals zij - in elk geval dat jij in anonimoteit kan sterven & tóch nog iets betekend hebben. Niet zozeer dat, maar uiteraard ook dat. Maar eerder het ontwijken van de frustratie over die kansen op sukses die jou ontzegd waren omdat je de juiste mensen niet kent of, erger nog, omdat je niet de sociale kwaliteiten hebt om ze te leren kennen of - misschien ergst van al - omdat je te trots bent om door hun slijk te gaan; te trots om je sukses vuil te maken aan de slijmerijen die onontkoombaar zijn als je deel wil uitmaken van de kring van mensen waarvan sommigen sukses hebben.

Daarom de hang naar dode denkers, dode kunstenaars en dode schrijvers.

Zo kunnen wij ook zijn. En vooral: de tijd erodeert alle toevalligheden - en wist zelfs de ergste slijmerijen uit onder de mantel van een tijdloosheid die majestueus boven de toevalligheden van het leven vallen.

Maar hoeveel gaat er verloren?

Hoeveel is Kafka zonder Brod? Hoeveel is Gogol met meer manuskript in het vuur?

&, to the point nu: hoeveel is geschreven ergens op het internet en vergeten in een schouw, aan de binnenkant, en nooit gevonden en vergeten zelfs door degenen die het geschreven of gemaakt heeft? Hoeveel ligt slapend op servers, & doorsnurkend, door de back-up van ene inerte schijf naar een andere? Klaar om zelfs door makers dattes verwenst te worden bij herontdekken. Verwenst voor de naïviteit ooit gedacht te hebben dat er iets waardevols in zat.

De vraag is echter: hoe anders dan?

Miljoenen kreaturen die kreëren en slechts 1000 keer meer die die kreaties kunnen verslinden. Mathematically intractable. Zelfs als je een maatstaf zou hebben, dan is het nóg onmogelijk om alles te meten &, eens gemeten, te sorteren & - gesorteerd en wel - aan te bieden voor konsumptie. Alleen de tijd kan dat werk doen. En de tijd kan slechts werken op wat zich kandidaat stelde voor tijdloosheid. & Die kandidatuur kan pas gesteld worden als iemand het oppikt en iemand pikt het slechts op als de winnaars het uitpikken. Want uiteindelijk zijn het alleen zo'n winnaars die het proces op gan brengen kunnen.

Het is nu eenmaal zo. Niet anders. Zoals alleen die dieren kunnen verder evolueren die tijdens de zondvloed hoog genoeg in de bergen leefden. Zelfs als de laaglander meer gesofistikeerd is. Toeval. Onrechtvaardigheid. Onrechtvaardigheid en toeval in een dans die gedanst moet worden om te filteren tot onpersoonlijke rechtvaardiging en de tijdlozen (die slechts even tijdloos zijn - slechts tot de volgende golf die beter moet zijn als ze de vorige golf in minstens Darwiniaanse herinnering heeft haar over spoelt zoals het nu eenmaal ook niet anders kan).

Wat rest is: een beetje persoonlijke hoop, een niet onaanzienlijke dosis optimisme en een rationeel verklaarbare rationele allergie voor de onbescheidenheid van haar die geen eer betoont aan de onbekende kunstenaars.

Dat is niet-valse bescheidenheid: ergens heeft iemand het beter gedaan, anoniem, en onvergeten zelfs al is de naam vergeten.

Toch nog een romantikus: ik :-)