25-11-09

Wij zijn een tweeverdiener

05. Is dit de ochtend om uit te slapen? Geeuwen dan - & draaien. Of? Keren, & dan denken.
05. & Denken dan, denken. In mijn dromen weer. Bediend op mijn wenken. "Schat?" 'Schat'?
06. Als hij ook in 't echt maar niet begint te aaien. Schat! Ben ik dan zo makkelijk te paaien?
06. Strekken maar & gapen. Wakker. Onuitgeslapen. Korte lont: niets op tijd, alles op stond.
07. Ruw ontwaken. Elkaar radbraken. Alles tweemaal om dan in vieren te delen; drie en één?
07. Uitgerekend, míjn ochtend om uit te slapen. Uitgeteld. Voor wie valt er nog wat te rapen?
08. Tellen, op de jouwe passen: een moment dat nooit went, waarin men de ander niet kent.
08. Of op haar best: Dit dat rest. Wat rust. Een moment waarin men kust. En een weinig lust.

Z. Er zijn geen schaalvoordelen,
Z. aan 't werk verdelen.
M. Met 2, keer alleen!

09. Haasten. Opgestaan. "Plaats vergaan!" de jongste, luid; 'Ikke op Uw bakkes slaan?' denkt
09. de oudste. Is denken doen? STIL! Dát was schril. Waar is hij? Sorry! Sorry! Nog 'ns sorry.
10. Schorremorrie! Bende flemers - míjn bende. Even rust. Zwembril vergeten. Altijd iets kwijt.
10. Zwembril of zin in zwemmen. Zin - ook weer die strijd gestreden. "Zoek je dít?" Dáár is hij!
11. Dit keer zonder al 't opgevrij. Maar ik ben niet gezwicht: beiden onbevredigd. Ontevreden.
11. Wegen die scheiden in vijf. Drie die leren - en twee die werken, ook om het uit te werken.
12. "Hen kan 't niet deren. Voor kinderen alle rijkdom natuurlijk. En avontuur slechts stijlfiguur.
12. Hun ontspanning onze spanning." Vier zinnen lang gelogen: ónze spanning - en ons pogen.
13. Niet de kinderen die ons hinderen. Wij - met onze kuren, zijn 't die hún hersenen verzuren.
13. En laat ons niet ook 'de derden' worden die hen "de weg versperden".

M. Zijn wij slechts met twee
D. om uit te kienen,
D. hoe best met twee te dienen?

14. Terug samen. Talent of geen talent: borsten aan de vent en 't wijf, met haren op haar lijf.
14. Elkaar belichamend. Verantwoordelijkheden: iedereen te eten, & ook 'n beetje wereldvrede.
15. Afzetten. Hiperaktiviteit. Dan ben je ze eindelijk even kwijt. Voortschrijdende vermoeidheid.
15. Vergeten op te halen? Onopspoorbaar & alles afwegend: ziek van paniek. Je wil ze, kwaad,
16. wég van elk gevaar. Oh - wat is dit balen. En de deurbel gaat. Hijgend - "Geen belkrediet."
16. Wederzijds wegebbende kritiek. Huiselijke vrede. Verhalen over werelden & nog 's werelden
17. zonder al te al die grootse idealen. "Piej-r heef 't aanchefraag; & Ana heef 't doorchestuur;
17. & iedereen fin me koewl." Planning, agenda's: wat moet dat moet & meer; wij zo altijd in de
18. weer. Óns leven en het hunne. Moet dit? Al dat vitten en al dat katten? Ook wij een leven.
18. En ook dit: wat gezegd en dat gezegd - vrucht van afhaken van heel deze klucht.

W. Met twee verdienen,
W. om níet te volgen alle
D. vaste stramienen.

19. De avond valt. Het doek gaat op. Een omhelzing, ogen die knipperen; en spontane plannen.
19. Tijd voor. M'n oogleden vallen. Haar moeten gaat alles vergallen. Vermoeienis: ons moment,
20. weer gewoon een moment. En meestal wel iemand malkontent. Stuk van kapot te zitten. &
20. Net dat maar niet: alle last op lusteloze schouders, gescheiden in verdienen - de ander het
21. gelach betalend: in tweevoudige afhankelijkheid van een-mans ambitie: dat doembeeld van
21. mérite. Ideaalbeeld dan maar - het beste aan tweeverdieners is die tijd van niet-verdienen;
22. ambitie, maar in andermans positie; lust in lasten - ruim genoeg dagen om óver te klagen -;
22. lastige lusten - het ene moment het andere niet, en uitstel ook afstel niet -; zonder dwang
23. om niet te falen - verdelen van ongelijk veroordeelt niet tot gelijke delen. Verzekerd tegen
23. eenzaamheid. Altijd met publiek. Wanneer nodig met applaus (& zelfs als iets flauws).

D. En van tweeën één:
V. Misschien wel scheiden,
V. maar ook dát met ons beiden.

24. Des nachts. Een deur die kraakt. Onverwachts. Wakkere woorden voor, vier, slapende oren.
24. 'Slokende vwore kwarden doorden'? Slekende? Toorden? Doorden! Schrikken. Wakker, weer!
01. Het stemmetje: 'Tienke napesla.'? Ah! "Kan niet slapen." Wel dus, het - ik niet meer, en dus
01. weer onuitgeslapen werken, de slaap onuitgewerkt. Om beurten. Wikken, wegen. Zonder wil.
02. Weer zo'n ochtend in 't verschiet; nog eens een dag door het vergiet? Ditr keer: lekker niet!
02. Loslaten: haar sterkte, niet de mijne. Vasthouden: mijn sterkte, niet de zijne. Los noch vast
03. (laten gebeuren zonder mijn zeuren of haar (af)keuren). De ochtend komt, & na de ochtend,
03. ook het werken. Dan het regelen in de avond en, uiteindelijk, het moment voor ons moment;
04. Vasthouden de boodschap; loslaten de moraal. Ironizerend & misschien 'n ietsje te belerend,
04. So thanks! Ook voor des scheten stanks: straks heeft elke schat zijn eigen hangmat.

Z. Ik ben twee.
Z. Wat valt er meer te verdienen?

(Et voilà: als jullie een definitieve tekst willen, uitgebalanseerd per regel en met een bladspiegel die ook visueel de inhoud vorm geeft dan zullen jullie moeten bijdragen door, bijvoorbeeld, een maecenas aan te geven - & meer bepaald eentje die niet de behoefte voelt om zich te moeien - of, indeed, nog maar een gesprek te eisen ;-)

12-11-09

Onrechtvaardigheidsgevoel (2)

Ik was niet klaar (zie hieronder).

Want wat is dat: een rechtvaardigheidsgevoel? Dat dit moet? Of dat? Dat moet toch een positie van dermate grote positiviteit (groot gelijk?) zijn dat bijna alles negatief moet bekeken worden. De werkelijkheid is dusdanig dat er op zijn minst honderden, duizenden, miljoenen alternatieven zijn, en nuances van alternatieven, die men kan willen. Hoezeer men (ex post ofte achteraf bekeken) dat ook kan wieden tot enkele goede alternatieven (die elk nog 100den, 1000den, you got the point: nuances, om van de schakeringen van de nuances nog te zwijgen, toelaten); hoezeer ook daarna (ex post'er, bij wijze van spreke) er redenen kunnen gevonden worden waarom deze of gene op dat, of 'zulk een', moment precies dat alternatief met die nuance - maar nog altijd niet waarom precies die schakering van die nuance - koos; hoezeer dat zo ook allemaal zorgvuldig kan bekeken worden, no way in hell dat we op gevoel en op het moment zelve de rechtvaardige oplossing kunnen kiezen.

{Sorry, geen grapjes, dit is voor mij; om niet te vergeten}

Dus als er al een gevoel is, kan dat alleen maar een onrechtvaardigheidsgevoel zijn (ON-rechtvaardigheidsgevoel?, neen, ONrechtvaardigheids-gevoel).

Precies dit: van alle mogelijke alternatieven en nuances van opties en schakeringen van uitvoeringswijzen van specifiek genuanceerde alternatieven, wordt er eentje, van die overweldigend velen, gekozen die onrechtvaardig is. Denk er eens over na - hoe vunzig krimineel moet je wel niet zijn om uit al die mogelijkheden er precies deze te kiezen die anderen hindert. Dat kan toeval zijn: één keer, misschien twee, zelfs drie (of meer bij gebrek aan bepaalde informatie, bij veranderingen die zich nog niet tot in de opvoeding of zelfs maar in de taal hebben kunnen wurmen); maar meer niet - echt waar, meer niet ('Third strike is out.', is niet toevallig iets waar we grote moeite mee hebben om NIET natuurlijk te vinden; waar meer randinformatie nodig is om te kunnen zeggen: "Ah, maar dát is onrechtvaardig want als je in die situatie zit dan is het nogal wiedes dat je een (te) grote kans hebt om dergelijke (futiele) dingen aan te gaan).

Onduidelijk misschien: het voorbeeld van hieronder. De "Zó wil ik nooit zijn."-refleks op zij die naar de mond praten en in de smaak vallen omdat ze alles aanpakken in de overtuiging dat ze zo in de smaak zullen vallen en dus de beloning krijgen. "Net dan maar niet." of "Zo niet." zijn de gedachten die bij zo een gevoelsmatige refleks horen. En het gevoel is precies dat van onrechtvaardigheid, en gekwadrateerd zelfs: het is niet alleen heel moeilijk om in het gevlei te komen (& zoveel makkelijker om niet in het gevlei te komen van wie macht heeft en onbewust die macht altijd ietsje uitbouwen wil) maar het is dan bovendien ook nog eens heel moeilijk om dat gevlei niet te zien als gevlei (en niet te beseffen dat het voordeel van gevlei altijd maar je eigen persoonlijke voordeel is en ten koste gaat van wie waar goed in is, & inklusief de vleier zelf die denkt dat hij goed is in wat de gevleide beoordelen 'kan' maar die eigenlijk slechts goed is in gevlei en ooit - altijd te laat - gaat inzien dat waar hij nu uiteindelijk mee bezig is niet voor hem is en slechts datgene was dat sociaal gezien op het moment van zijn jeugd, zijn carrière voor het hoogst aanzien werd).

Ja, dát is het. De va et vient van modes en trends die gespot dienen te worden, om de machtigen in kontakt te brengen met de beste vleiers (& ervoor te zorgen dat er tussen de machtigen altijd de korporatistische refleks is van vleiers onder mekaar); die va et vient die niet onder wetmatigheden gevangen worden kan.

Het onrechtvaardigheidsgevoel precies gevoeligst waar er nog geen wet is of waar er al lang geen wet meer nodig is. Het selektoraat, het moralizeren, de liefdaderigheid enzovoort, enzovoort.

{puf, puf, puf, ... sorry voor deze brief aan mezelf}

 

06-11-09

De druk van non-aktivisme

Ik heb altijd een gloedhekel gehad aan mensen die luidkeels, in een veilige schoot van gelijkgestemdheid, hun gelijk uitriepen. Aktivisten, die meestal niet nalaten om ons te verwijten van de boel de boel te laten. Liefdadigers die aan kruispunten alles ophouden om maksimaal gebruik te maken van de sociale druk, en onze ingeboren goedheid (die ze - meewarig hun hoofd schuddend - ontkennen, eens ze op zichzelf zijn & beseffen dat ze 1. met zielig weinig zijn & 2. oerend saai zijn - uitzonderingen daargelaten die die bastions van goedgelovigheid infiltreren, om aan wat eenvoudig kut te raken (of wat dies meer zij) en uiteindelijk bijna zonder uitzondering de boel, de echte boel, gaan leiden als de Bhagwan van dienst die al dat goed volk eens zal laten worshippen als nooit tevoren). Zelden of nooit zijn het mooie mensen en altijd vinden ze niet-gelijkgestemde mensen 'op één of andere manier' lelijk; huichelaars die hun zin voor kritiek op simpele aanvraag op nul kunnen draaien & voeder zullen zijn voor gelijk welk groot gelijk (alleen in vredestijd soms een beetje gelijk).

En U heeft dat ook. Zelfs als U geëngageerd bent in iets waarin U sterk gelooft, dan nog heeft U dat weeë gevoel in de buik wanneer iemand applaus krijgt van zij die er - zonder enige duidelijke reden, zonder procedure, zonder mogelijkheid tot beroep - toe geroepen zijn om de goeden van de slechten te scheiden. Knagend onbehagen, over alle zwaarwichtigheid die te berde gebracht wordt om te onderstrepen wat goed is, & in de hoek te zetten wat slecht is. Zonder ook maar het subatomairste deeltje zin voor revolutie in je lichaam (en schaam je niet: verandering is nodig - maar ook bestendiging is nodig) voel je de zin in je opkomen om in de beslotenheid van jouw eigen geest hen de zwaarste folteringen te doen ondergaan die op hun handgeklap onthaald worden, handgeklap van the 'powers that be', van 'ons kent ons'. Van hen die (of heb ik dat al gezegd) met een - in hun ogen - goddelijke voorzienigheid tot makers of brekers van talent en meningen zijn uitgegroeid (in elk geval buiten ons om, buiten onze macht en ons medeweten - en die van voorgangers zoals wij).

In één woord: onrechtvaardigheidsgevoel.

Neem die onverbeterlijke sloef die in de lessen zedenleer (en waarom zijn er lessen zedenleer? omdat de aktivisten beslist hebben dat "zeden" iets zijn dat aangeleerd moet worden! à leur façon, uiteraard); die onverbeterlijke sloef die, bescheiden, een gevestigde mening herkauwt; applaus krijgt .. terwijl jij, of zij, die eens een kritische mening formuleert ongenadig gematrakkeerd wordt met woorden gesproken uit een gezag ontleend aan het grote niets; tot lach- of pispaal wordt gedegradeerd .. & dus er verder maar het zwijgen toe doet. Het kan ook de les godsdienst geweest zijn, of de voetbaltraining, of een wijnavond, of een diskussie over kunstenaars. Het maakt niet uit: waar er aktivisme is worden de goeden van de slechten gescheiden en er is maar één zekerheid: diegenen die het scheiden doen zijn de enige echte slechten & zij die als 'de goeden' bestempeld worden slechts de braven: de konformisten of de non-konformisten als non-konformisme de regel is waaronder de groep gevormd is.

Laat je dus niet opjagen door hen met een overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel; alleen het onrechtvaardigheidsgevoel brengt uitsluitsel. Als je de vacuümpomp voelt op je maag omdat er iemand zich - of anderen - laat voorstaan op zijn - of op haar - buikgevoel over goed en slecht: weet dat je misselijkheid een sienjaal is dat je nu best serieus neemt. Wanneer de voorstaanders of de voorgestanenen - en zeker in geval beiden samen - oproepen om aktief te worden (en dus van de boel, een boel te maken): haal je schouders op en loop door alsof ze lucht zijn (wat ze ook zijn, in se, als ze zich reduceren tot hun toevallige meningen).

Alleen door de druk van non-aktivisme zo kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken; komaf maken met dat knagend onrechtvaardigheidsgevoel van zij die zich het recht toeëigenen in ons aller naam te spreken, alsof de waarheid uiteindelijk niet krachtig genoeg zal zijn om uit zichzelf onze waarheid te worden - alsof we nog altijd leven in hun tijden, tijden waar enkelingen zich het geweten voelde van iedereen (& iedereen wel geweten heeft wat daar het resultaat van was). Alsof we niet voor onszelf kritisch denken kunnen. Alsof het rechtvaardig is om ons "rechtvaardigheidsgevoel" te laten spreken, wetende dat het slechts een gevoel van angst is voor wat anderen ons aan kunnen doen.

Alsof ons onrechtvaardigheidsgevoel slechts jaloezie is en frustratie & niet - zoals we voelen (voor de ene keer dat 'voelen' de enige redelijke reaktie is) - de duidelijkste aanwijzing is dat er iets loos is; dat er kwakzalvers op pad zijn die voor de waarheid, slechts 'hun' waarheid verkopen willen en dit tot elke prijs. 

Ik zou zeggen: als je me niet gelooft, doe het dan voor je kinderen, doe het voor je kleinkinderen, zodat zij niet in de les Nederlands gekonfronteerd worden met slecht, en naäperig dichtwerk, dat lof oogst om zelf neergesabeld te worden omdat zij iets - van zichzelf - maken wilden. Zodat zij niet ontmoedigd worden, door de recensenten van het verleden omdat zij iets doen dat slechts een plaats heeft in de toekomst.

En als je me niet geloven wil - groot gelijk! Maar bedenk dat al dat ondernemen dat van ons gevraagd wordt, en waar we all stressed out van zijn, slechts ondernemen is ter meerdere eer en glorie van hen die nu on top zijn - het gewenste ondernemen is slechts het risikoloze kopiëren van hun ondernemen.

(Dat lucht op.)