12-11-09

Onrechtvaardigheidsgevoel (2)

Ik was niet klaar (zie hieronder).

Want wat is dat: een rechtvaardigheidsgevoel? Dat dit moet? Of dat? Dat moet toch een positie van dermate grote positiviteit (groot gelijk?) zijn dat bijna alles negatief moet bekeken worden. De werkelijkheid is dusdanig dat er op zijn minst honderden, duizenden, miljoenen alternatieven zijn, en nuances van alternatieven, die men kan willen. Hoezeer men (ex post ofte achteraf bekeken) dat ook kan wieden tot enkele goede alternatieven (die elk nog 100den, 1000den, you got the point: nuances, om van de schakeringen van de nuances nog te zwijgen, toelaten); hoezeer ook daarna (ex post'er, bij wijze van spreke) er redenen kunnen gevonden worden waarom deze of gene op dat, of 'zulk een', moment precies dat alternatief met die nuance - maar nog altijd niet waarom precies die schakering van die nuance - koos; hoezeer dat zo ook allemaal zorgvuldig kan bekeken worden, no way in hell dat we op gevoel en op het moment zelve de rechtvaardige oplossing kunnen kiezen.

{Sorry, geen grapjes, dit is voor mij; om niet te vergeten}

Dus als er al een gevoel is, kan dat alleen maar een onrechtvaardigheidsgevoel zijn (ON-rechtvaardigheidsgevoel?, neen, ONrechtvaardigheids-gevoel).

Precies dit: van alle mogelijke alternatieven en nuances van opties en schakeringen van uitvoeringswijzen van specifiek genuanceerde alternatieven, wordt er eentje, van die overweldigend velen, gekozen die onrechtvaardig is. Denk er eens over na - hoe vunzig krimineel moet je wel niet zijn om uit al die mogelijkheden er precies deze te kiezen die anderen hindert. Dat kan toeval zijn: één keer, misschien twee, zelfs drie (of meer bij gebrek aan bepaalde informatie, bij veranderingen die zich nog niet tot in de opvoeding of zelfs maar in de taal hebben kunnen wurmen); maar meer niet - echt waar, meer niet ('Third strike is out.', is niet toevallig iets waar we grote moeite mee hebben om NIET natuurlijk te vinden; waar meer randinformatie nodig is om te kunnen zeggen: "Ah, maar dát is onrechtvaardig want als je in die situatie zit dan is het nogal wiedes dat je een (te) grote kans hebt om dergelijke (futiele) dingen aan te gaan).

Onduidelijk misschien: het voorbeeld van hieronder. De "Zó wil ik nooit zijn."-refleks op zij die naar de mond praten en in de smaak vallen omdat ze alles aanpakken in de overtuiging dat ze zo in de smaak zullen vallen en dus de beloning krijgen. "Net dan maar niet." of "Zo niet." zijn de gedachten die bij zo een gevoelsmatige refleks horen. En het gevoel is precies dat van onrechtvaardigheid, en gekwadrateerd zelfs: het is niet alleen heel moeilijk om in het gevlei te komen (& zoveel makkelijker om niet in het gevlei te komen van wie macht heeft en onbewust die macht altijd ietsje uitbouwen wil) maar het is dan bovendien ook nog eens heel moeilijk om dat gevlei niet te zien als gevlei (en niet te beseffen dat het voordeel van gevlei altijd maar je eigen persoonlijke voordeel is en ten koste gaat van wie waar goed in is, & inklusief de vleier zelf die denkt dat hij goed is in wat de gevleide beoordelen 'kan' maar die eigenlijk slechts goed is in gevlei en ooit - altijd te laat - gaat inzien dat waar hij nu uiteindelijk mee bezig is niet voor hem is en slechts datgene was dat sociaal gezien op het moment van zijn jeugd, zijn carrière voor het hoogst aanzien werd).

Ja, dát is het. De va et vient van modes en trends die gespot dienen te worden, om de machtigen in kontakt te brengen met de beste vleiers (& ervoor te zorgen dat er tussen de machtigen altijd de korporatistische refleks is van vleiers onder mekaar); die va et vient die niet onder wetmatigheden gevangen worden kan.

Het onrechtvaardigheidsgevoel precies gevoeligst waar er nog geen wet is of waar er al lang geen wet meer nodig is. Het selektoraat, het moralizeren, de liefdaderigheid enzovoort, enzovoort.

{puf, puf, puf, ... sorry voor deze brief aan mezelf}

 

De commentaren zijn gesloten.