06-11-09

De druk van non-aktivisme

Ik heb altijd een gloedhekel gehad aan mensen die luidkeels, in een veilige schoot van gelijkgestemdheid, hun gelijk uitriepen. Aktivisten, die meestal niet nalaten om ons te verwijten van de boel de boel te laten. Liefdadigers die aan kruispunten alles ophouden om maksimaal gebruik te maken van de sociale druk, en onze ingeboren goedheid (die ze - meewarig hun hoofd schuddend - ontkennen, eens ze op zichzelf zijn & beseffen dat ze 1. met zielig weinig zijn & 2. oerend saai zijn - uitzonderingen daargelaten die die bastions van goedgelovigheid infiltreren, om aan wat eenvoudig kut te raken (of wat dies meer zij) en uiteindelijk bijna zonder uitzondering de boel, de echte boel, gaan leiden als de Bhagwan van dienst die al dat goed volk eens zal laten worshippen als nooit tevoren). Zelden of nooit zijn het mooie mensen en altijd vinden ze niet-gelijkgestemde mensen 'op één of andere manier' lelijk; huichelaars die hun zin voor kritiek op simpele aanvraag op nul kunnen draaien & voeder zullen zijn voor gelijk welk groot gelijk (alleen in vredestijd soms een beetje gelijk).

En U heeft dat ook. Zelfs als U geëngageerd bent in iets waarin U sterk gelooft, dan nog heeft U dat weeë gevoel in de buik wanneer iemand applaus krijgt van zij die er - zonder enige duidelijke reden, zonder procedure, zonder mogelijkheid tot beroep - toe geroepen zijn om de goeden van de slechten te scheiden. Knagend onbehagen, over alle zwaarwichtigheid die te berde gebracht wordt om te onderstrepen wat goed is, & in de hoek te zetten wat slecht is. Zonder ook maar het subatomairste deeltje zin voor revolutie in je lichaam (en schaam je niet: verandering is nodig - maar ook bestendiging is nodig) voel je de zin in je opkomen om in de beslotenheid van jouw eigen geest hen de zwaarste folteringen te doen ondergaan die op hun handgeklap onthaald worden, handgeklap van the 'powers that be', van 'ons kent ons'. Van hen die (of heb ik dat al gezegd) met een - in hun ogen - goddelijke voorzienigheid tot makers of brekers van talent en meningen zijn uitgegroeid (in elk geval buiten ons om, buiten onze macht en ons medeweten - en die van voorgangers zoals wij).

In één woord: onrechtvaardigheidsgevoel.

Neem die onverbeterlijke sloef die in de lessen zedenleer (en waarom zijn er lessen zedenleer? omdat de aktivisten beslist hebben dat "zeden" iets zijn dat aangeleerd moet worden! à leur façon, uiteraard); die onverbeterlijke sloef die, bescheiden, een gevestigde mening herkauwt; applaus krijgt .. terwijl jij, of zij, die eens een kritische mening formuleert ongenadig gematrakkeerd wordt met woorden gesproken uit een gezag ontleend aan het grote niets; tot lach- of pispaal wordt gedegradeerd .. & dus er verder maar het zwijgen toe doet. Het kan ook de les godsdienst geweest zijn, of de voetbaltraining, of een wijnavond, of een diskussie over kunstenaars. Het maakt niet uit: waar er aktivisme is worden de goeden van de slechten gescheiden en er is maar één zekerheid: diegenen die het scheiden doen zijn de enige echte slechten & zij die als 'de goeden' bestempeld worden slechts de braven: de konformisten of de non-konformisten als non-konformisme de regel is waaronder de groep gevormd is.

Laat je dus niet opjagen door hen met een overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel; alleen het onrechtvaardigheidsgevoel brengt uitsluitsel. Als je de vacuümpomp voelt op je maag omdat er iemand zich - of anderen - laat voorstaan op zijn - of op haar - buikgevoel over goed en slecht: weet dat je misselijkheid een sienjaal is dat je nu best serieus neemt. Wanneer de voorstaanders of de voorgestanenen - en zeker in geval beiden samen - oproepen om aktief te worden (en dus van de boel, een boel te maken): haal je schouders op en loop door alsof ze lucht zijn (wat ze ook zijn, in se, als ze zich reduceren tot hun toevallige meningen).

Alleen door de druk van non-aktivisme zo kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken; komaf maken met dat knagend onrechtvaardigheidsgevoel van zij die zich het recht toeëigenen in ons aller naam te spreken, alsof de waarheid uiteindelijk niet krachtig genoeg zal zijn om uit zichzelf onze waarheid te worden - alsof we nog altijd leven in hun tijden, tijden waar enkelingen zich het geweten voelde van iedereen (& iedereen wel geweten heeft wat daar het resultaat van was). Alsof we niet voor onszelf kritisch denken kunnen. Alsof het rechtvaardig is om ons "rechtvaardigheidsgevoel" te laten spreken, wetende dat het slechts een gevoel van angst is voor wat anderen ons aan kunnen doen.

Alsof ons onrechtvaardigheidsgevoel slechts jaloezie is en frustratie & niet - zoals we voelen (voor de ene keer dat 'voelen' de enige redelijke reaktie is) - de duidelijkste aanwijzing is dat er iets loos is; dat er kwakzalvers op pad zijn die voor de waarheid, slechts 'hun' waarheid verkopen willen en dit tot elke prijs. 

Ik zou zeggen: als je me niet gelooft, doe het dan voor je kinderen, doe het voor je kleinkinderen, zodat zij niet in de les Nederlands gekonfronteerd worden met slecht, en naäperig dichtwerk, dat lof oogst om zelf neergesabeld te worden omdat zij iets - van zichzelf - maken wilden. Zodat zij niet ontmoedigd worden, door de recensenten van het verleden omdat zij iets doen dat slechts een plaats heeft in de toekomst.

En als je me niet geloven wil - groot gelijk! Maar bedenk dat al dat ondernemen dat van ons gevraagd wordt, en waar we all stressed out van zijn, slechts ondernemen is ter meerdere eer en glorie van hen die nu on top zijn - het gewenste ondernemen is slechts het risikoloze kopiëren van hun ondernemen.

(Dat lucht op.)

 

De commentaren zijn gesloten.