27-12-08

En nu: iets immaterieels!

"De grote gedachte ontspringt bij een eenvoudige vraag." Ik weet niet wie het zo zei & zelfs niet of iemand het al ooit zo zei. Maar, als U nood heeft aan wat gravitas om onderstaande serieus te nemen, denk dan gerust aan Thales van Milete, of één van de andere pre-socratici (gelieve geen Aziaat te nemen, daar komt slechts verkeerde wollige spiritualiteit van).

Ik bevond me in Parijs, aan de ontbijttafel, in afwachting van een aktiviteit die geen enkele indruk zal achterlaten op mens noch maatschappij (dit laatste is slechts een stijlfiguur want er is natuurlijk geen verschil tussen mens en maatschappij; daarover een andere keer, en elders, meer). Mijn kollega, enigszins onder de indruk van wat de mens heden ten dage aanvangt met het milieu, vroeg zich luidop af - "Er is toch een grens aan 's mens materiële rijkdom." - of toch iets dergelijks (ik vermoed dat weinigen onder ons zich nog aan een genitief wagen). Het was in elk geval bedoeld als een retorische vraag en dus voldoende om de retorische stier in mij te wekken.

Ik dacht aan Malthus en hoe iets begrensd kon zijn zonder dat er iemand ooit een vaste grens zou kunnen berekenen. Dat maakte mijn kollega ietwat nerveus (er is iets hoogst onbevredigends voor de mens aan onverzadigbare onbekenden, zeker nu de goede gewoonte groeit om in zulke gevallen niet steeds naar God of 'iets' in die trant te verwijzen). Dus, ik was mild gestemd die ochtend, deed ik in mijn hoofd wat U nu gaat doen via volgende link:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/materieel

En dat was het! Wat Thales van Milete, of zo, ook mogen gezegd hebben: de grote gedachten ontspringen niet aan eenvoud maar aan de ontdekking van onzin, onzin die ons dagelijks taalgebruik is binnengeslopen en zo - van binnenuit - ons 'gezond verstand' verziekt (waarover op hetzelfde elders & nog een andere keer ongetwijfeld ook veel meer). Uiteraard is de materie hier in het ondermaanse begrensd maar de materiële grens ervan doet niet ter zake! "Ha!" dacht ik & mijn kollega was eventjes zelfs geïnteresseerd.

Ha!, want inderdaad - als de ekonomie groeit betekent dit niet dat het verbruik van materie evenredig groeit. Er is namelijk zoiets als het "Britney Spears-effekt" - haar gekweel zit in de ekonomische groei maar legt minder beslag op materie dan, bijv., een super-ekologisch-verantwoorde 4*4 van BMW. Mijn kollega fronste: deze keuze tussen Britney Spears en BMW's was allerminst simpel voor hem. Gelukkig was er op dat moment voor mij geen gesprekspartner meer nodig. De stier was los & de vraag mocht vluchten zoveel zij wou: de strijd was nu onvermijdelijk en ik zou winnen.

Uiteraard is de ekonomische groei vanaf een zeker welvaartspeil voornamelijk zaak van stijgende konsumptie van immateriële goederen. Dat verklaart ook die recente schaarstes op de markt van primaire goederen; de wereldgroei zit gelukkig genoeg geconcentreerd in gebieden die dat welvaartspeil nog niet bereikt hebben. De onzin bestaat dus uit de taalstandaard die 'materieel' als epitheton ornans van rijkdom is gaan beschouwen (neen, geen concessies hier - ga maar naar www.wikipedia.org als je er nood aan hebt, dat doe ik ook). Die standaard wordt gebruikt aan beide zijden van het debat als common ground. Voor de enen is alles wat materieel is heilig - en voor de anderen is rijkdom onrein (ja, zeg maar rustig: "Dekadent!" - zoals in "Het dekadente Westen.").

Maar daar deed ik het zoëven zelf en dus moet ik met enige vertraging weer even iets doen in mijn hoofd. Volgt U gerust mee op:

http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/immaterieel

Zoals Bergson het al zei: het is niet omdat 'iets' niet bestaat dat 'niets' wel bestaat. Ofte, het alternatief voor materieel hoeft niet immaterieel te zijn (met dit alles viel ik mijn kollega niet lastig, voornamelijk omdat ik het toen niet op tijd bedacht). De valkuil hier is de valkuil van diegenen die rijkdom onrein vinden - & reken er maar op dat als je samen met zulke in een kuil zit dat het er stinkt. Er is niets wolligs, of spiritueels, aan wat ik wilde zeggen. Het is slechts kwestie van materiaalverbruik en de vaststelling dat er (vanaf een bepaald punt) geen evenredigheid is tussen onze rijkdom en ons materiaalverbruik. Dat punt bereiken er meer en meer & opvoeding laat ons toe dat punt laag te houden; we zijn rationele optimisten hier.

Eerder is er een omgekeerde evenredigheid - hier pikken we terug in bij m'n kollega die van fronsen tot schouderophalen evolueerde. Al wandelend naar het werk was er grote ontgoocheling bij hem dat het intermezzo van hotelkamer-betalen er niet toe in staat bleek mijn stier terug te laten inslapen. Omgekeerde evenredigheid - want de mens is de voornaamste materiaalomzetter - hoe meer materiaal er voor onze rijkdom dient omgezet, hoe meer de mens moet werken.

Vermits er dus tijd nodig is om zelfs maar Britney Spears te konsumeren is verbruik van materialen een materiële beperking op ekonomische groei. Er is dus niet alleen een grens aan het materiaal dat we kunnen verbruiken; als we echt almaar rijker en rijker willen worden (en als we rationeel zijn is het dat wat we willen) dan gaan we die grens nooit zelfs maar benaderen. Lang voor we met die grens te maken hebben, is de nieuwe evolutie naar alsmaar minder materiaalomzettend werk in volle zwang en evolueren we naar "mekaar bezig houden' (een beetje zoals ik jullie nu bezighoud).

"Oef," dacht mijn kollega, "eindelijk gedaan." & tot zijn kosternatie vond ik toch nog een klein mankement aan mijn redenering. Mensen zijn dermate geïndoktrineerd in hun hang naar het materêle dat niet alleen hun leven maar alle leven heilig is - dat is een showstopper (ik begon al te denken in de taal die ik voor het werk gebruikte, we waren bijna ter bestemming). Welvaart - meer bepaald de opvoeding waarzonder er geen sprake van welvaart kan zijn - beperkt geboortes; dat is toch wel afdoende bewezen. Maar ze heeft vooralsnog het perverse effekt ook sterftes af te remmen - en zonder sterftes blijft er het probleem van groeiend materiaalbeslag.

Dus is de vraag in hoeverre sterven een probleem is voor onze rijkdom. Vroegtijdig sterven is dat zeker maar laattijdig sterven is dat gelukkig ook - en ik heb het hier niet over dementie of andere, uit te stellen, aftakelingsverschijnselen. Eens genoeg tijd gehad is elke extra tijd niets anders dan achteruitgang. Een veralgemeend recht op sterven met voldoende procedurale omkadering zal er ongetwijfeld voor zorgen - op korte tijd, zoals dat ging met kontraceptie - dat de gemiddelde leeftijd eindelijk terug zal lopen in het Noorden. De redenering is voor een andere keer, vermits we inmiddels ter bestemming waren ('Rare jongen, die spreker." dacht mijn kollega); maar, in dit geval zoals in het geval van de geboortebeperking, is het nodig dat we voldoende loskomen van pausen en andere predikers zodat we de mens via akties kunnen laten spreken.

Lang genoeg? Of gaan jullie klagen over 'te lange zinnen'? Fuck off als je jezelf zo vlug verveeld!

 

De commentaren zijn gesloten.