19-12-07

Winstinflatie

Inflatie van winsten dus, maar daar gaat het niet over. Ik gun iedereen zijn winst zolang hij mij maar niet veroordeelt tot zijn winst. En dat gebeurt dus wel, en wel zo:

De mooie theorie van de vrije markt is dat bij voldoende spelers de winsten naar nul neigen tenzij een, uiteraard tijdelijk, efficiëntie- of productvoordeel uitgebaat wordt. Vrije markten zijn theoretische begrippen en afwijkingen - ook strukturele - zijn mogelijk. Ze zijn ook zelden hinderlijk, tenzij gestuurd door enkele vette profiteurs. Daar gaat het hier ook niet over.
Hier gaat het over de onrustwekkende achterhaaldheid van de theorie. Des te onrustwekkender omdat ze onbesproken is. Bijzonder onrustwekkend is het dat elke poging om erover te spreken doodgedaan wordt referend naar die prachtige theorie van de onzichtbare hand. Bedrijfswinsten zijn goed en staan boven elke diskussie. Het is alsof Newton bovengehaald wordt om de maffe Einstein belachelijk te maken.
De theorie is achterhaald omdat bedrijfswinsten niet meer enkel afhankelijk zijn van de vrije markt van diensten en produkten. Bedrijfswinsten zijn meer en meer bepaald door de vereisten van de vrije aandelenmarkten, beurzen. Daar speelt de konkurrentie anders. Studie is nodig maar het gevolg is zeer frappant: bedrijfswinsten moeten stijgen, de rendementen op aandelen zijn meer en meer gestandardizeerd over onvergelijkbare markten heen. Finaal, want de onzichtbare hand blijft een prachtige theorie, is het resultaat dat de bedrijfswinsten neigen naar de standaard van de struktureel minst perfekte vrije markt. Naar boven dus.
We krijgen dus sistematisch groeiende winsten, wat niet zou mogen kunnen en bovendien onvermijdelijk aanleiding geeft om de bestaande vrije markten struktureel minder vrij te maken. We krijgen dus winstinflatie die bijdraagt in de algemene prijsinflatie, want hogere winsten worden extra bedrijfskosten (je hoort die redenering al impliciet in het werkgeversdiscours). De neigingen tot kapitaalsconcentratie die er altijd al waren worden ook aangezwengeld - in de vorm van gediversifieerde fondsen. Het eigendom mag dan al meer en meer verspreid worden, de beslissingen worden alsmaar centralistischer (en minder vrij).

Dat op zich is interessant voor ekonomische studie. Het belangrijkst is echter de impakt op de prijsinflatie. Doordat het fenomeen niet onderkend wordt, is er slechts sprake van de klassieke instrumenten om de inflatie te vertragen: in de eerste plaats de loonnorm. Het vergt niet veel verbeelding - en slechts iets meer studie - dat de lonen relatief weinig wegen op de prijzen. Alsmaar stijgende produktiviteit (een gevolg van de klassieke vrije markt) drukt altijd meer op het aandeel van de lonen in de bedrijfskosten. Het vergt iets meer verbeelding en maar evenveel studie dat de bedrijfswinsten, meer en meer, impakt hebben op de bedrijfskosten. De tijden van de grote efficiëntiewinst zijn uitdovend en de (stijgende) winsten wegen dus zwaarder en zwaarder door in de prijzen.

Het eindresultaat is een omgekeerde herverdeling. De eigenaars - a fortiori de vertegenwoordigers van eigenaarssyndicaten - krijgen alsmaar meer en de niet-eigenaars verpauperen voortdurend. De eersten worden rijker door hun aandeel in sterker-dan-de-inflatie stijgende bedrijfswinsten en laatsten worden armer door hun trager-dan-de-inflatie stijgende inkomens uit loon - of, a fortiori, vervangende inkomens.

We moeten dus niet zoveel lullen over loonnormen, winstnormen moeten er komen. Een werkbaar mechanisme vinden ligt niet voor de hand maar enige alternatief is waarschijnlijk het zoeken naar zekere bedrijfswinsten eindelijk te ontmoedigen. Ik zie op dit moment alleen een mogelijkheid om inkomens uit aandelen te ontmoedigen, uit puur liberale overwegingen!

De commentaren zijn gesloten.