11-12-07

De Groote Woorden

Niemand is nog vies van een groot woord. De afschuw van lange zinnen is zo wijdverspreid dat groote woorden in de plaats van argumenten komen. Want niemand heeft nog iets te leren denken de enkelingen die voortdurend de les willen spellen. Groote, liefst dure historische, woorden dienen om debat dood te doen. De reden ligt voor de hand: de enkelingen die hun neus bruin maken hebben noch tijd noch talent voor een open gesprek.
Lidmaatschap van het selektoraat is - zeggen ze zelf tot in den treure - meer dan een voltijdse betrekking. De zelfverheerlijking van de opiniemakers staat diskussie met het elektoraat in de weg. Een peiling, een straatinterview, kan nog net. Verder kan het stemvee stemmen, zwijgen en in katzwijm vallen als er een spervuur van Groote Woorden afgevuurd wordt. Het publiek dat moet knikken, ieder in zijn vakje, sommigen vurig hopend op een selektie.

Concurrentie(kracht), kapitaal, democratie, vrije markt, vrije mening, sociaal, de economie, ..., noem maar op en het kan op eenvoudig verzoek in stelling gebracht worden tegen gelijk welke stelling.

Vermogensbelasting? We hebben kapitaal nodig zodat onze bedrijven meer jobs kunnen creëren!
Beperking in tijd van werkloosheidsuitkeringen? Asociaal!
Consumeren? Broeikas-effekt!
Mag je iemand schofferen? Recht op vrije meningsuiting!
Minder werken? Concurrentiekracht moet op peil blijven!
Meer werken? Gezonde balans tussen werk en leven is nodig!
Misschien heeft hij een punt? De demokratische meerderheid ziet het anders!

Enzovoort.

Hoe harder de groote woorden geroepen worden, hoe minder ruimte voor de afwijkende argumenten. Hoe dieper de kloof tussen de aficionado´s van een bepaald groot woord, hoe eenduidiger de oplossingen die ze voorstellen. En wij maar kiezen en stemmen. Het systeem is geperfektionneerd, geen plaats meer voor een argument voor vrije markten en tegen kapitaalsconcentraties, bij het laatste woord gonst het reeds van alle kanten: Marxist!
Zo krijgen we geen variaties meer en zonder variaties geen evolutie. Mensen kunnen slechts nog wilde stemmen uitbrengen op diegenen die nieuwe harde slogans roepen, en die nooit geroepen worden om ze te argumenteren - het is makkelijker ze alvast preventief uit te schelden. Wanneer de evolutie wordt gestopt is de revolutie nabij. Op het dek van de Titanic speelt ondertussen ´t orkest van het vaste selektoraat die deuntjes waarover geen diskussie meer nodig is, uit pure zelfgenoegzaamheid knipogen ze neerbuigend naar mekaar over de paniek van de onderdekse stervelingen.

Dus is er nauwelijks diskussie over hoe de demokratie uitgehold is door een vast sisteem van kontraproduktieve selektie op partijlijsten. Geen diskussies over hoe we het nobele doel kunnen bereiken van iedereen een hangmat te geven. Zelden diskussie over hoe iedereen zich vrijer kan uitdrukken via een doorgedreven consumentisme. Onmogelijk te denken over hoe we dekadent kunnen worden met ieders eigen talent zonder maatschappelijk te crashen.

Als je iets wil betekenen voor de publieke opinie dan kan dit slechts op twee manieren: ofwel steek je je neus in het gat van je voorman om zo van bruine neus tot bruine neus grote voorman te worden ofwel wordt je kunstenaar en krijg je de vrijbrief om onzin (en dus ongevaarlijke zinnen) uit te kramen in de openluchtreservaten van de elite.

De commentaren zijn gesloten.