13-05-06

Slechte vragen. En dan maar klagen!

Bedroevend is het nivo van diskussie in het openbare domein. Alles lijkt herleidt naar een steekspel tussen personages. Een kompetitie van sofisterij met winnaars en verliezers. Wie geeft er gewoon om de waarheid? Of op z´n minst óók om de waarheid, en niet alleen om de reaktie van de tegenspeler? Er is minder en minder plaats voor humor in debat en dat betekent veel: dat emotie het voortouw neemt, en emotie is de vijand van de grap.

Eerst valt men over het niet-aanpakken van allochtonen. Dan valt men over het te vlug aanpakken van allochtonen. Vervolgens valt men over het te vlug vallen over al het voorgaande. En uiteindelijk valt men altijd weer over het uitblijven van grote oplossingen of over het gratuit aanbieden van grote oplossingen. Altijd weer valt men wel over iets. Nooit lijkt er een begin van besef dat men slechts over 1 ding telkens weer valt: over het hoogsteigen ego (met of zonder strikje).

Diskussies over toplonen zijn voor de enen populistisch. Voor de anderen zijn ze irrealistisch - de markt, weetjewel. Nog anderen vinden ze immoreel maar verder een onvermijdelijk kwaad. Iedereen schermt met de vrije markt. Niemand, maar ook werkelijk niemand, stelt de vraag: is er wel sprake van een vrije markt bij de vorming van toplonen? Uiteraard is die er niet. Vraag en aanbod zijn geheel niet onafhankelijk. Vragers en aanbieders vormen één populatie en een wel bijzonder kleine populatie bovendien. Het is een schande dat niemand die vraag stelde. In de eerste plaats omdat de vrije markt zo onterecht een slechte naam krijgt. En in de tweede en belangrijkste plaats omdat de diskussie over moraliteit terug wordt gebracht tot optellen, delen, vermenigvuldigen en aftrekken. Terwijl niemand kan gehoord worden die rationeel bepleit dat de hogere lonen, al dan niet, bijdragen tot het algemeen welzijn en de individuele kansen tot zelfontplooiing.

Zo gaat men er ook geredelijk van uit dat mensen met slechte bedoelingen altijd wel een wapen vastkrijgen als ze echt willen. Of dat een achtergrond van racisme nooit in direkte relatie kan staan tot een individuele uiting van gewelddaden. Maar geen van beide veronderstellingen kunnen korrekt zijn. Niet alle bedoelingen zijn even slecht en niet alle bedoelers zijn even intelligent. Hoe hoger de drempel tot wapens, hoe slechter de bedoelingen en intelligenter de bedoelers moeten zijn - niks geen machteloosheid. Alle individuele uitingen van geweld zijn op een of op andere manier gekleurd door kollektieve achtergronden. Als de achtergrond er eentje is van rassenhaat dan is de waarschijnlijkheid van rassengeweld hoger en die vaststelling staat los van welke hyperindividuele andere invalshoeken dan ook in de misdaad zelf. Helaas is werken met waarschijnlijkheid een deugd die niet is aangepast aan de kultuur van het emotionele debat.

Waarschijnlijkheidsleer is de rationele basis van een groot deel vooruitgang in de laatste eeuwen. Het tijdelijk vergeten van de waarschijnlijkheid is krimineel want het doodt elke nuance en laat vrij spel aan de emotie.

 

15:06 Gepost door despreker | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.